RAU Architects en het Turntoo model: architecten als systeemdenkers
Stel je voor: je loopt door een gebouw en je voelt niet alleen de materialen, je voelt de toekomst.
Geen afval, maar een bron. Geen eindpunt, maar een nieuw begin.
Dat is precies wat RAU Architects en het Turntoo model nastreven. Ze veranderen de manier waarop we bouwen, van lineair naar circulair. Architecten worden hierbij geen vormgevers meer, maar echte systeemdenkers. Ze ontwerpen niet alleen een gebouw, maar een hele cyclus van materialen.
Wat is het Turntoo model eigenlijk?
Turntoo is een model voor circulair bouwen, ontwikkeld door architectenbureau RAU. Het simpele idee: een gebouw is geen eindbestemming voor materialen, maar een tijdelijke opslag.
Materialen behouden hun waarde en kunnen na demontage opnieuw gebruikt worden. Denk aan een bibliotheek waar je boeken leent, maar dan voor bouwmaterialen. In plaats van sloopafval, ontstaat er een waardevolle materialenbank.
De kern van Turntoo is het onderscheid tussen drie niveaus: producten, componenten en gebouwen.
Een product (zoals een schroef) kan opnieuw gebruikt worden. Een component (zoals een gevelpaneel) kan gedemonteerd en hergebruikt worden. En een gebouw zelf kan een flexibele schil zijn die meebeweegt met veranderingen.
Dit voorkomt dat materialen na 30 jaar op de afvalberg belanden. Waarom is dit zo belangrijk?
Omdat de bouwsector verantwoordelijk is voor een enorme afvalstroom en CO2-uitstoot. Traditioneel bouwen is lineair: we halen grondstoffen, verwerken ze, en gooien ze na verloop van tijd weg.
Met Turntoo sluiten we de keten. We gebruiken bestaande materialen en ontwerpen zo dat ze makkelijk teruggehaald kunnen worden. Dit bespaart niet alleen geld op de lange termijn, maar is ook essentieel voor onze planeet.
De kern van de werking: hoe doet RAU dit?
RAU Architects past het Turntoo model toe door al in de ontwerpfase na te denken over de demontage.
Ze kiezen voor biobased materialen zoals hout, vlas en stro, maar ook voor hergebruikte materialen van bestaande gebouwen. Een mooi voorbeeld is het project 'De Kersentuin' in Amsterdam, waar ze gebruik maakten van hergebruikte bakstenen en houten balken.
Deze materialen waren al eens eerder gebruikt en konden opnieuw worden ingezet zonder kwaliteitsverlies. Een essentieel onderdeel is Urban Mining. Dit betekent dat we de stad zien als een mijn vol waardevolle grondstoffen. In plaats van nieuw materiaal te winnen, halen we materialen uit bestaande gebouwen die gesloopt worden.
RAU gebruikt specifieke databases om bij te houden welke materialen beschikbaar zijn.
Denk aan staal uit oude fabriekshallen of glas uit gesloopte kantoren. Deze materialen krijgen een tweede leven in een nieuw ontwerp, zoals bij demontabel bouwen in Amsterdam. Om dit te faciliteren, maakt RAU gebruik van een Materialenpaspoort.
Dit is een digitaal dossier waarin alle materialen in een gebouw staan beschreven: herkomst, samenstelling, en hoe ze gedemonteerd kunnen worden. Dit paspoort is cruciaal voor de toekomst.
Zonder deze informatie is hergebruik namelijk onmogelijk. Het Turntoo model zorgt ervoor dat dit paspoort standaard onderdeel wordt van het ontwerp.
De werking is concreet: tijdens het ontwerpen wordt er een 'demontageplan' gemaakt. Materialen worden zo bevestigd dat ze makkelijk los te halen zijn. Geen permanente lijm, maar schroeven en bouten.
Dit klinkt simpel, maar het vraagt om een andere mindset. Architecten kunnen hierbij leren van biomimicry in de architectuur en niet alleen kijken naar de esthetiek, maar ook naar de levensduur en de sloopfase. Het gebouw wordt zo een 'materialenbank' voor de toekomst.
Verschillende modellen en hun kosten
Het Turntoo model is een specifieke aanpak, maar er zijn verschillende gradaties in circulair bouwen. Je kunt kiezen voor een lichte variant, waarbij je alleen biobased materialen gebruikt, of een zwaardere variant waarbij je volledig demontabel bouwt.
De kosten variëren sterk. Een basiscirculair huis met houten frame en biobased isolatie (zoals vlaswol) begint rond de €1.800 per m². Dit is vergelijkbaar met traditioneel bouwen, maar met een lagere ecologische voetafdruk.
Voor een volledig demontabel gebouw met Urban Mining materialen, zoals hergebruikt staal en glas, lopen de kosten op tot €2.200 - €2.500 per m².
De initiële investering is hoger omdat je materiaalpaspoorten moet maken en demontageconstructies moet ontwerpen. Maar op de lange termijn betaalt zich dit terug. Materialen behouden hun waarde en kunnen na 30 jaar verkocht worden.
Dit is een investering in de toekomst, niet een kostenpost. Er zijn varianten zoals het 'Cradle to Cradle' (C2C) principe, waarbij materialen zo ontworpen worden dat ze volledig biologisch of technisch voedbaar zijn.
RAU combineert dit vaak met Turntoo. Een voorbeeld is het gebruik van Mycelium (champignonwortels) als isolatiemateriaal.
Dit is volledig composteerbaar en kost ongeveer €50 per m². Een andere optie is gerecycled beton, wat €100 per m² kost, in plaats van €150 voor nieuw beton. Prijzen voor specifieke materialen uit Urban Mining: een partij hergebruikte bakstenen kost ongeveer €30 per m², vergeleken met €50 voor nieuwe stenen. Houten gevelbekleding van hergebruikt Douglas hout kost €80 per m², nieuw hout kost €60 per m².
Het verschil lijkt klein, maar de waarde van het materiaal op de lange termijn is vele malen hoger. Je bouwt immers een toekomstbestendige voorraad.
"We bouwen niet voor onszelf, maar voor de volgende generatie. Materialen zijn een erfenis, geen afval."
Praktische tips voor je eigen project
Wil je zelf aan de slag met circulair bouwen? Begin klein. Kies voor een materiaal dat je kent en waarvan je de herkomst weet.
Denk aan hout uit de regio of gerecyclede bakstenen van een sloopproject in de buurt. Vraag altijd om een materialenpaspoort, ook als je maar één wand bouwt. Dit dwingt je om na te denken over de toekomst.
Focus op demontage. Gebruik schroeven in plaats van lijm.
Bouw met modulaire elementen die je makkelijk kunt uitbreiden of verplaatsen. Denk aan een houtskeletbouw met schroefbare connecties. Dit maakt het gebouw flexibel en herbruikbaar. Een goed voorbeeld is de 'Open Source Building' methode, waarbij je bouwt met standaardmaten die overal ter wereld passen.
Maak een lijst van materialen die je wilt gebruiken en vraag bij leveranciers naar hun circulaire opties. Bedrijven als 'Woodwave' leveren hergebruikt hout, en 'StoneCycling' maakt bakstenen van afval.
Vraag naar prijzen en levertijden. Wees niet bang om afwijkende maten te accepteren; dat hoort bij hergebruik. Het scheelt vaak 10-20% in kosten als je flexibel bent.
Sluit af met een plan voor de toekomst. Wat gebeurt er met het gebouw over 50 jaar?
Kan het makkelijk gesloopt worden zonder schade aan materialen? Schrijf dit op in het contract met je architect en aannemer. Zo wordt circulair bouwen niet alleen een idee, maar een standaard praktijk, mede door open innovatie voor circulaire bouwoplossingen. Het Turntoo model laat zien dat architecten de sleutel zijn tot een duurzame toekomst.
