Hogeschool van Amsterdam en praktijkgericht circulair bouwonderzoek
Stel je voor: je staat op een bouwplaats in Amsterdam-Noord. Geen stapels nieuwe bakstenen, maar een berg oude materialen.
Een team studenten van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) staat er middenin. Ze meten, ze tellen, ze puzzelen. Dit is geen theorieles.
Dit is praktijkgericht circulair bouwonderzoek. En het verandert hoe we in deze stad bouwen.
Wat is praktijkgericht circulair bouwonderzoek eigenlijk?
Praktijkgericht circulair bouwonderzoek betekent dat studenten en onderzoekers van de HvA direct aan de slag gaan met echte bouwprojecten. Ze zoeken niet alleen naar theorie, maar naar oplossingen die morgen al werken.
Het doel is simpel: bouwen zonder afval, met materialen die hergebruikt kunnen worden.
Denk aan biobased materialen zoals hennepbeton of mycelium-isolatie. Of aan urban mining: het oogsten van waardevolle materialen uit bestaande gebouwen die gesloopt worden. De HvA kijkt niet vanaf de zijlijn.
“We willen geen rapporten laten verstoffen. We willen dat onze kennis direct impact heeft op de bouwplaats.” – Onderzoeker HvA
Ze stapt de bouwplaats op en pakt materialen aan. Waarom is dit zo belangrijk?
Omdat de bouwsector verantwoordelijk is voor een groot deel van de CO2-uitstoot en afvalproductie in Nederland. Traditioneel bouwen met nieuwe materialen is simpelweg niet meer houdbaar. Circulair bouwen met biobased materialen en hergebruik is de toekomst. En de HvA leidt de professionals op die dit gaan realiseren.
De kern van het onderzoek: materialen, methoden en metingen
Het onderzoek draait om drie pijlers: materialen, methoden en meten. De HvA test nieuwe biobased materialen in echte woningbouwprojecten.
Ze kijken niet alleen naar sterkte, maar ook naar levensduur, brandveiligheid en kosten. Een voorbeeld is het gebruik van houtvezelpanelen van leveranciers als Thermohout of Pavatex. Deze panelen zijn licht, isolerend en biobased.
De HvA onderzoekt hoe je deze panelen het beste kunt monteren zonder schroeven die niet herbruikbaar zijn. Ze testen lijm- en kliksystemen.
Urban mining is een andere focus. Studenten inventariseren sloopprojecten. Ze tellen hoeveel bakstenen, stalen balken en houten vloeren bruikbaar zijn.
Ze ontwikkelen databases waarin deze materialen worden vastgelegd. Zo ontstaat een ‘paspoort’ voor elk materiaal. De werking is concreet. Een studententeam krijgt een opdracht van een aannemer.
Bijvoorbeeld: hergebruik 80% van de materialen uit een school die gesloopt wordt. De studenten gaan ter plekke, meten alles op en ontwerpen een plan.
Ze werken samen met leveranciers van circulaire producten, zoals StoneCycling voor bakstenen van afval of HempFlax voor hennepbeton. De resultaten worden direct getest. Is een materiaal sterk genoeg? Is het betaalbaar?
Voldoet het aan de bouwvoorschriften? Deze aanpak zorgt voor kennis die direct toepasbaar is.
Verschillende aanpakken en kosten in de praktijk
Er zijn verschillende modellen voor circulair bouwonderzoek. De HvA test ze allemaal in de praktijk.
Een model is de ‘demontabele bouw’. Hierbij worden gebouwen zo ontworpen dat ze na 30 jaar makkelijk uit elkaar gehaald kunnen worden. Materialen blijven heel en kunnen opnieuw gebruikt worden.
Een ander model is ‘biobased bouwen’. Hierbij worden materialen gebruikt die afkomstig zijn van planten.
Denk aan hennepbeton (kost ongeveer €150-€200 per m³) of schelpen als isolatie (€30-€50 per m²). De HvA onderzoekt welke combinaties het beste werken voor verschillende gebouwtypes, van woningen tot kantoren. Prijzen zijn een belangrijk aspect.
Traditioneel bouwen is vaak goedkoper op de korte termijn. Circulair bouwen kan duurder zijn, maar op de lange termijn goedkoper.
De HvA maakt dit inzichtelijk. Ze berekenen de totale kosten over 50 jaar, inclusief sloop en hergebruik.
Urban mining is een aparte categorie. Het oogsten van materialen kost geld, maar bespaart ook. Een oude stalen balk hergebruiken kost €50-€100 per stuk, terwijl een nieuwe balk €150-€200 kost. De HvA ontwikkelt methoden om deze kosten te verlagen, zoals standaardisatie van demontage.
De varianten zijn dus divers. De HvA kijkt per project welk model het beste past.
Ze werken samen met bedrijven zoals New Horizon, die gespecialiseerd zijn in urban mining. Of met Madaster, een platform dat materiaalpassen beheert.
Praktische tips voor bouwers en ontwikkelaars
Wil je zelf aan de slag met circulair bouwen? Begin klein. Pak een project waar je veel invloed op hebt, zoals een verbouwing.
Vraag bij sloopprojecten altijd naar materialen die vrijkomen. Vaak zijn deze gratis of tegen lage kosten beschikbaar.
Gebruik materialen met een materiaalpaspoort. Platforms zoals Madaster helpen hierbij. Zo weet je precies wat je hergebruikt en wat de waarde is.
Dit is essentieel voor urban mining. Test biobased materialen eerst op een kleine schaal. Koop bijvoorbeeld 10 m² hennepbetonplaten (kost ongeveer €200-€300) en bouw een proefwand. Kijk hoe het reageert op vocht en belasting.
De HvA geeft hier vaak workshops over en laat zien hoe de sector samenwerkt aan innovatie.
Werk bovendien samen met leveranciers die circulair denken. Vraag naar producten van StoneCycling (bakstenen van afval) of ECOboard (houtvezelplaten).
Vraag ook naar hun ondersteuning bij montage en demontage. Meet en documenteer alles. Gebruik eenvoudige tools zoals een meetlint en een camera.
Maak foto’s van elke stap. Dit helpt bij het optimaliseren van je proces.
De HvA benadrukt dat meten weten is. Zoek contact met de HvA. Hun onderzoeksgroepen organiseren regelmatig open dagen en netwerkevenementen.
Daar kun je leren van hun praktijkervaringen. En misschien wel samenwerken aan een project binnen innovatieve living labs en fieldlabs.
Circulair bouwen is geen verre toekomst. Het is nu mogelijk, met de juiste kennis en materialen.
Zoals we zien bij deze iconische houten toren, bewijst de HvA dat elke dag opnieuw.
