Hoe een fabrikant een EPD aanvraagt voor een biobased product
Je staat te popelen om je biobased bouwproduct in de markt te zetten, maar je merkt dat opdrachtgevers vragen om een EPD.
Dat Environmental Product Declaration is het onmisbare bewijs voor de milieu-impact van je product. Zonder EPD blijft je circulaire of biobased materiaal vaak onzichtbaar in aanbestedingen. Dit stappenplan helpt je zonder stress door het proces, specifiek voor biobased materialen en circulaire toepassingen. We gaan direct aan de slag, stap voor stap.
Wat je nodig hebt voordat je begint
Voordat je aan een EPD begint, verzamel je eerst de juiste basisgegevens. Je hebt een duidelijk productomschrijving nodig: welke biobased grondstof, welke toepassing en welke afmetingen.
Denk aan houtvezelisolatie van 120 mm dik of biocomposiet gevelpanelen van 2400 x 600 mm.
Zorg voor een productcategorie volgens de juiste norm, bijvoorbeeld EN 15804 voor bouwproducten. Je hebt ook een levensduur nodig, bijvoorbeeld 50 jaar voor een biobased gevelpaneel. Verzamel productiegegevens: hoeveelheid per jaar, locatie van de fabriek en het energieverbruik per product-eenheid.
Je hebt ook materiaaldata nodig: gewicht per m², recycled percentage en herkomst van de biobased grondstof. Zorg voor een levenscyclusanalyse (LCA) in een gecertificeerd softwarepakket, bijvoorbeeld SimaPro of GaBi.
Vraag je leveranciers om hun materiaaldata, zodat je geen inschattingen hoeft te maken. Je hebt een budget nodig: een EPD kost tussen de €2.500 en €7.000, afhankelijk van de complexiteit. Je hebt een tijdsbudget nodig: reken op 6 tot 12 weken. Tot slot heb je een partner nodig: een EPD-programmaoperator of een gecertificeerd bureau dat je helpt met de verificatie. Kies een operator die biobased producten kent, zoals het NMD (Nationale Milieudatabase) of IBU.
Stap 1: Kies de juiste EPD-programmaoperator
De eerste stap is het kiezen van een EPD-programmaoperator. Voor biobased bouwmaterialen in Nederland is het NMD een logische keuze.
Het IBU is ook geschikt, vooral voor Duitstalige markten. Kies een operator die je productcategorie herkent en die werkt met de EN 15804-norm.
Vraag bij de operator naar de specifieke eisen voor biobased materialen, zoals hout, stro, vlas of biocomposieten. Neem contact op met de operator en vraag naar de procedure voor een product-EPD. Je krijgt een lijst met benodigde documenten en een offerte.
Vraag ook naar de verwerkingstijd: bij het NMD duurt de verificatie meestal 4 tot 6 weken. Zorg dat je de offerte goed leest: controleer of de kosten voor de LCA, de verificatie en de publicatie zijn inbegrepen.
Vraag of er extra kosten zijn voor biobased of circulaire producten. Een veelgemaakte fout is het kiezen van een operator zonder biobased ervaring. Dat leidt tot extra vragen en vertraging. Een andere fout is het vergeten van de publicatiekosten: sommige operators rekenen apart voor de publicatie in de database. Wees hierop voorbereid.
Stap 2: Verzamel en structureer je productdata
Je begint met het verzamelen van je productdata. Je hebt een productkaart nodig met gewicht, afmetingen en materiaalsamenstelling.
Bij een biobased gevelpaneel geef je aan: 100% houtvezel, 12 kg/m², 2400 x 600 mm. Je geeft ook de levensduur aan, bijvoorbeeld 50 jaar, en de onderhoudsinterval, bijvoorbeeld elke 10 jaar schilderen. Je geeft de verwerkingsmethode aan: schroeven of lijmen.
Je verzamelt de LCA-data: grondstofwinning, productie, verpakking, transport en eind-of-leven. Voor biobased materialen meet je de CO2-opslag in het materiaal.
Gebruik de cradle-to-grave aanpak, maar je kunt ook kijken naar het verschil tussen certificeringen als je materiaal volledig herbruikbaar is. Gebruik software die de EN 15804-methodiek ondersteunt. Voer de data in per product-eenheid, bijvoorbeeld per m² of per stuk. Veelgemaakte fouten zijn het negeren van de verpakking en het vergeten van het transport van de grondstof.
Bij biobased materialen is de herkomst van de grondstof cruciaal: geef aan of het reststromen zijn of specifiek gekweekt materiaal. Zorg dat je de data controleert op volledigheid voordat je een certificaat voor je biobased product aanvraagt; ontbreken er gegevens, dan moet je inschattingen maken en documenteren.
Stap 3: Voer de LCA uit en stel de EPD op
Je voert de levenscyclusanalyse uit in je software. Je voert de productiegegevens in: energieverbruik, waterverbruik en afvalproductie.
Je voert de materiaaldata in: gewicht, recycled percentage en biobased percentage. Je voert de transportgegevens in: afstand van grondstof naar fabriek en van fabriek naar klant.
Je voert de eind-of-leven in: recycling, verbranding of storten. Je stelt de EPD op volgens de template van de operator. De EPD bevat productinformatie, LCA-resultaten en milieu-impact per indicator.
Je geeft de milieu-impact aan per categorie: klimaatverandering, ozonlaag, verzuring, eutrofiëring en grondstofgebruik. Je geeft ook de CO2-opslag aan voor biobased materialen.
Je voegt een technische datasheet toe met producteigenschappen en toepassingsgebied. Veelgemaakte fouten zijn het niet correct weergeven van de CO2-opslag en het vergeten van de onzekerheidsmarge. Bij biobased materialen is de onzekerheidsmarge vaak groter, dus geef deze aan in de EPD voor bouwmaterialen. Een andere fout is het niet voldoen aan de categorie-specifieke regels: zorg dat je de juiste productcategorie kiest volgens EN 15804.
Stap 4: Laat de EPD verifiëren en publiceer
Je stuurt de EPD op naar de operator voor verificatie. De verificatie duurt meestal 4 tot 6 weken.
De verifier controleert de data, de methodiek en de conformiteit met de norm. Je ontvangt vragen en opmerkingen: reageer binnen 5 werkdagen om vertraging te voorkomen.
De kosten voor verificatie zitten meestal in de offerte, maar controleer dit. Na goedkeuring publiceert de operator je EPD in de database. Je krijgt een EPD-nummer en een publicatiedatum. Je kunt de EPD downloaden als PDF en gebruiken in aanbestedingen.
Je kunt de EPD ook delen met opdrachtgevers en architecten. Zorg dat je de EPD актуал houdt: bij productwijzigingen moet je een nieuwe EPD aanvragen.
Veelgemaakte fouten zijn het niet bijhouden van de EPD na productwijzigingen. Een andere fout is het vergeten van de publicatie in de juiste database: zorg dat je EPD in het NMD of IBU staat voor de Nederlandse markt. Wees proactief: stuur je EPD naar opdrachtgevers voordat ze erom vragen.
Verificatie-checklist
- Productomschrijving compleet: biobased materiaal, afmetingen, gewicht, levensduur.
- LCA-data volledig: grondstof, productie, transport, verpakking, eind-of-leven.
- CO2-opslag correct berekend en documenteerd.
- EPD opgesteld volgens template van de operator.
- Verificatie aangevraagd en kosten gecontroleerd.
- Publicatie in juiste database bevestigd.
- EPD-nummer opgeslagen en gedeeld met opdrachtgevers.
