Global Warming Potential (GWP) als parameter binnen de LCA uitgelegd

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Thomas Hoekstra
Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Concepten, Wetgeving & Subsidies · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Stel je voor: je staat op een bouwplaats en je wilt weten hoe duurzaam je materiaalkeuze is.

Je kijkt naar de Levenscyclusanalyse (LCA), de meetlat voor milieubelasting. Binnen die analyse is er één getal dat de show steelt: de Global Warming Potential, oftewel GWP. Dit cijfer vertelt je precies hoeveel broeikasgassen jouw materiaal of product uitstoot, uitgedrukt in kilo's CO2-equivalent. Het is de taal van klimaatimpact, en als je circulair of biobased bouwt, is dit het getal waarmee je je successen meet.

Wat is GWP eigenlijk?

GWP is een schaal. Het zet de impact van verschillende broeikasgassen om in één vergelijkbaar getal.

Stoot je 1 kilo methaan uit? Dan is dat ongeveer 28 tot 34 keer schadelijker voor het klimaat dan 1 kilo CO2. GWP zet dat om naar 28-34 kg CO2-equivalent (CO2-eq).

Zo kun je alles vergelijken: CO2, methaan, lachgas, en zelfs nieuwe gassen uit koudemiddelen.

In een LCA kijk je naar de hele levenscyclus: van grondstofwinning tot en met afvalverwerking. GWP is daarbinnen de belangrijkste indicator voor klimaatverandering. Het is wettelijk vastgelegd in normen zoals EN 15804 en de CO2-prestatieladder. Zonder GWP kun je geen vergroeningspremies aanvragen of je score op de Nationale Milieudatabase verbeteren.

Waarom GWP zo cruciaal is voor jouw project

Als je werkt met circulair bouwen of biobased materialen, wil je aantonen dat je echt minder CO2 uitstoot.

GWP is je bewijslast. Een houtskeletbouw woning met Cross Laminated Timber (CLT) van bijvoorbeeld Stora Enso of Metsä Wood heeft een lage GWP, terwijl een betonnen constructie vaak boven de 300 kg CO2-eq per m2 zit. Met GWP kun je dat verschil in cijfers laten zien. Subsidies en wetgeving hangen aan GWP.

De Subsidieregeling Verduurzaming Gebouwde Omgeving (SVGO) eist een GWP-reductie van minimaal 30% ten opzichte van de referentie. Ook bij BREEAM-NL of LEED-certificering telt GWP zwaar.

Zonder accurate GWP-cijfers loop je duizenden euro's subsidie mis. Daarnaast helpt GWP bij het maken van keuzes.

Wil je isoleren met hennepvezelplaten van HempFlax of met EPS? De GWP-waarde laat zien dat hennep vaak onder de 10 kg CO2-eq per m2 blijft, terwijl EPS makkelijk boven de 50 kg zit. Zo kies je niet alleen op prijs, maar op impact.

Hoe GWP werkt in een LCA: de kern uitgelegd

Een LCA bestaat uit vier fases: productie, bouw, gebruik en einde levensduur.

In elke fase meet je energie, water, afval en uitstoot. GWP is de som van alle broeikasgassen in die fases, omgerekend naar CO2-eq. Je gebruikt hiervoor meetgegevens van fabrikanten of databases. Stel je bouwt met hergebruikte bakstenen uit urban mining.

Je wint de stenen uit een gesloopt gebouw, reinigt ze en zet ze opnieuw in. De productiefase heeft dan bijna nul GWP, want de stenen bestaan al.

Rekenvoorbeeld: vergelijking isolatiematerialen

Maar je moet wel rekening houden met transport en reiniging. Een vrachtwagenrit van 100 km levert ongeveer 20 kg CO2-eq op voor de stenen.

Dat zet je tegenover de 500 kg CO2-eq van nieuwe bakstenen. In de gebruiksfase kijk je naar onderhoud en energieverbruik. Biobased materialen zoals hout of vlas isoleren beter, waardoor het energieverbruik daalt en de GWP lager wordt.

  • EPS (polystyreen): productie 40 kg CO2-eq, transport 5 kg, totaal 45 kg CO2-eq.
  • Minerale wol: productie 25 kg CO2-eq, transport 5 kg, totaal 30 kg CO2-eq.
  • Hennepvezelplaat: productie 8 kg CO2-eq, transport 3 kg, totaal 11 kg CO2-eq.

Aan het einde van de levensduur bepaal je of het materiaal gerecycled kan worden. Hout kan worden verbrand of hergebruikt, wat de GWP opnieuw beïnvloedt. Elk detail telt.

Laten we kijken naar drie opties voor dakisolatie, per m2: De hennepvezel wint met ruim 75% lagere GWP. Dit verschil zie je terug in je totale gebouwscore.

Varianten en modellen: wat kies je?

Er zijn verschillende GWP-modellen, afhankelijk van de scope. Cradle-to-gate kijkt alleen tot aan de fabriekspoort, ideaal voor materiaalkeuze.

Cradle-to-grave omvat de hele levensduur, nodig voor gebouwniveau. Voor circulaire projecten is cradle-to-cradle populair, waarbij afval een grondstof wordt en we de abiotische uitputting van grondstoffen minimaliseren.

Prijzen voor LCA-software variëren. Een basisversie van bijvoorbeeld Tally (voor Revit) kost ongeveer €500 per jaar. Uitgebreide tools zoals One Click LCA of EcoChain zitten tussen de €1.000 en €3.000 per jaar, afhankelijk van het aantal projecten.

Voor kleine aannemers is een eenvoudige Excel-LCA met GWP-tabellen vaak voldoende, kost ongeveer €200 voor een licentie. Benieuwd naar de kosten van een professionele LCA?

Er zijn diverse subsidies voor advies beschikbaar. Via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) kun je tot 50% vergoeding krijgen voor duurzaamheidsadvies, inclusief GWP-berekeningen. Check de voorwaarden voor jouw regio.

Keuze per bouwtype

  1. Renovatie: Focus op hergebruikte materialen, lage GWP door urban mining.
  2. Nieuwbouw: Kies biobased materialen zoals CLT of hennep, aim op onder 100 kg CO2-eq per m2.
  3. Utiliteitsbouw: Gebruik modulaire systemen voor eenvoudige GWP-tracking.

Praktische tips voor GWP in jouw project

Start vroeg met meten. Vraag bij leveranciers zoals Bruil of Sikkens altijd de Environmental Product Declaration (EPD) op.

Daarin staan de GWP-cijfers per product. Zonder EPD moet je schatten, wat je score onzeker maakt. Combineer GWP met circulariteit. Gebruik materialen met een lage GWP én een hoog hergebruikpercentage.

Bijvoorbeeld, staal van ArcelorMittal met 90% gerecycled content heeft een GWP van 500 kg CO2-eq per ton, terwijl nieuw staal op 2.000 kg zit. Dat scheelt enorm. Test je berekeningen. Laat je berekening controleren door een onafhankelijke partij die de theorie achter de LCA begrijpt, zoals een bureau gespecialiseerd in biobased bouwen.

Kosten: ongeveer €1.500 voor een volledig rapport. Dit voorkomt fouten en versterkt je subsidieaanvraag.

Hou rekening met regionale data. GWP-waarden verschillen per land. Gebruik Nederlandse databases voor accurate cijfers, zoals de Nationale Milieudatabase.

Vermijd generieke Europese getallen, die zijn vaak te hoog. Documenteer alles. Een goede GWP-analyse is transparant.

Leg uit welke materialen je koos, waarom, en hoe je de cijfers berekende. Dit bouwt vertrouwen op bij opdrachtgevers en certificeerders. Met deze aanpak maak je GWP tot je sterkste wapen in duurzaam bouwen. Je toont impact, wint subsidies en bouwt echt circulair. Aan de slag!

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Over Thomas Hoekstra

Thomas is bouwkundig ingenieur en adviseur circulaire economie in de bouwsector. Hij helpt aannemers, architecten en opdrachtgevers met de transitie naar circulair en biobased bouwen.