Het meten van de circulaire prestatie van een uitgevoerd bouwproject

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Thomas Hoekstra
Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Uitvoering, Demontabel Bouwen & Urban Mining · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Je bouwproject is af. De muren staan, de ramen zitten erin, en het ziet er prachtig uit.

Maar is het ook écht circulair? Hoe meet je dat eigenlijk? Het is een vraag die steeds vaker klinkt op de bouwplaats.

Het gaat niet alleen om een groen label, maar om de werkelijke impact.

Wil je weten of je materialen terug de keten in kunnen? Dan moet je de prestaties meten. Dit is je gids voor het meten van de circulaire prestatie van een uitgevoerd bouwproject.

Wat betekent circulaire prestatie meten?

Stel je voor: je bouwt een huis. Bij een traditioneel project belandt na 50 jaar alles op de afvalberg.

Bij een circulair project is dat anders. Het meten van de circulaire prestatie betekent dat je precies bijhoudt wat er in je project zit en wat er later weer uit kan. Je kijkt naar de materialen, de levensduur en de waarde die behouden blijft. Het gaat verder dan alleen recyclen.

Je kijkt naar de kwaliteit van de materialen. Kun je de stalen balken over 30 jaar nog steeds gebruiken zonder ze opnieuw te bewerken?

Is het hout van de gevel nog steeds van hoge kwaliteit? Dit noem je de circulaire waarde.

Je meet dit door te kijken naar de hoeveelheid hergebruikte materialen en de potentie om ze opnieuw te gebruiken. Een goed voorbeeld is de toepassing van hergebruikte bakstenen. Je kunt tellen hoeveel stenen je uit een sloopproject hebt gehaald.

Je kunt ook de kwaliteit testen. Een simpele test vertelt je of de steen nog sterk genoeg is voor een nieuwe constructie. Dit is een concreet getal: bijvoorbeeld 1.200 stenen van 210 x 100 x 65 mm, afkomstig uit een gesloopt kantoorpand.

Waarom is dit meten zo belangrijk?

Waarom zou je hier tijd aan besteden? Omdat het je geld bespaart en je toekomst veiligstelt.

Materialen worden schaars en duurder. Door nu te meten, weet je precies welke waarde je in de toekomst kunt terugwinnen.

Dit heet urban mining: je eigen gebouw zien als een mijn vol bruikbare grondstoffen. Opdrachtgevers vragen hier steeds vaker om. Een woningbouwcorporatie of gemeente wil weten of hun investering duurzaam is.

Zonder meetbare data kun je geen circulair certificaat krijgen. Denk aan een score als Circularity Passport of de Material Passport. Deze documenten laten zien wat er in je gebouw zit. Zonder deze data loop je opdrachten mis.

Je voorkomt ook financiële risico's. Als je nu meet, weet je wat de sloopkosten straks zijn.

Traditionele sloop is duur. Een demontabel gebouw waarbij je materialen netjes kunt losmaken, levert geld op.

Je verkoopt de materialen namelijk door. Een meting laat zien hoeveel geld er in de muren zit dat je terug kunt verdienen.

De kern: hoe werkt de meting in de praktijk?

Het meten begint al tijdens de bouw, niet pas als het af is.

Je houdt een materiaalregister bij. Dit is een lijst van alles wat er in het gebouw komt.

Je noteert niet alleen de hoeveelheid, maar ook het gewicht, de samenstelling en de herkomst. Gebruik je biobased materialen zoals houtwolisolatie of vlas? Noteer dan het gewicht per vierkante meter en de levensduur. Een handige tool is de Material Passport software.

Programma’s zoals Madaster of One Click LCA helpen je bij het invullen.

Je voert in: 500 m2 gevelplaten van gerecycled aluminium, type AluK. De software berekent direct de circulaire waarde. Je kunt ook meten met een eenvoudige Excel-lijst als je budget klein is.

Er zijn specifieke indicatoren om te meten: Stel je voor: je bouwt een schuur met 100% hergebruikt Douglas hout. Je meet dat er 2.000 kg hout in zit.

  • Percentage hergebruikte materialen: Hoeveel procent van het gewicht is al eerder gebruikt?
  • Potentieel hergebruik: Hoeveel procent is na de sloop nog bruikbaar zonder bewerking?
  • Biobased inhoud: Welk deel van het materiaal is hernieuwbaar?

Na 40 jaar schat je in dat 90% nog bruikbaar is. Je circulaire score is dan hoog.

Je telt ook de schroeven mee: zijn die van RVS en makkelijk los te draaien? Of zitten ze vastgelijmd?

Modellen en methoden: welke kies je?

Er zijn verschillende modellen om je score te berekenen. Elk model heeft zijn eigen focus.

Het bekendste in Nederland is de Materialenpaspoort-methodiek. Dit werkt met een score van 0 tot 100.

Een score van 70 of hoger wordt gezien als goed circulair. Madaster is een platform waar je deze paspoorten kunt aanmaken. De kosten hiervoor zijn ongeveer € 0,50 per m2 vloeroppervlakte per jaar.

Een ander model is de Circulaire Bouw Keten (CBK) score. Dit kijkt naar de hele keten: van winning tot sloop, waarbij de synergie tussen lean en circulair centraal staat.

Je meet hier de CO2-uitstoot en de circulariteit tegelijk. Dit is handig als je ook je klimaatimpact wilt weten. Er zijn gratis tools zoals de ECO Calculator van de Rijksoverheid. Deze is specifiek voor biobased materialen.

  1. Gebruik van hergebruikte materialen (minimaal 20% van het totaalgewicht).
  2. Demontabel ontwerp (schroefverbindingen in plaats van lijm).
  3. Biobased materialen (minimaal 10% van het volume).

Voor de serieuze professional is er de LEED-score of BREEAM-NL. Deze systemen geven punten voor circulariteit, waarbij prefab bouwen als versneller vaak een grote rol speelt.

Een BREEAM-NL certificering kost tussen de € 5.000 en € 15.000 voor een gemiddeld woningbouwproject. Je krijgt punten voor: De keuze hangt af van je budget en de eisen van de opdrachtgever. Voor een kleiner project volstaat een Excel-lijst en een eenvoudige weging van materialen.

Praktische tips voor een soepel meetproces

Wil je direct beginnen? Pak pen en papier en loop je bouwproject na.

Noteer alles wat je ziet. Vraag je leveranciers om de herkomst van hun materialen.

Een goede leverancier van biobased materialen, zoals Ecoboard of Plateau hout, levert standaard een productpaspoort mee. Vraag hier altijd om. Zorg dat je demontabel bouwt.

Gebruik geen chemische lijmen die het materiaal onbruikbaar maken. Kies voor schroeven, bouten en moeren. Dit maakt het meten makkelijker. Je kunt de materialen straks namelijk zonder beschadiging verwijderen.

Een voorbeeld: gebruik Schroefbare gevelbekleding in plaats van verlijmde platen. Plan je meting in tijdens de bouw.

Wacht niet tot het einde. Controleer wekelijks of de materialen op de juiste plek komen en of de hoeveelheden kloppen.

Maak foto’s van de verbindingen. Dit helpt bij de demontage later. En tot slot: deel je resultaten.

Vertel je opdrachtgever wat je hebt gemeten. Dit bouwt vertrouwen op en zorgt voor meer circulaire projecten in de toekomst.

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Over Thomas Hoekstra

Thomas is bouwkundig ingenieur en adviseur circulaire economie in de bouwsector. Hij helpt aannemers, architecten en opdrachtgevers met de transitie naar circulair en biobased bouwen.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Uitvoering, Demontabel Bouwen & Urban Mining
Ga naar overzicht →