Het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 en de bouwsector
Stel je voor: je bouwt een huis en je wilt niet alleen goed materiaal, maar je wilt ook dat het ooit weer terugkomt. Dat is precies wat het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 wil. Het is een duidelijke routebeschrijving naar een economie waarin we niets verspillen en alles hergebruiken.
De bouwsector staat hierbij centraal, want die is verantwoordelijk voor een enorme berg grondstoffen en afval.
Dit programma zet de toon voor een nieuwe manier van bouwen, met biobased materialen en slim hergebruik. Het is een visie die je direct in je portemonnee en op de bouwplaats voelt.
Wat is het Nationaal Programma Circulaire Economie?
De naam klinkt formeel, maar het idee is simpel. Het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) 2023-2030 is een plan van de Nederlandse overheid. Het doel?
In 2030 is 50% van de gebruikte grondstoffen in Nederland circulair. In 2050 willen we helemaal geen primaire grondstoffen meer gebruiken. De bouwsector is hierin een van de belangrijkste speerpunten.
Waarom is dit zo nodig? Omdat we nu nog een lineaire economie hebben: we halen grondstoffen, maken er iets van, en gooien het na gebruik weg.
Dat is niet meer houdbaar. De bouw slurpt zand, grind en steen, en produceert bergen puin.
Dit programma draait dat om. Het stimuleert om materialen te behouden, te hergebruiken en te recyclen. Denk aan hout dat je uit een slooppand haalt en opnieuw gebruikt, of aan isolatiemateriaal van vlas of hennep. Een cruciaal onderdeel van het programma is de Circulaire Bouwagenda.
Hierin staan concrete doelen voor de bouw. Zo moet in 2030 100% van de nieuwe woningen en kantoren circulair worden gebouwd.
Dat betekent dat ze zijn ontworpen om makkelijk uit elkaar te halen en her te gebruiken. Materialen krijgen een ‘paspoort’ waarin staat wat erin zit, zodat je precies weet wat je later weer kunt inzetten. Dit maakt urban mining – het ‘oogsten’ van materialen uit bestaande gebouwen – tot een serieuze optie.
Waarom dit programma voor jouw bouwproject essentieel is
Als je nu een huis bouwt of renoveert, merk je direct de impact. De regels veranderen en subsidies schuiven. Het NPCE zorgt voor nieuwe wetgeving, zoals de Aanbestedingswet.
Gemeenten en provincies moeten bij aanbestedingen eisen stellen aan circulariteit. Dat betekent dat je bouwplan niet alleen op prijs wordt beoordeeld, maar ook op hoe duurzaam en herbruikbaar het is.
Financieel gezien is er veel te winnen. Materialen worden schaarser en dus duurder.
Door nu te kiezen voor biobased materialen zoals houtwolisolatie of schelpenisolatie, ben je minder afhankelijk van prijsschommelingen. Een pak houtwol van 15 cm dik kost ongeveer €15 per vierkante meter. Dat is vergelijkbaar met glaswol, maar met een veel lagere CO2-voetafdruk.
Bovendien zijn er subsidies, zoals de Subsidieregeling Verduurzaming Gebouwde Omgeving (SVVG), die circulaire investeringen belonen.
Het programma zet ook in op samenwerking. Bouwers, architecten en leveranciers moeten samenwerken. Stel je voor: je koopt biobased platen van het merk HempFlax. Deze platen zijn gemaakt van hennep en zijn volledig composteerbaar.
Door een circulair contract af te sluiten, neemt de leverancier het materiaal na 50 jaar terug. Dat bespaar je kosten en moeite. Het NPCE moedigt dergelijke nieuwe verdienmodellen aan, zoals product-as-a-service.
De kern en werking: hoe het werkt in de praktijk
Het NPCE draait om drie pijlers: slimmer ontwerpen, materiaalgebruik verlagen en grondstoffen behouden conform de transitie-agenda circulaire bouweconomie. Eerst kies je voor biobased materialen die lokaal beschikbaar zijn.
Denk aan vlas voor isolatie of schelpen voor drainage. Deze materialen zijn vaak lichter en makkelijker te verwerken. Een pak vlasisolatie van 10 cm dik kost rond de €12 per m².
Dit is een stuk betaalbaarder dan sommige high-tech materialen. Ten tweede gaat het om hergebruik.
Urban mining is hierbij het sleutelwoord. Je haalt materialen uit bestaande gebouwen en geeft ze een nieuw leven. Bijvoorbeeld bakstenen uit een gesloopt pand.
Die kosten nu €0,50 per stuk, terwijl nieuwe stenen €1,20 kosten. Het NPCE stimuleert dit via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Zij bieden subsidies voor onderzoek naar materiaalpaspoorten. Zo weet je precies welke materialen beschikbaar zijn en wat hun kwaliteit is.
Een concreet voorbeeld is het project ‘Circulair Slopen’ van Madaster. Dit platform registreert gebouwen als materiaalpaspoort. Als je een pand sloopt, kun je via Madaster zien welke materialen je kunt hergebruiken. Een houten balk van 5 meter lang is dan direct te koop voor €20 per stuk.
Dit bespaart je de aanschaf van nieuw hout en verlaagt je afvalkosten. Het NPCE zorgt ervoor dat dergelijke platforms steeds meer de standaard worden.
De werking is verder gebaseerd op ketensamenwerking. Je sluit contracten af waarin je afspraken maakt over materialen. Stel je bouwt een schuur met CLT (Cross Laminated Timber) platen van bijvoorbeeld het merk Stora Enso.
Je spreekt af dat deze platen na 30 jaar worden teruggenomen voor hergebruik. De kosten voor deze platen liggen rond de €500 per m³, maar door hergebruik dalen de totale kosten op lange termijn. Dit is een direct resultaat van het NPCE.
Varianten en modellen: wat werkt voor jouw budget?
Er zijn verschillende modellen om circulair te bouwen, afhankelijk van je budget. Een eenvoudig model is het ‘cradle-to-cradle’ ontwerp.
Hierbij kies je materialen die volledig biologisch afbreekbaar zijn. Denk aan houtwol van Gutex of schelpen van Schelpenhandel Van der Sande.
De kosten voor houtwol isolatie zijn ongeveer €18 per m². Dit is iets duurder dan traditionele isolatie, maar je bespaart op energie en afvalverwerking. Een ander model is het ‘product-as-a-service’ model.
Hierbij huur je materialen in plaats van ze te kopen. Bijvoorbeeld de Flexibele Houten Vloer van Merk Timber. Je betaalt maandelijks €5 per m², en na 20 jaar neemt de leverancier de vloer terug voor hergebruik. Dit model verlaagt je initiële investering en verzekert je van materiaal van hoge kwaliteit.
Het NPCE stimuleert dit via fiscale voordelen, zoals de MIA (Milieu-investeringsaftrek). Voor grotere projecten is er het ‘urban mining’ model.
Hierbij koop je materialen van gesloopte gebouwen. Een bakstenen muur van 10 m² kost via urban mining ongeveer €200, inclusief verwerking.
Dit is 30% goedkoper dan nieuwe stenen. Platforms zoals Madaster helpen bij het vinden van deze materialen. Het NPCE zorgt voor standaardisatie, zodat je weet wat je koopt.
- Biobased isolatie (vlas/houtwol): €12-18 per m²
- CLT-platen (hout): €500 per m³
- Herbruikbare bakstenen: €0,50 per stuk
- Product-as-a-service vloer: €5 per m² per maand
Prijsindicaties op een rij: Deze modellen zijn flexibel. Je kunt ze combineren.
Bijvoorbeeld: biobased materialen voor de wanden en een service-model voor de vloer. Het NPCE geeft je de ruimte om te experimenteren, met steun van subsidies.
Praktische tips om direct mee aan de slag te gaan
Begin klein. Kies voor één circulair element in je bouwproject, zoals isolatie van hennep of schelpen.
Dit is betaalbaar en makkelijk te verwerken. Neem contact op met een leverancier zoals HempFlax voor een offerte.
Vraag naar materialen met een materiaalpaspoort. Check subsidies via de RVO. De SVVG subsidieert tot 30% van de kosten voor circulaire materialen.
Voor een project van €50.000 kun je dus €15.000 terugkrijgen. Ook de MIA en VAMIL bieden fiscale voordelen.
Zorg dat je deze aanvraagt vóór je start met bouwen. Sluit je aan bij een netwerk. Organisaties zoals de Dutch Green Building Council (DGBC) bieden workshops aan. In deze gids voor circulair bouwen leer je van anderen en vind je leveranciers.
Gebruik platforms zoals Madaster om materialen te vinden. Stel een materiaalpaspoort op voor je eigen project, zodat het later weer herbruikbaar is.
Plan je sloop of renovatie slim. Voer een materialeninvent
