NL-SfB classificatie en circulaire materiaalregistratie

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Thomas Hoekstra
Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Ontwerp, Software & Digitalisering · 2026-02-15 · 6 min leestijd
Stel je voor: je staat op een bouwplaats. Overal liggen materialen. Hout, steen, metaal. Een chaos? Misschien. Maar wat als ik je vertel dat dit een goudmijn is? Een echte, maar dan zonder te graven. Het heet urban mining. Je 'oogst' materialen uit bestaande gebouwen. En om dat goed te doen, heb je een gids nodig. Een soort bibliotheeksysteem voor al die spullen. Dat is precies wat de NL-SfB classificatie is. Het is de taal die we spreken om materialen te verstaan. Zonder die taal is hergebruik gewoon hoopvol stapelen. Met die taal wordt het een slimme, circulaire operatie. Laten we het er eens over hebben, aan de keukentafel.

Wat is die NL-SfB classificatie nu echt?

De NL-SfB is een simpel systeem. Denk er maar aan als een uitgebreide inhoudsopgave voor een gebouw.

Elke materiaalstroom krijgt een eigen code. Een soort streepjescode, maar dan met letters en cijfers. Dit systeem bestaat al jaren, maar nu wordt het superbelangrijk voor circulariteit.

Het zorgt voor een gedeelde taal. Iedereen in de bouwkolom – van architect tot sloper – weet precies wat er bedoeld wordt.

Je hebt een hoofdgroep, bijvoorbeeld 'S' voor Sanitair. Daarachter komt een cijfer, bijvoorbeeld '10' voor een toilet.

Dus code S10 betekent: een toilet. Simpel, toch? Dit haalt alle verwarring weg. Je zegt niet meer "dat ding van de muur", maar "S10". Zo weet de volgende partij precies wat ze kunnen verwachten.

Zo simpel kan circulariteit zijn. Stel je voor dat je een kantoorpand sloopt.

In plaats van een container voor 'puin', maak je verschillende bakken. Een voor aluminium kozijnen (code X23), een voor het systeemplafond (code T21) en een voor de vloerbedekking (code I10). Meteen is duidelijk wat de waarde is en wat er kan gebeuren met die materialen. Dit is de basis voor hergebruik.

Waarom dit systeem je leven makkelijker (en goedkoper) maakt

Waarom zou je dit doen? Omdat het geld oplevert. En tijd. En kopzorgen.

Zonder classificatie is een sloopproject een gok. Je weet niet wat je vindt en wat het waard is.

Met NL-SfB weet je precies wat er in het gebouw zit. Je kunt vooraf plannen welke materialen je bewaart en welke je recyclet. Dit verandert een kostenpost in een inkomstenstroom.

Denk aan een standaard renovatieproject. Je vervangt 50 keukens. Zonder classificatie gooi je ze in de container. Kosten: €15.000 aan sloop en stort.

Met NL-SfB weet je dat elke keuken een code K30 is. Je zet ze online op een platform voor hergebruik.

Een sociale werkplaats of een klusser koopt ze voor €50 per stuk. Inkomsten: €2.500. Je bespaart dus €17.500.

En je bent een stuk duurzamer. Het gaat ook over data. In de toekomst ga je Materialenpaspoorten gebruiken.

Daarin staat alles over elk onderdeel van een gebouw. Welke materialen, waar ze vandaan komen, hoe ze gemonteerd zijn.

Die data is onbruikbaar als iedereen een andere naam gebruikt. De NL-SfB code is de sleutel. Zonder die sleutel blijft de deur van het Materialenpaspoort op slot.

Hoe het werkt: van sloop naar schat

Oké, hoe pak je dit aan? Je begint bij de bron: het gebouw.

Loop erdoorheen en tel de spullen. Nee, niet letterlijk. Je maakt een materiaalregistratie.

Dit is een lijst met alle materialen en hun NL-SfB codes. Dit kan met een simpel Excel-sheet. Of met speciale software, daar komen we zo op.

Je noteert de code, de hoeveelheid en de staat. Is het een maatje 60x60 cm plafondtegel? Of een uniek stuk eikenhouten balk? Laten we een voorbeeld nemen.

Je bent bezig met een schoolgebouw uit de jaren '70. Je ziet overal systeemplafonds.

Je opent je lijst en typt: code T21, plafondtegels, 60x60 cm, kunststof, wit, redelijke staat. Je scant de barcode en het staat in het systeem.

De sloopploeg weet nu: deze tegels moeten voorzichtig worden verwijderd. Ze mogen niet gebroken worden. Ze zijn geld waard.

Dan de sloop zelf. De sloper moet weten wat er moet gebeuren.

Met de materiaalregistratie in de hand, geef je aan: "Bewaar alle T21, lever ze af bij Hergebruik Depot Zuid. Gooi alle bakstenen (code M21) in de puinbak." Dit is de koppeling tussen data en daadwerkelijke actie. De registratie leidt het sloopproces. Zo voorkom je dat waardevolle spullen verloren gaan.

Software en tools: je digitale helper

Je kunt dit op een ouderwetse manier doen met papier en pen. Maar waarom? Digitale tools maken het leven makkelijker.

Er zijn verschillende programma's die je helpen bij het registreren. Denk aan slimme BIM-software (Bouw Informatie Modellen) of specifieke apps voor materiaalpaspoorten.

Deze tools hebben de NL-SfB codes vaak al ingebouwd. Je scant een ruimte met je telefoon. De software herkent objecten en stelt de juiste codes voor.

Je vult aan: hoeveelheid, staat, afmeting. Klaar. Dit scheelt uren werk. En je maakt minder fouten. De data wordt direct opgeslagen in de cloud.

Iedereen die toegang heeft, kan de informatie inzien. Van de architect tot de nieuwe eigenaar.

Prijzen voor deze software variëren. Er zijn gratis versies voor kleine projecten, bijvoorbeeld de Circular Building Hub van Madaster.

Grotere projecten vragen om een betaald abonnement. Denk aan €50 - €200 per maand, afhankelijk van de grootte van je bedrijf en het aantal projecten. Madaster werkt vaak met een licentie per gebouw.

Een paspoort voor een gemiddeld huis kost eenmalig rond de €500. Een investering die je snel terugverdient.

Verschillende modellen en kosten

Er zijn verschillende manieren om je materiaalstromen te beheren. Je kunt kiezen voor een eenvoudig Excel-overzicht.

Dit kost niets, behalve je tijd. Het nadeel? Het is foutgevoelig en niet altijd makkelijk te delen. Je kunt ook kiezen voor een platform dat specifiek is ingericht op NL-SfB en circulariteit.

Deze platforms helpen je niet alleen met registreren, maar ook met de verkoop van je materialen. Zo kun je eenvoudig gebouwen en materialen invoeren in het platform van Madaster.

Dit platform registreert materialen en koppelt ze aan een gebouw via linked data voor de bouw.

Het maakt een 'paspoort' aan. De kosten hiervoor hangen af van de oppervlakte. Voor een gemiddelde woning (100-150 m²) ben je ongeveer €500 tot €750 kwijt voor een basispaspoort. Voor een kantoorpand van 5.000 m² liggen de kosten al gauw op €2.500 tot €4.000.

Dat is een stuk, maar het verhoogt de waarde van je gebouw aanzienlijk. Dan heb je nog de 'sloopregistratie-software'.

Dit zijn tools die specifiek voor sloopbedrijven zijn gemaakt. Ze helpen bij het afvoeren van afval en het registreren van herbruikbare materialen. Prijzen hiervoor zijn vaak gebaseerd op abonnementen, van €30 per maand voor een eenmanszaak tot €200 per maand voor een middelgroot bedrijf.

Kijk goed wat je nodig hebt. Begin klein, met een Excel.

Als je groter wordt, investeer in een platform.

Jouw eerste stap naar een circulair project

Je hoeft niet alles in één keer te doen. Begin klein. Pak één project. Een schuur, een badkamer, een kantoorruimte.

Begin met het maken van een lijst. Zoek de NL-SfB codes op. Die vind je online op de site van de BRBS (de organisatie die het systeem beheert) of via de platforms. Download de lijst. Print hem uit.

Leg hem naast je computer. Focus op de grote groepen.

De materialen die echt geld waard zijn. Aluminium kozijnen (X23), stalen deuren (X24), systeemplafonds (T21), vloerbedekking (I10). En vergeet de 'groene' materialen niet. Houten balken (H21) zijn goud waard.

Of oude dakpannen (M31). In biobased materialen, zoals hout of stro, is de code vaak H (Hout) of R (Riet/Stro). Wees specifiek.

Praat met je sloper. Vraag: "Ken je de NL-SfB classificatie? Kun je materialen scheiden?" Als ze ja zeggen, is dat een goed teken. Als ze nee zeggen, is het tijd om een andere sloper te

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Over Thomas Hoekstra

Thomas is bouwkundig ingenieur en adviseur circulaire economie in de bouwsector. Hij helpt aannemers, architecten en opdrachtgevers met de transitie naar circulair en biobased bouwen.