IFC-formaat versus COBie: welk dataformat voor circulaire informatie?
Je staat op het punt om een circulaire woning te ontwerpen. Je hebt de houten balken van een gesloopt kantoorpand klaarliggen en je wilt de CO2-voetafdruk van je beton vervangen door biobased composieten.
Maar dan komt de vraag: hoe bewaar je al die data? Hoe zorg je dat over tien jaar nog precies bekend is welke schroeven in die hergebruikte balken zitten? De strijd om de juiste datastromen wordt beslecht tussen twee formaten: IFC en COBie. Laten we zonder poespas uitzoeken welke je nodig hebt voor jouw project.
De basis: Wat zijn het eigenlijk?
Stel je voor dat je een bouwproject bouwt met Lego. Het IFC-formaat (Industry Foundation Classes) is dan de 3D-bouwtekening van het hele model. Het is een open standaard waarin letterlijk alles zit: de vorm van je muren, de dikte van je vloeren, en zelfs de relaties tussen materialen.
Als je een biobased wand ontwerpt, ziet IFC er exact hetzelfde uit als de digitale versie van die wand, inclusief de hoeken en de aansluitingen.
COBie (Construction Operations Building information exchange) is anders. Het is geen 3D-model, maar een gestructureerde spreadsheet.
Het is de handleiding die je later krijgt. COBie bevat geen geometrie, maar lijsten. Het vertelt je: deze wand bestaat uit 12 hergebruikte houten regels, type X, leverancier Y, geïnstalleerd op datum Z.
Het is feitelijk de ‘paspoort’-informatie van je materialen. Waarom is dit belangrijk voor circulariteit?
Omdat je bij hergebruik en urban mining niet alleen een gebouw bouwt, maar een materialenbank creëert. Je wilt straks weten welke waarde er in je gevel zit. IFC geeft de vorm, COBie geeft de inhoud. Zonder deze data ben je straks je materialen kwijt in de sloop.
Hoe ze werken: De techniek achter de schermen
IFC is een open BIM-standaard (Building Information Modeling). Het is een groot, complex bestand dat je kunt openen in software zoals Revit, ArchiCAD of Blender.
In een circulair ontwerp voeg je aan elke laag informatie toe. Je scant een bestaande bakstenen muur, zet deze in IFC en koppelt er metadata aan vast: herkomst, gewicht en restwaarde.
Het mooie van IFC is dat het parametrisch is; verander je de afmeting van een biobased plaat, dan past het hele model zich aan. COBie werkt als een export. Het is een XML- of Excel-bestand dat je uit je BIM-model trekt.
Het is specifiek ontwikkeld voor de beheerfase. Stel je voor dat je een gebouw oplevert met houten prefab-wanden van een lokale zagerij.
In het COBie-bestand staan alle productdata, garanties en onderhoudsintervallen netjes in kolommen. Dit is essentieel voor Urban Mining: je weet precies wat de materialen waard zijn voor de toekomst. De werking zit hem in de uitwisseling. IFC is het bronbestand waarin je ontwerpt.
COBie is de gestandaardiseerde samenvatting die je aan de opdrachtgever of facility manager geeft.
In de praktijk upload je een IFC-model naar een cloudomgeging, en de software genereert daar automatisch een COBie-export uit. Dit voorkomt dat je handmatig lijsten moet typen, wat foutgevoelig is. Een concreet voorbeeld: je ontwerpt een vloer van oude wagondelen.
In IFC modelleer je de vorm en de constructieve verbinding. In COBie voeg je de batchnummers van de wagondelen toe, zodat je over 30 jaar weet waar ze vandaan komen. Beide formaten vullen elkaar aan; je kunt niet zonder elkaar bij complexe circulaire projecten.
Verschillen in kosten en inzet voor circulariteit
Er is geen 'vrije markt' voor bestandsformaten, maar er zijn wel kosten verbonden aan de software en de tijd die je steekt in data-invoer.
IFC is gratis te gebruiken als standaard, maar de software om het te bewerken kost geld. Een licentie voor Revit of ArchiCAD kost al gauw €500 - €1.200 per jaar per gebruiker.
Voor complexe circulaire modellen heb je vaak extra plugins nodig, zoals die voor materialenpaspoorten, wat nog eens €200 per jaar kan kosten. COBie is technisch gezien gratis, maar de tijd die je kwijt bent aan het opschonen van data is de echte kostenpost. Het opstellen van een COBie-export voor een gemiddeld woningbouwproject (bijv. 20 woningen) kost een BIM-modelleur ongeveer 10 tot 20 uur extra.
Reken op een uurtarief van €80 tot €100, dus €800 - €2.000 aan datakosten.
Dit is een investering die zich terugbetaalt omdat je later sloopkosten bespaart door materialen te hergebruiken. Er zijn varianten in precisie. Je kunt een ‘light’ versie van COBie maken, met alleen de basisinformatie (typen, ruimtes).
Dit is goedkoper en sneller, maar minder geschikt voor Urban Mining. Voor hoogwaardige circulaire projecten (cradle-to-cradle) en een optimale integratie met de circulaire economie kies je voor een uitgebreide COBie-export inclusief garanties en levensduurverwachtingen.
Dit kost meer tijd in de ontwerpfase, maar voorkomt dat materialen als afval worden afgevoerd.
Prijsindicatie voor een gemiddeld project: Als je een biobased woning ontwerpt (ca. 100 m²) en je wilt beide formaten optimaal inzetten, reken dan op €1.500 tot €3.000 aan software- en modelleerkosten. Dit is exclusief de materialenpaspoorten (zoals Madaster), die vaak €0,50 per m² vloeroppervlak kosten. De investering is hoger dan traditioneel bouwen, maar de restwaarde van je materialen stijgt aanzienlijk.
Praktische tips voor jouw project
Begin klein en focus op de materiaalkeuze. Gebruik IFC om je constructieve elementen te modelleren, maar voeg direct COBie-data toe aan je biobased materialen.
In software zoals Revit kun je via parameters specifieke velden invullen, zoals ‘Herbruikbaarheid’ of ‘CO2-opslag’. Zo bouw je de data op terwijl je tekent, zonder extra werk achteraf. Dit helpt bij de interoperabiliteit van circulaire data binnen je project.
Gebruik tools die specifiek zijn ontwikkeld voor materialenpaspoorten, zoals Madaster of TNO’s One Click LCA. Deze systemen exporteren naadloos naar COBie vanuit IFC.
Voor urban mining projecten, waarbij je bestaande materialen hergebruikt, is het cruciaal dat je scans (zoals van een sloopgebouw) direct in IFC zet en koppelt aan COBie-informatie.
Check altijd de kwaliteit van je export. Vraag je af: is de COBie-export leesbaar voor de aannemer? Test dit door het bestand te openen in een gratis viewer zoals BIMcollab Zoom. Zorg dat alle biobased materialen (hout, stro, leem) een uniek ID hebben in het bestand.
Dit voorkomt verwarring bij de bouw en later bij de sloop. Maak afspraken met je opdrachtgever over de data.
Vraag niet alleen om een 3D-model (IFC), maar eis een COBie-export als onderdeel van de oplevering. Dit is wettelijk steeds vaker verplicht bij duurzame nieuwbouw. Bespreek vooraf welke data essentieel is voor hergebruik, zodat je niet te veel of te weinig vastlegt.
Denk aan de toekomst: materiaalpaspoorten. Koppel je IFC-model aan een digitaal materiaalpaspoort.
Hierin wordt de waarde van je circulaire materialen vastgelegd. Als je bijvoorbeeld een gevel van gerecycled aluminium ontwerpt, zorgt COBie ervoor dat deze data bewaard blijft, zelfs als het gebouw van eigenaar wisselt. Dit maakt je project toekomstbestendig en waardevol, zeker wanneer je leert ISO 19650 toepassen bij digitale samenwerking.
