EPD (Environmental Product Declaration) voor bouwmaterialen uitgelegd

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Thomas Hoekstra
Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Normen, Certificeringen & Keurmerken · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Een EPD, oftewel Environmental Product Declaration, is eigenlijk het energielabel voor je bouwmaterialen, maar dan veel uitgebreider.

Het is een gestandaardiseerd document dat de milieuprestatie van een product inzichtelijk maakt, van grondstof tot en met de afvalfase. Voor materialen die een rol spelen in circulair bouwen, biobased concepten of urban mining projecten is dit onmisbaar geworden.

Het geeft je de harde data die je nodig hebt om echt duurzaam te bouwen en te hergebruiken. Zonder EPD zit je maar wat te gokken.

Waarom een EPD je leven als bouwer makkelijker maakt

Stel je voor: je staat voor de keuze tussen twee soorten biobased isolatie.

De een beweert 'groen' te zijn, de ander heeft een EPD. Met dat document weet je precies wat de impact is op het milieu. Het gaat veel verder dan een simpel keurmerk. Het vertelt je het verhaal van het materiaal.

Waar komt het vandaan? Hoeveel energie kost de productie?

En wat gebeurt er ermee als het gebouw straks gesloopt wordt? Dit is cruciaal voor circulariteit.

Opdrachtgevers, gemeenten en certificeringspartijen zoals BREEAM of WELL vragen steeds vaker om een EPD. Het is niet langer een leuk extraatje, maar een vereiste om mee te doen in de bovenliggende competities. Zonder EPD kun je soms simpelweg niet aanbesteden.

Het is het bewijs dat je niet zomaar iets roept, maar dat je je claims kunt onderbouwen. Dit bouwt vertrouwen op bij je klant en eindgebruiker.

Denk aan urban mining: materialen uit een gesloopt gebouw opnieuw gebruiken. Hoe bewijs je dat die oude stalen balken of bakstenen nog van goede kwaliteit zijn en een lage milieu-impact hebben? Juist, met een EPD.

Het helpt je om de waarde van 'afval' te bepalen en het hergebruik te verantwoorden.

Het is de taal van de toekomstige bouweconomie.

De kern van een EPD: wat vind je er allemaal in?

Een EPD is gebaseerd op een levenscyclusanalyse (LCA). Dat klinkt ingewikkeld, maar het is gewoon een rekensom over de hele levensduur van een product.

De meeste EPD's volgen de ISO 14025 norm. Ze zijn onderverdeeld in verschillende fases. De meest gangbare is de 'Cradle-to-Gate' benadering.

  • Grondstofwinning: hoeveel CO2 het kost om 1 ton klei uit de grond te halen.
  • Productie: het energieverbruik van de fabriek die jouw biobased planken maakt.
  • Verpakking: het gewicht en materiaal van de pallets en folie.
  • Transport: de afstand van de fabriek naar het distributiecentrum.

Dit betekent dat de milieubelasting wordt gemeten vanaf de winning van de grondstoffen tot aan de fabriekspoort. Je vindt in een EPD gegevens over:

Voor een volledig beeld van circulariteit kijk je naar een 'Cradle-to-Grave' of 'Cradle-to-Cradle' EPD.

Benieuwd naar het verschil tussen deze certificaten? Hierin zit ook de gebruiksfase en de eind-of-levensfase. Wat gebeurt er met het materiaal na 60 jaar? Gaat het naar de verbrandingsoven (Cradle-to-Grave) of wordt het weer grondstof voor een nieuw product (Cradle-to-Cradle)?

Dat laatste is het ultieme doel voor circulair bouwen. De waarden in een EPD zijn vaak uitgedrukt in Global Warming Potential (GWP), oftewel de CO2-uitstoot uitgedrukt in kg CO2-equivalenten.

Als je een EPD van 1000 kg CLT (Cross Laminated Timber) vergelijkt met 1000 kg beton, zie je direct het enorme verschil in klimaatimpact. Dit zijn concrete getallen waarmee je kunt rekenen en ontwerpen.

De kosten en soorten EPD's: wat kost het en welke moet je hebben?

De prijs van een EPD hangt sterk af van het product en de complexiteit. Een EPD voor een simpel product, zoals een standaard bakstenen muur, is sneller en goedkoper dan een EPD voor een complex samengesteld systeem, zoals een gevelpaneel met meerdere lagen biobased materialen.

De kosten bestaan uit twee delen: de LCA-studie (de berekening) en de verificatie door een onafhankelijke derde partij. Voor een standaard EPD (Type III) liggen de kosten vaak tussen de €1.500 en €4.000. Dit is een investering die je vaak maar één keer per productlijn doet en die 5 jaar geldig is.

Voor complexe bouwsystemen of maatwerk producten (denk aan een specifieke mix van gerecycled beton en mycelium) kan dit oplopen tot €6.000 tot €10.000.

  1. Generieke EPD: Gebaseerd op sectorgemiddelden. Handig voor vroeg in het ontwerptraject, maar minder specifiek.
  2. Product-EPD: Specifiek voor jouw product, van jouw fabriek. Dit is wat je meestal nodig hebt voor een project.
  3. System EPD: Voor een samengesteld systeem, zoals een gevel of een vloer met alle lagen erin.

Dit hangt af van hoeveel data je al hebt en hoeveel de consultant moet uitzoeken. Er zijn verschillende soorten EPD's, afhankelijk van het type product: Voor urban mining materialen is er soms een specifieke aanpak nodig, omdat de 'grondstof' al bestond. De berekening moet dan de impact van de sloop en de bewerking meenemen, zonder de productie-impact van de oorspronkelijke steen opnieuw te tellen.

Praktische tips: hoe kom je aan een EPD en wat doe je ermee?

Wil je weten hoe een fabrikant een EPD aanvraagt voor een biobased materiaal of gerecyclede product?

De eerste stap is het vinden van een Program Operator. In Nederland zijn dat partijen zoals Stichting Bouw Garantie (SBG) of Stichting MRPI. Zij beheren de regels en de databases. Je schakelt een consultant in die gespecialiseerd is in LCA's voor de bouw.

"Een EPD is geen document dat je in een la legt; het is een marketingtool voor je duurzame product."

Zij helpen je de benodigde data te verzamelen. Als je materialen hergebruikt via urban mining, begin dan op tijd met het verzamelen van data.

Wat is de oorsprong van het materiaal? Welke bewerkingen zijn uitgevoerd?

Zonder deze data kan de consultant geen accurate EPD maken. Het is slimmer om dit te standaardiseren in je sloop- en verwerkingsproces. Gebruik de EPD actief in je verkoopgesprekken en ontwerpprocessen.

Laat de cijfers zien. Zeg niet alleen 'dit is een duurzaam product', maar zeg: 'Dit product heeft een GWP van 12 kg CO2-eq per m2, wat 80% lager is dan de marktconventionele variant'.

Dit overtuigt, zeker in combinatie met het EU Ecolabel voor bouwproducten. Voeg de EPD toe aan je digitale productdossier of BIM-library. Hou rekening met de update-cyclus.

Een EPD is meestal 5 jaar geldig. Als je productieproces verandert, of als de meetmethoden worden bijgesteld, moet je de EPD laten vernieuwen.

Plan dit vooruit, zodat je nooit zonder geldig document komt te zitten tijdens een aanbesteding. Zo blijf je je concurrentievoorsprong in circulair bouwen behouden.

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Over Thomas Hoekstra

Thomas is bouwkundig ingenieur en adviseur circulaire economie in de bouwsector. Hij helpt aannemers, architecten en opdrachtgevers met de transitie naar circulair en biobased bouwen.