GaBi software voor levenscyclusanalyse van bouwmaterialen
Je staat op het punt om een bouwproject te starten. Misschien een nieuw kantoorpand, een rijtjeshuis of de verbouwing van een bestaand gebouw.
Je wilt duurzaam zijn. Circulariteit is het toverwoord.
Je kiest voor biobased materialen, zoals houtvezelisolatie of vlasbeton. Je wilt weten wat de impact is op het milieu. Niet alleen de CO2-uitstoot, maar alles: watergebruik, landgebruik, toxiciteit. Hoe meet je dat?
Hoe weet je zeker dat je keuze voor houtvezel echt beter is dan steenwol?
Hier komt GaBi software om de hoek kijken. Het is de ultieme rekenmachine voor je materiaalkeuze. Je kunt er de levenscyclus van een baksteen mee doorrekenen, of de footprint van een prefab houten wand. Laten we eens kijken wat het precies is en wat het voor jou kan betekenen.
Wat is GaBi software eigenlijk?
Stel je GaBi voor als een gigantische database vol met data over materialen. Het is een softwareprogramma dat is ontwikkeld door het Duitse bedrijf Thinkstep (nu onderdeel van Sphera).
Het staat voor "Ganzheitliche Bilanzierung". Dat betekent zoiets als "geïntegreerde balansberekening".
In de kern is het een tool voor een Levenscyclusanalyse (LCA). Je kunt er de volledige milieu-impact van een product mee berekenen, van wieg tot graf. Dus vanaf de winning van grondstoffen tot en met de verwerking aan het einde van de levensduur.
Waarom is dat interessant voor jou? Omdat je in de bouw steeds vaker moet bewijzen dat je materiaalkeuze goed is.
Denk aan BREEAM certificeringen of de MPG-eis (Milieu Prestatie Gebouwen). Je moet een cijfer kunnen overleggen. GaBi helpt je om die cijfers te genereren. Het is niet zomaar een rekentool; het is een gestandaardiseerde manier van denken over materialen.
Je kunt er bijvoorbeeld precies mee berekenen wat het verschil is tussen een gevel van gerecycled aluminium versus een gevel van nieuw aluminium.
Of wat de impact is van circulaire betonmortel met toevoeging van gerecyclede toeslagmaterialen. Je kunt het zien als een soort Excel, maar dan specifiek voor milieu-impact. Je bouwt een model op van je product.
Je voegt grondstoffen toe, processen, transport. GaBi rekent het allemaal voor je uit.
Het resultaat is een rapportage die je kunt gebruiken voor je BREEAM-assessor of om je klant te overtuigen. Het is de taal van de duurzame bouwer geworden. Zonder deze data loop je gewoon achter.
Hoe werkt het in de praktijk?
Het werkt volgens het principe van "cradle to grave" (of "cradle to cradle" als je het slim aanpakt). Je begint met het definiëren van je product.
Stel, je wilt de impact weten van een wandpaneel gemaakt van mycelium (schimmels). Je opent GaBi. Je maakt een nieuw project aan. Dan ga je materialen toevoegen.
Je zoekt in de database naar "Mycelium". Als het er niet staat (wat waarschijnlijk is voor zo'n nieuw materiaal), moet je zelf een nieuw productproces aanmaken.
Je vult in: hoeveel kilo mycelium, hoeveel kilo houtsnippers als substraat, hoeveel energie het droogproces kost. De software bevat zogenaamde "unit processes". Dit zijn de bouwstenen.
Een voorbeeld: "Winning van zand", "Transport over de weg (50km)", "Elektriciteit (Nederlandse mix)". Je koppelt deze processen aan je materiaal.
Stel je gebruikt 1000 kg gerecycled polystyreen (EPS) voor isolatie. Je zoekt in de bibliotheek naar "EPS recycling process".
Je koppelt dit aan 1000 kg. De software berekent direct de milieubelasting. Dit heet de "Impact Assessment". Je krijgt resultaten in categorieën als GWP (Global Warming Potential, oftewel CO2-equivalent), Ozonlaagverdunning, of Eutrofiering (vermesting).
Een specifieke functie voor de circulaire bouw is de "End of Life" (EOL) module. Hier geef je aan wat er met het materiaal gebeurt na gebruik, conform je richtlijnen voor de ILS.
Gooi je het in de verbrandingsoven? Of gaat het naar een sloopbedrijf voor urban mining? Je kunt instellen dat materiaal wordt hergebruikt.
Als je een stalen balk hergebruikt, hoef je de productie van nieuw staal niet mee te tellen, alleen het transport en de verwerking. Zo toon je de circulariteitswinst aan. Dit is essentieel voor projecten die scoren op hergebruikspotentieel.
Modellen en prijzen: wat kost het?
GaBi is professionele software en dat betaal je. Het is niet iets wat je even downloadt voor een paar tientjes.
Het is een investering. Er zijn verschillende licentiemodellen. Over het algemeen werken ze met een jaarlicentie.
De prijzen hangen af van de grootte van je bedrijf en welke databases je wilt gebruiken. De basis software, de GaBi Professional, is er al vanaf ongeveer €2.500 per jaar.
Hiermee kun je eigen processen maken en rekenen. De echte kracht zit hem in de databases.
Je hebt de GaBi Databases nodig. Dit zijn de kant-en-klare data van materialen. Denk aan de bouwmaterialen database, maar let op de valkuilen bij het registreren. Dit is een aparte licentie.
De prijzen hiervoor liggen vaak tussen de €3.000 en €6.000 per jaar. Wil je alles hebben, inclusief data over landbouw, energie en transport?
Dan kom je al snel uit op een totaalpakket van €8.000 tot €12.000 per jaar. Voor een klein architectenbureau of een aannemer is dat best fors. Gelukkig hoef je dit niet altijd zelf te kopen.
Er zijn gespecialiseerde adviesbureaus die GaBi licenseren. Jij kunt hun inhuren voor een project.
Je stuurt ze de tekeningen en de materiaallijsten, en zij draaien de LCA voor je. De kosten voor zo'n rapportage liggen vaak tussen de €1.500 en €4.000, afhankelijk van de complexiteit. Dit is vaak voordeliger dan een eigen licentie, tenzij je heel veel projecten doet.
Er bestaat ook een "GaBi Student" versie. Als je een student bent of een onderzoek doet, kun je die vaak gratis of met flinke korting krijgen.
Voor wie echt wil experimenteren met biobased materialen is er soms een "GaBi cradle to cradle" module. Deze helpt bij het modelleren van gesloten lussen. Dit is vaak duurder.
Een tip: kijk of je kunt aansluiten bij een netwerk. Soms delen bureaus licenties of werken ze samen.
Zorg dat je weet wat je nodig hebt. Koop niet de duurste optie als je alleen maar de MPG van een simpel tuinhuisje hoeft te berekenen.
Praktische tips voor de bouwpraktijk
Je wilt aan de slag. Hoe pak je dat aan zonder dat je verzuipt in data? Allereerst: begin klein. Pak niet meteen een heel gebouw.
Begin met een specifiek element. Neem een gevelpaneel van gerecycled aluminium.
Probeer in GaBi na te bootsen wat de impact is van nieuw aluminium versus gerecycled. Zo leer je de software kennen.
Je zult merken dat het invullen van data het makkelijkste is als je goede specificaties hebt van je leveranciers. Focus op de "hotspots". In de bouw is dat meestal de productiefase van materialen.
Als je biobased materialen gebruikt, zoals hout, is de landbouw en bewerking belangrijk.
Als je circulair wilt zijn, let dan vooral op de "End of Life" fase. Hoeveel materiaal kan er hergebruikt worden? In GaBi kun je aangeven dat materiaal 100% wordt hergebruikt. Dit verlaagt je score drastisch.
Wees hier creatief in. Urban mining is een speerpunt.
Laat zien dat je materialen terugwint. Check altijd de kwaliteit van je data.
GaBi is zo goed als de data die je erin stopt. Gebruik je een product van een specifieke leverancier? Vraag hun dan om een Environmental Product Declaration (EPD).
Dit is een gestandaardiseerd rapport over de milieu-impact. Veel EPD's zijn gebaseerd op GaBi data. Je kunt deze EPD vaak importeren in GaBi.
Dat scheelt je een hoop typewerk en je bent verzekerd van betrouwbare data.
Denk aan EPD's van merken als Eternit (vezelcement), Rockwool (steenwol) of Unilin (isolatie). Een laatste tip: combineer GaBi met BIM (Bouw Informatie Modellen).
Tegenwoordig zijn er plugins die je BIM-model koppelen aan LCA-databases. Met de beste LCA-software voor de bouw bereken je in één klik de milieu-impact van je hele gebouw. Dit is de toekomst.
Je hoeft niet alles handmatig in te voeren. Zo wordt GaBi geen last, maar een krachtig hulpmiddel om echt impact te maken met circulair en biobased bouwen.
