NEN-EN 15804: de Europese norm voor milieu-productverklaringen in de bouw

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Thomas Hoekstra
Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Normen, Certificeringen & Keurmerken · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Je staat op een bouwplaats. Overal materialen: stalen balken, betonpuin, houten platen.

Vroeger ging dat linea recta naar de stort. Nu niet meer. De wereld van bouwen verandert razendsnel. We willen circulair bouwen, met biobased materialen en slim hergebruik.

Maar hoe bewijs je dat een product echt duurzaam is? Hoe weet je zeker dat dat hergebruikte staal uit urban mining echt goed scoort?

Hier komt een cruciale norm om de hoek kijken: NEN-EN 15804. Het is het fundament voor elke milieu-productverklaring (MPG) in de bouw. Zonder deze norm praten we vooral mooie praatjes.

Met deze norm praten we over meetbare feiten. Laten we dat eens helder uitleggen, zonder ingewikkelde termen.

Wat is NEN-EN 15804 eigenlijk?

Stel je voor dat je een auto koopt. Je wilt weten hoeveel brandstof hij verbruikt.

Je wilt een standaard testmethode, zodat je auto’s eerlijk kunt vergelijken. NEN-EN 15804 doet precies hetzelfde, maar dan voor bouwmaterialen en -producten. Het is een Europees gestandaardiseerde methode om de milieu-impact van een product te berekenen. Deze norm is de basis voor een milieu-productverklaring (MPG).

Een MPG is een soort voedingslabel voor bouwproducten. Het laat zien wat de milieu-impact is over de volledige levenscyclus.

De norm zorgt voor een gelijk speelveld. Of je nu kijkt naar biobased materialen zoals hout of stro, of naar staal dat via urban mining uit sloop is gehaald.

Iedereen rekent volgens dezelfde regels. Dit is essentieel voor circulair bouwen. Je kunt pas slim hergebruiken als je weet wat de impact was van het materiaal in de eerste ronde.

Zonder deze norm blijft het gissen. Met deze norm weet je precies waar je aan toe bent. Je vergelijkt appels met appels.

Waarom dit de basis is voor jouw duurzame project

Waarom zou jij je hier druk om maken? Omdat de overheid het eist.

Voor grote projecten is een MPG-norm vaak verplicht. De MPG-eis in het bouwbesluit zit op een scherp niveau, vaak rond de €1,00 per m² bruto vloeroppervlakte. Om deze eis te halen, moet je producten gebruiken met een lage milieu-impact. En die impact bereken je volgens NEN-EN 15804.

Je kunt dus niet zomaar iets 'duurzaam' noemen. Je moet het bewijzen met data die klopt volgens deze norm.

Maar het gaat verder dan alleen regeltjes. Het helpt je echt om slimmer te bouwen.

Stel je koopt een partij hergebruikte betontegels. Via een MPG die volgens de richtlijnen van de Stichting Bouwkwaliteit is opgesteld, zie je direct de besparing ten opzichte van nieuw beton. Je ziet de CO2-uitstoot dalen.

Dit maakt circulair bouwen meetbaar en dus aantrekkelijk voor je klant. Je kunt uitleggen: "Deze wand is biobased, en dankzij de NEN-EN 15804 data weten we dat we 40% minder uitstoten." Zeker wanneer je een Agrément certificaat voor een biobased product hebt, is dat een krachtig verhaal.

De kern: Levenscyclusanalyse (LCA) in de praktijk

De norm draait om de Levenscyclusanalyse (LCA). Dat klinkt ingewikkeld, maar het is eigenlijk gewoon een verhaal over de levensloop van een product.

Van de wieg tot het graf, of zoals we in de bouw zeggen: van cradle-to-grave. De norm schrijft voor dat je naar alle fasen kijkt. Denk aan de winning van grondstoffen (bijv. klei voor bakstenen), de productie, het vervoer, het gebruik op de bouw, en uiteindelijk de sloop en afvalverwerking.

De norm is opgedeeld in modules, wat essentieel is voor de toekomst van Europese circulaire bouwstandaarden. Je hebt modules A0 tot en met A5 (productie, transport, bouwproces).

Dan heb je de gebruiksfase (C1 tot en met C4): sloop, vervoer, afvalverwerking en recycling.

En tot slot module D: bijkomende milieu-voordelen buiten het productiesysteem. Dit laatste is crucial voor hergebruik. Stel je hergebruikt een staalconstructie uit een gesloopt gebouw (urban mining). In module D laat je de voordelen zien van die recycling voor een nieuw product.

Dit stimuleert het sluiten van kringlopen. Een concreet voorbeeld. Je gebruikt een biobased isolatiemateriaal, bijvoorbeeld hennepvezel.

Volgens de norm moet je de CO2-opname door de plant meenemen in de berekening. Dat is een negatieve impact (goed!). Je moet ook kijken naar de landbouw, de verwerking en het eventuele composteren na gebruik.

Al die getallen worden verzameld. Uiteindelijk levert dat een rapportage op met allerlei indicatoren, zoals GWP (Global Warming Potential, oftewel CO2-uitstoot) en Fossil Resource Use (gebruik van fossiele brandstoffen).

De kosten en opbrengsten: Wat kost een MPG?

Natuurlijk wil je weten wat dit je kost. Een MPG is niet gratis.

De prijs hangt af van de complexiteit van je product en of je al data hebt.

  • Standaard product (bijv. betonblok): Een simpele MPG kost vaak tussen de €1.500 en €2.500. Dit is meestal een Type III milieuverklaring.
  • Complex product (bijv. een circulair systeemdeel): Ga uit van €3.000 tot €5.000. Denk aan een specifieke gevelbekleding van gerecycled materiaal.
  • Maatwerk of EPD voor software: Wil je je eigen LCA-software gebruiken of een heel specifiek product aanpassen? Dan ben je zo €6.000 of meer kwijt voor de ontwikkeling en validatie.

Voor een standaard baksteen is het goedkoper dan voor een compleet nieuw biobased composiet. Laten we een inschatting geven voor de bouwsector: Deze investering verdien je dubbel en dwars terug. Een goede MPG maakt je product concurrerend.

Aannemers en architecten zoeken specifiek naar producten met lage scores om hun project-MPG te halen. Als jij als leverancier van circulair aluminium of biobased hout al een kant-en-klare MPG hebt, ben je direct hun favoriet. Je bespaart hen immers een hoop rekenwerk.

Praktische tips voor jou als bouwer of inkoper

Hoe pak je dit nu aan? Je hoeft niet meteen alles zelf te doen.

Volg deze stappen om NEN-EN 15804 slim toe te passen: De NEN-EN 15804 is geen struikelblok, maar een hulpmiddel. Het is de taal die we spreken in de circulaire bouw. Door deze norm te omarmen, laat je zien dat je echt werk maakt van duurzaamheid.

  1. Vraag de MPG bij je leverancier. Wanneer je materialen inkoopt, vraag niet alleen om een prijs, maar om de MPG-dossier. Check of deze geldig is en volgens de juiste norm (NEN-EN 15804:2019 is de huidige versie) is opgesteld.
  2. Focus op Module D. Als je circulair wilt bouwen, kijk dan specifiek naar Module D in de MPG's. Hier zie je de waarde van hergebruikte materialen. Kies materialen met een positieve score in Module D. Dat betekent dat het materiaal na zijn leven nog nuttig kan zijn.
  3. Bouw met biobased materialen. Materialen zoals hout, vlas of hennep scoren vaak goed in de MPG-berekening vanwege de CO2-opslag. Zorg wel dat de landbouwmethoden duurzaam zijn (FSC of PEFC gecertificeerd).
  4. Gebruik Urban Mining data. Als je sloopmateriaal hergebruikt, heb je soms geen volledige productie-data. De norm biedt ruimte voor zogenaamde 'recycling content' of gemiddelde data. Zorg dat je de herkomst van je materiaal goed documenteert.
  5. Hou het simpel. Begin met de grootste impact. Meestal is dat de fundering of de gevel. Focus daar eerst op. Je hoeft niet meteen elk schroefje na te rekenen.

Je bouwt niet alleen met materialen, je bouwt aan een betere toekomst.

En dat bewijs je nu met cijfers die iedereen begrijpt.

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Over Thomas Hoekstra

Thomas is bouwkundig ingenieur en adviseur circulaire economie in de bouwsector. Hij helpt aannemers, architecten en opdrachtgevers met de transitie naar circulair en biobased bouwen.