EPC-label en de relatie met circulaire materiaalkeuze
Je bent bezig met een duurzaam project en stuit op het EPC-label.
Je vraagt je af: wat heeft dat te maken met circulaire materialen? Het antwoord is simpel: veel.
Een EPC-label zegt iets over het energieverbruik van een gebouw, maar de materiaalkeuze bepaalt hoe duurzaam dat gebouw op de lange termijn is. Als je materialen hergebruikt of kiest voor biobased opties, verlaag je niet alleen je ecologische voetafdruk, maar beïnvloed je ook je energieprestatie. Stel je voor: je bouwt een huis met hout uit urban mining, oftewel materialen die je uit sloopprojecten haalt. Dat hout heeft al een leven achter de rug en hoeft niet nieuw gekapt te worden.
Tegelijkertijd zorgt een goede isolatie voor een laag energieverbruik. Het EPC-label meet dit, maar de circulaire aanpak zorgt ervoor dat de materialen niet alleen energiezuinig zijn, maar ook duurzaam geproduceerd.
Wat is een EPC-label eigenlijk?
Een EPC-label, oftewel Energieprestatiecertificaat, laat zien hoe energiezuinig een gebouw is. Het label loopt van A (zeer zuinig) tot en met G (zeer onzuinig).
Hoe beter het label, hoe lager het energieverbruik voor verwarming, koeling en warm water.
Het label is verplicht bij verkoop of verhuur van een woning. Maar het EPC-label kijkt niet alleen naar isolatie of verwarming. Het neemt ook de materiaalkeuze mee, vooral als het gaat om de duurzaamheid van de constructie.
Materialen met een lage ecologische voetafdruk, zoals biobased materialen of hergebruikt hout, kunnen bijdragen aan een beter label. Dit komt omdat deze materialen vaak minder energie kosten om te produceren en te verwerken.
Het label wordt berekend met een specifieke formule die rekening houdt met het gebouwoppervlak, de isolatiewaarde en de materiaalkeuze. Hoe lager de energiebehoefte, hoe beter het label. Maar als je materialen kiest die een lage impact hebben op het milieu, verbeter je niet alleen het label, maar ook de levensduur van het gebouw.
Waarom is de relatie tussen EPC-label en circulaire materialen belangrijk?
De bouwsector is verantwoordelijk voor een groot deel van de CO2-uitstoot. Traditionele materialen zoals beton en staal zijn energie-intensief om te produceren.
Circulaire materialen, zoals hout uit urban mining of biobased isolatie, verminderen deze impact. Een EPC-label houdt hier rekening mee, want het beloont materialen die weinig energie kosten en lang meegaan. Stel je voor dat je kiest voor houten balken uit een gesloopt gebouw.
Dit materiaal heeft al een keer energie gekost om te produceren, maar hergebruik bespaart nieuwe energie. Het EPC-label ziet dit als positief, want de totale energiebehoefte van het gebouw daalt.
Bovendien zorgen biobased materialen, zoals hennep of vlas, voor een betere isolatie en een lagere energierekening.
De relatie tussen EPC-label en circulaire materialen is dus tweeledig: je verlaagt het energieverbruik én vermindert de milieu-impact. In de afweging tussen circulaire keurmerken versus energielabels zie je dat beide bijdragen aan de woningwaarde en een lagere energierekening.
Hoe werkt de berekening van het EPC-label met circulaire materialen?
De berekening van het EPC-label gebeurt met specifieke software, zoals de NTA 8800 of EPW.
Deze software houdt rekening met de isolatiewaarde, de verwarmingsinstallatie en de materiaalkeuze. Bij circulaire materialen wordt gekeken naar de ecologische voetafdruk en de levensduur van het materiaal. Biobased materialen, zoals houtwol of stro-isolatie, hebben vaak een lage productie-energie.
Deze materialen worden beloond in de berekening, omdat ze bijdragen aan een lagere totale energiebehoefte. Hergebruikte materialen, zoals bakstenen uit een sloopproject, worden ook meegenomen.
Het EPC-label kijkt naar de hoeveelheid energie die nodig is om het materiaal te produceren en te verwerken.
De software berekent de totale energiebehoefte per jaar per vierkante meter. Hoe lager deze behoefte, hoe beter het label. Door te kiezen voor circulaire materialen, verlaag je niet alleen de energiebehoefte, maar ook de CO2-uitstoot. Dit wordt steeds belangrijker in de bouwregelgeving.
Prijzen en mogelijkheden voor circulaire materialen
Circulaire materialen zijn vaak goedkoper dan traditionele materialen, vooral als je ze lokaal haalt of hergebruikt. Hout uit urban mining kost gemiddeld €20-€40 per vierkante meter, terwijl nieuw hout €50-€80 kost.
Biobased isolatie, zoals hennep of vlas, kost €15-€25 per vierkante meter, vergelijkbaar met glaswol.
Er zijn verschillende aanbieders van circulaire materialen. Bedrijven zoals Circulair Hout en BioBased Buildings leveren hergebruikt hout en biobased producten. Ze bieden ook advies over hoe je deze materialen toepast en informeren over het certificeren van innovatieve bouwproducten.
Voor urban mining kun je terecht bij sloopbedrijven of gespecialiseerde handelaren. De investering in circulaire materialen betaalt zich terug via een beter EPC-label.
Een woning met label A kan €10.000-€20.000 meer waard zijn dan een woning met label C. Bovendien bespaar je jaarlijks op energiekosten, wat de investering nog aantrekkelijker maakt.
Praktische tips voor een beter EPC-label met circulaire materialen
Kies voor materialen met een lage ecologische voetafdruk. Hout uit urban mining of biobased isolatie zijn goede opties.
Ze verminderen de energiebehoefte en verbeteren het EPC-label. Combineer circulaire materialen met goede isolatie. Een dikke laag houtwol of stro-isolatie verlaagt het energieverbruik aanzienlijk. Dit helpt om een A-label te halen.
Verzamel documentatie over de materialen, zoals de ISCC Plus certificering voor kunststoffen. Voor het EPC-label heb je bewijzen nodig van de ecologische voetafdruk en de levensduur.
Vraag je leverancier om certificaten of meetgegevens. Overweeg een energieadviseur. Een professional kan je helpen om de materialen optimaal te integreren in de berekening.
Dit bespaart tijd en zorgt voor een beter label. Test je aanpak. Begin met een klein project, zoals een schuur of bijgebouw, om te zien hoe de materialen werken. Dit geeft je vertrouwen voor een groter project.
