EU Taxonomie en de classificatie van circulaire bouwactiviteiten

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Thomas Hoekstra
Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Circulaire Economie & Business Modellen · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Stel je voor: je bent bouwer, ontwikkelaar of investeerder en je wilt écht circulair bouwen. Je gebruikt biobased materialen, doet aan urban mining en hergebruik je materialen maximaal.

Maar dan komt de EU Taxonomie om de hoek kijken: wat telt nu écht als circulair volgens Europa?

En hoe zit het met de harde cijfers en drempels? Dit is je gids zonder wollige taal, met concrete getallen en stappen die je morgen kunt toepassen.

Circulaire criteria EU Taxonomie nauwelijks gehanteerd

Veel bouwers doen al aan circulair bouwen, maar passen de EU Taxonomie-criteria amper toe.

Dat is een veelgemaakte fout: circulair bouwen en voldoen aan de Taxonomie zijn niet hetzelfde. De Taxonomie is een classificatiesysteem voor duurzame activiteiten en helpt bij financiering en rapportage, maar de praktijk loopt nog voorop. De EU Taxonomie kent zes klimaatdoelen.

Bouw is vooral relevant voor Klimaatdoel 1 (mitigatie), Klimaatdoel 2 (adaptatie) en Klimaatdoel 4 (circulaire economie). Voor Klimaatdoel 4 geldt: alleen nieuw- en renovatie-activiteiten tellen, niet de verwerving of het eigendom van bestaande gebouwen.

Uitdagingen in haalbaarheid bij het gebruik van primaire grondstoffen

Focus in de praktijk eerst op mitigatie en adaptatie. Die criteria zijn nu beter haalbaar.

  • Beton: maximaal 70% primair
  • Bakstenen: maximaal 70% primair
  • Biobased materialen: maximaal 80% primair
  • Glas: maximaal 70% primair
  • Staal/metaal: maximaal 30% primair
  • Gips: maximaal 65% primair
  • Plastics: maximaal 50% primair

Circulair bouwen kan wél, maar de Taxonomie-criteria voor circulaire economie worden nog weinig toegepast. Het gevolg? Projecten zijn duurzaam, maar niet per se Taxonomie-conform. De grootste valkuil zit in de drempels voor primaire grondstoffen. Die zijn hoog en soms lastig praktisch in te vullen.

De EU stelt harde maximumpercentages per materiaal: Biobased materialen met een 80%-drempel zijn praktisch lastig, zeker bij toepassing van nieuwe biocomposieten.

Werk met maatwerk grondstroomoptimalisatie: kies voor lokaal gewonnen materialen, hergebruikte fracties en slimme logistiek. Zo kom je dichter bij de drempels zonder in te leveren op kwaliteit. Minimaal 90% (naar gewicht) bouw- en sloopafval moet hergebruikt of gerecycled worden, exclusief opvulling (backfilling).

Dat vraagt om goede scheidingsstromen en betrouwbare partners. De praktijk leert dat dit met goede logistiek en digitalisering wél lukt.

EU Taxonomie handreiking uitgebreid: ‘Circulariteit wordt verder meetbaar in Europa’

De Dutch Green Building Coalition (DGBC) heeft in juni 2023 een uitgebreide handreiking uitgebracht voor de EU Taxonomie.

Deze handreiking voegt specifieke circulaire criteria toe en sluit beter aan op de Nederlandse regelgeving. Daarmee wordt circulariteit in Europa steeds beter meetbaar en financierbaar.

De EU Taxonomie bouwt voort op het Level(s)-framework, een meetlat voor duurzaam bouwen op EU-niveau. Level(s) geeft indicatoren voor prestaties, en de Taxonomie vertaalt die naar een classificatie die financiering en rapportage mogelijk maakt. Dat helpt bij het aantrekken van groen kapitaal. In Nederland is de Omgevingswet per 1 januari 2024 ingegaan.

Definitieve criteria

De DGBC-handreiking is hierop geactualiseerd, zodat je als bouwer of ontwikkelaar beter kunt aansluiten bij zowel Europese als Nederlandse regels.

Dat schept duidelijkheid en versnelt de implementatie. De definitieve criteria van de EU Taxonomie zijn helderder geworden, maar blijven streng. Voor circulaire bouwactiviteiten draait het om hergebruik, recycling en het beperken van primaire grondstoffen.

Aansluiting bij Level(s)

De 90%-afvaldoelstelling en de materiaalspecifieke drempels zijn leidend. De criteria zijn technisch en meetbaar.

Dat betekent dat je goede data nodig hebt: gewichten, materiaalsamenstelling en herkomst.

Specifiek voor bouw en vastgoed

Zonder data lukt het niet om conform te rapporteren. Level(s) biedt een breed framework voor duurzaam bouwen, met indicatoren voor klimaat, gezondheid, water, grondstoffen en levensduur. De EU Taxonomie selecteert hieruit de activiteiten die in aanmerking komen voor duurzame financiering.

Voor circulaire bouw betekent dit: je moet laten zien dat je materiaalstromen beheerst en dat je voldoet aan hergebruik- en recyclingnormen. Level(s) helpt bij het meten, de Taxonomie bij het classificeren.

De Taxonomie onderscheidt activiteiten per sector. Voor bouw en vastgoed gaat het om nieuw- en renovatieprojecten die voldoen aan de circulaire criteria.

Omgevingswet en EU Taxonomie

Bestaande gebouwen tellen voor Klimaatdoel 4 niet mee, wel voor mitigatie en adaptatie. Biobased materialen, hergebruikte materialen en urban mining spelen een sleutelrol.

Denk aan hergebruikte bakstenen, staal uit sloopprojecten, biobased isolatie en circulair beton. Deze materialen helpen om de primaire-grondstofdrempels te halen. De Omgevingswet bundelt regels voor ruimte, wonen, milieu en natuur. Per 1 januari 2024 is deze wet ingegaan.

De EU Taxonomie sluit hierop aan via de DGBC-handreiking, waardoor je in één keer voldoet aan zowel nationale als Europese eisen.

Praktisch betekent dit: werk met geïntegreerde vergunningen, digitaliseer je materiaalstromen en leg vast hoe je voldoet aan de Taxonomie-criteria. Dat vergemakkelijkt financiering en versnelt je project.

EU Taxonomie verduidelijkt in elf stappen met praktische voorbeelden

Om de Taxonomie toegankelijk te maken, volgen hier elf stappen met praktische voorbeelden uit circulair bouwen, biobased materialen, duurzaam hergebruik en urban mining. Prijsindicaties voor circulaire materialen (indicatief, afhankelijk van project en regio): Deze cijfers helpen bij het maken van haalbare calculaties en het afwegen van materiaalkeuzes.

  1. Bepaal je scope: nieuw- of renovatieproject? Alleen deze activiteiten tellen voor Klimaatdoel 4.
  2. Kies materialen onder de primaire-grondstofdrempels: bijvoorbeeld circulair beton (max 70% primair) of biobased hout (max 80% primair).
  3. Plan sloop en demontage voor 90% hergebruik: scheid staal, bakstenen, glas en plastics op de bouwplaats.
  4. Zet in op urban mining: gebruik hergebruikt staal uit lokale sloopprojecten, hergebruikte bakstenen uit gesloopte gevels.
  5. Meet en documenteer: weeg alle materialen, registreer herkomst en percentage primair/secundair.
  6. Sluit afvalverwerkers aan die backfilling uitsluiten en recycling garanderen.
  7. Digitaliseer met materialenpaspoorten: voeg data toe aan BIM, zodat je materialen later kunt hergebruiken.
  8. Werk samen met leveranciers van biobased materialen die transparant zijn over samenstelling en herkomst.
  9. Financier je project met Taxonomie-conforme leningen of groene obligaties; rapporteer volgens CSRD.
  10. Gebruik de DGBC-handreiking en Level(s) voor meetbare KPI’s.
  11. Monitor en verbeter: stuur bij op materiaalstromen en percentages, zodat je volgend project nog beter scoort.
  • Herbruikte bakstenen: €20–40 per m²
  • Circulair beton (met hoogwaardig recyclingaggregaat): 10–20% duurder dan primair beton
  • Biobased isolatie (hennep, vlas): €15–30 per m²
  • Herbruikte stalen profielen: €1,20–2,00 per kg
  • Gerecycled glas voor geveltoepassingen: €30–60 per m²

Praktische tips voor Taxonomie-conform circulair bouwen

Start met een materialenpaspoort per gebouw. Zorg dat je weet wat er in zit, welk gewicht elk materiaal heeft en welk percentage primair is.

Dat is de basis voor rapportage en financiering. Zet in op biobased materialen met lage primaire-percentages. Kies voor lokale productie en hergebruikte fracties. Zo kom je dichter bij de 80%-drempel.

Plan je sloop slim: demonteren levert meer herbruikbaar materiaal op dan slopen. Dat verhoogt het gewichtsherstel en helpt om de 90%-doelstelling te halen.

Gebruik urban mining actief: hergebruik staal, bakstenen en glas uit je eigen projecten of nabije regio.

Dat verlaagt transportemissies en materiaalkosten. Rapporteer volgens CSRD. De Corporate Sustainability Reporting Directive verplicht grote bedrijven om vanaf 2021 (via NFRD) te rapporteren over EU Taxonomie.

Zorg dat je data op orde is, dan kun je financiering aantrekken en transparant zijn naar stakeholders. Werk samen met partijen die de DGBC-handreiking kennen en toepassen.

Dat scheelt tijd en voorkomt fouten. Kortom: bouw circulair, maar meet en rapporteer slim. Met de juiste data, materialen en partners kom je verder – en maak je je project klaar voor de toekomst.

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Over Thomas Hoekstra

Thomas is bouwkundig ingenieur en adviseur circulaire economie in de bouwsector. Hij helpt aannemers, architecten en opdrachtgevers met de transitie naar circulair en biobased bouwen.