Hoe stel je een Informatie Leverings Specificatie (ILS) op voor circulariteit?
Stel je voor: je bent aan het bouwen met oude spullen. Niet zomaar rommel, maar materialen die je van een gesloopt kantoor haalt of van een stadsmijn.
Je gebruikt biobased isolatie van hennep en je wilt precies weten wat er in je gebouw zit, zodat je het ooit weer terug kunt winnen. Dan heb je een ILS nodig. Een Informatie Leverings Specificatie. Dat klinkt formeel, maar het is gewoon een boodschappenlijst voor data.
Een afspraak over wat je precies wilt weten van je bouwmaterialen, zodat je ze later weer kunt gebruiken. Zonder die afspraak krijg je een chaos van PDF’s en Excel-sheets die nergens op slaan.
Met een goede ILS bouw je een digitale tweeling van je gebouw die echt werkt voor circulariteit.
Hieronder leg ik je stap voor stap uit hoe je die opstelt, zonder ingewikkeld gedoe.
Wat je nodig hebt voordat je begint
Voordat je een regel typt, moet je een paar dingen op een rijtje hebben. Je bent namelijk niet alleen een lijstje aan het makenken; je bepaalt hoe de hele keten communiceert.
Zorg dat je een projectcontext helder hebt. Weet je al of je urban mining toepast? Ga je oude stalen balken hergebruiken van een gesloopt pand?
Of gebruik je nieuwe biobased materialen zoals houtvezelplaten van een lokale leverancier?
Je hebt een doel nodig: wat wil je weten over die materialen over 30 jaar? Voer bijvoorbeeld een levenscyclusanalyse van bouwmaterialen uit en zorg voor een digitale omgeving. Je hebt een BIM-model nodig (bijvoorbeeld in Revit of Archicad) en een Common Data Environment (CDE) zoals BIMcollab of Autodesk BIM 360.
Gebruik je een specifiek ILS-formulier? Download die van NL/SFB of van Madaster, of maak een eigen template in Excel.
Reken op 2 tot 4 uur voorbereiding per projectfase. Je budget? Een ILS opstellen kost ongeveer €1.500 tot €3.000, afhankelijk van de grootte van je project en de complexiteit van de materialen.
Verder: zorg dat je een lijstje hebt met alle partijen die betrokken zijn. Architect, aannemer, leveranciers, slopers, adviseurs. Iedereen moet weten wat hij moet aanleveren. En tot slot: een kop koffie. Dit is een klusje waar je rustig voor moet gaan zitten.
Stap 1: Bepaal je circulariteitsdoelen
Eerlijk is eerlijk: zonder doel is een ILS een dure grap. Je wilt weten wat je wilt weten. Voor circulariteit draait het om materiaalhergebruik, demontage en biologische afbreekbaarheid.
- Schrijf je circulariteitsdoelen op. Bijvoorbeeld: “100% van de staalproducten herbruikbaar tegen 2030” of “Geen nieuwe biobased materialen, alleen hergebruikte houtvezelplaten.” Gebruik een template van het Material Passport of de Circular Building Guide.
- Koppel doelen aan materialen. Maak een lijst: staal, beton, hout, biobased isolatie (zoals hennep of schapenwol), en kunststoffen. Geef per materiaal aan wat je wilt weten: herkomst, samenstelling, demontage-instructies.
- Stel een tijdlijn op. Doe dit in de ontwerpfase, uiterlijk bij de VO-fase (Voorlopig Ontwerp). Reken 1 tot 2 weken voor de eerste versie. Fout die je wilt voorkomen: te laat beginnen, waardoor je pas in de UO-fase (Uitvoeringsontwerp) data verzamelt en te veel moet achterhalen.
Dus: welke materialen wil je over 30 jaar terugwinnen? Welke waarde hebben ze nog?
En wat is je plan voor de sloop? Een voorbeeld: voor een project met urban mining uit een oud kantoor in Amsterdam wilden we alleen staal hergebruiken dat voldoet aan de NEN-EN 1090. We stelden als doel: “Minimaal 80% van het staal moet een traceerbaar herkomstcertificaat hebben.” Dit zorgde ervoor dat we direct bij de sloper om die data vroegen.
Stap 2: Kies je dataniveaus en -vormen
Een ILS bepaalt hoe diep je in de data duikt. Je kunt kiezen voor basisinfo (zoals materiaaltype) of uitgebreide data (zoals chemische samenstelling en demontagevideo’s).
- Definieer dataniveaus. Gebruik niveaus van NL/SFB: niveau 1 (basisgegevens), niveau 2 (technische data), niveau 3 (circulaire data). Voor biobased materialen zoals hennepvezelplaten kies je niveau 3: voeg toe wat de afbreekbaarheid is en of het composteerbaar is.
- Bepaal de vorm. Wil je data in IFC (Industry Foundation Classes) of in Excel? IFC is handig voor BIM-modellen, Excel voor lijsten. Voor urban mining-materialen vraag je om foto’s en demontage-instructies in PDF.
- Stel formaten vast. Voor materiaaldata: gebruik ISO 19650-standaarden. Voor circulariteit: voeg een “circulariteitscore” toe (bijvoorbeeld op een schaal van 1-10, gebaseerd op Madaster of Material Passports). Tijd: 2-3 dagen om dit uit te werken. Fout: te veel vragen stellen, waardoor leveranciers afhaken. Begin simpel.
Voor circulariteit is het slim om een mix te nemen: basisinfo voor alles, plus extra voor materialen die je vaak hergebruikt. Stel je voor: je vraagt voor een hergebruikte houten vloer niet alleen het houtsoort, maar ook de lijmsoort en of het behandeld is met chemicaliën. Dit helpt bij de sloop, maar vraag het niet voor elke schroef.
Stap 3: Schrijf de ILS met concrete eisen
Nu wordt het echt. Je schrijft de ILS als een contractstuk: duidelijk, meetbaar, en zonder ruimte voor interpretatie.
- Begin met een inleiding. Beschrijf het project en de circulariteitsdoelen. Bijvoorbeeld: “Deze ILS geldt voor project X, met focus op hergebruik van staal en biobased materialen. Leveranciers moeten data aanleveren volgens NL/SFB niveau 2 en 3.”
- Voeg materiaalspecifieke eisen toe. Voor staal: “Lever een herkomstcertificaat volgens NEN-EN 1090, inclusief lasdetails en demontage-instructies.” Voor biobased isolatie (zoals hennep): “Lever een productdataheet met R-waarde, brandklasse en composteerbaarheid.” Voor urban mining: “Voeg foto’s van het materiaal toe en een rapport van de sloop inspectie.”
- Stel deadlines vast. Eerste datalevering bij VO: 2 weken na opdracht. Eindversie bij UO: 4 weken later. Reken op 1 uur per leverancier om de ILS te bespreken. Fout: geen deadlines noemen, waardoor data nooit komt. En: vergeet niet om een sjabloon te delen, zodat iedereen weet hoe het moet.
Gebruik een template of maak een eigen document. Zorg dat elke eis is gekoppeld aan een materiaal en een dataniveau volgens de Nederlandse standaard voor bouwdata. Tip: gebruik specifieke merken of producten als voorbeeld. Vraag bijvoorbeeld om data voor “Kingspan houtvezelplaten” of “Staal van Tata Steel, hergebruikt uit sloopproject Y.” Dit maakt het concreet en voorkomt vage antwoorden.
Stap 4: Test en verfijn de ILS
Een ILS is geen eenmalig document. Test het eerst met een paar materialen voordat je het hele project erop instelt.
- Test met een pilot. Kies 2-3 materialen, bijvoorbeeld een hergebruikte staalbalk en een biobased plaat. Vraag leveranciers om data aan te leveren volgens je ILS. Kijk of de data klopt en of je ermee kunt werken in je BIM-model. Tijd: 1 week.
- Vraag feedback. Bespreek de testresultaten met je team en leveranciers. Was de demontage-instructie duidelijk? Was de R-waarde van de isolatie compleet? Pas de ILS aan waar nodig. Bijvoorbeeld: voeg een extra veld toe voor “circulaire waarde” als je merkt dat je die mist.
- Voorkom fouten. Een veelgemaakte fout is te technisch worden: leveranciers snappen het niet en leveren onvolledige data. Houd het simpel. Een andere fout: niet controleren of de data klopt. Gebruik tools zoals Madaster of een materiaalpassport-checker om te verifiëren.
Zo voorkom je dat je later moet bijsturen, zeker wanneer je kiest voor generatief ontwerpen voor minimale verspilling. Een voorbeeld: in een pilot met urban mining-materialen bleek dat slopers geen foto’s leverden. We voegde een eis toe: “Minimaal 3 foto’s per materiaal, inclusief maatvoering.” Dit kostte extra tijd, maar het leverde bruikbare data op.
