Dutch Design Week en circulaire bouw-innovaties

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Thomas Hoekstra
Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Praktijk & Professionals · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Je loopt langs een gigantische stapel oude bakstenen, op een terrein dat ooit een fabriekshal was. Iemand naast je legt uit dat deze stenen straks weer in een nieuw gebouw verdwijnen. Dit is geen droom; het is Dutch Design Week.

Elk jaar in oktober verandert Eindhoven in een broedplaats voor de toekomst.

Vooral de focus op circulair bouwen en biobased materialen is niet meer weg te denken. Designers, architecten en ingenieurs laten zien hoe we onze steden slimmer, groener en duurzamer kunnen maken.

Ze gooien het roer om: weg met die lineaire 'grond-stof-weg' economie, tijd voor een cyclus waarin alles waarde houdt. Circulair bouwen is simpelweg een systeem waarin je geen afval produceert. Je bekijkt een gebouw als een 'bos voorraad'.

Materialen die je nu gebruikt, moeten over 50 jaar nog steeds makkelijk te demonteren en opnieuw te gebruiken zijn.

Tegelijkertijd ontdekken we biobased materialen: bouwen met hout, stro, leem en paddenstoelen in plaats van beton en staal. Dit verlaagt de CO2-uitstoot enorm. Dutch Design Week (DDW) is het podium waar deze ideeën tastbaar worden. Het is de plek waar je letterlijk kunt voelen wat de toekomst van bouwen wordt.

De kern: Materialen die leven en hergebruik stimuleren

Als je door de routes van DDW loopt, valt het meteen op: we stoppen met 'verbranden' en beginnen met 'oogsten'.

Urban Mining is hier een sleutelwoord. Denk aan het slopen van een kantoorpand, niet met een sloophamer, maar met een schroevendraaier. Elke moer, elke balk en elk glaspaneel wordt gesorteerd voor hergebruik.

In Eindhoven zie je dit terug in projecten waar oude materialen uit de regio weer worden toegepast. Zoals het hergebruik van de iconische 'Eindhovense' baksteen.

Die wordt nu verzameld, schoongemaakt en weer als nieuw verkocht voor ongeveer €1,50 per stuk, inclusief verwerking.

Gok voor een nieuwe steen ben je al snel €0,60 kwijt, maar dan mis je de verhaalwaarde én de CO2-voetafdruk. Een andere favoriet op DDW is de toepassing van Mycelium, het wortelnetwerk van paddenstoelen. Ontwerpers laten hier isolatiepanelen van zien die je in een mal laat groeien. Na drie weken heb je een stevig, brandwerend en volledig afbreekbaar materiaal.

In de markt kost zo'n paneel nu nog €150 per vierkante meter, terwijl standaard glaswol rond de €20 ligt. Toch kiezen steeds meer architecten voor Mycelium vanwege de isolatiewaarde en het duurzame verhaal. Je ziet het ook in designmeubels: krukjes en lampen die na hun leven composteren tot voedingsbodem voor de tuin.

Modellen en prijzen: Wat werkt er nu?

De wereld van circulair bouwen kent verschillende verdienmodellen. De meest besproken op DDW is de 'Product-als-Service' (PaaS) constructie.

Je koopt niet meer een vloer, maar je betaalt voor het gebruiksgemak. Fabrikanten blijven eigenaar van het materiaal. Dit stimuleert ze om kwaliteit te leveren die makkelijk te repareren is.

In de bouw zie je dit bijvoorbeeld met modulaire vloeren van bedrijven als New Horizon of StoneCycling, die horen bij de succesverhalen van circulaire bouwpioniers.

Ze leveren 'stenen' gemaakt van 60% industrieel afval (bouwpuin), voor een prijs van ongeveer €45 per m2. Een ander model is 'Harvest & Replant'. Hierbij koop je materialen die al eens eerder in een gebouw zaten.

Tijdens DDW zie je vaak de 'Houten Hub' of vergelijkbare initiatieven. Daar koop je eersteklas tweedehands Douglas balken van 5 meter lang voor €15 per stuk.

Nieuw hout van dezelfde kwaliteit kost al snel €25. Het gaat erom dat je de footprint meetelt.

De investering is soms hoger, maar de Total Cost of Ownership (TCO) op lange termijn ligt lager omdat je materialen niet hoeft af te voeren. Laten we het hebben over isolatie. Veel DDW-projecten gebruiken strobalenbouw. Stro is een restproduct van de landbouw.

Een strobaal (36x46x100 cm) kost ongeveer €8 tot €12. Je kunt er een muur van bouwen die super goed isoleert (R-waarde van zo'n 4,5 per 30 cm).

Dit is vaak goedkoper dan steenwol en veel beter voor het klimaat. De variant die je steeds vaker ziet is 'leemstuc' eroverheen. Leem is een natuurlijk bindmiddel en kost ongeveer €15 per 25 kilo zak. Je kunt het oneindig hergebruiken; gewoon weer nat maken en opnieuw aanbrengen.

Urban Mining: De stad als mijn

Urban Mining klinkt ingewikkeld, maar het is eigenlijk gewoon slim logistiek handelen. Een goede samenwerking tussen architect en aannemer is hierbij essentieel.

Tijdens DDW organiseren partijen als Rotor DC en Madaster vaak sessies waarin ze uitleggen hoe je een 'paspoort' voor je gebouw maakt. Zo'n materiaalpaspoort registreert alles wat erin zit. Stel je voor: je sloop een kantoor van 1000 m2.

Je haalt er 5000 kozijnen uit. Zonder paspoort belanden die in de container.

Met een paspoort verkoop je ze voor €50 per stuk aan een nieuwe projectontwikkelaar. Dat is een directe besparing van tonnen. Ik sprak laatst een expert op DDW die vertelde over een project in de Brainport regio.

Daar demonteren ze bewust aluminium gevelsystemen. Nieuw aluminium kost per ton enorm veel energie om te produceren.

Hergebruikt aluminium is slechts 5% van die energie nodig. De prijs voor zo'n gedemonteerd profiel ligt op €12 per kilo, terwijl de marktprijs voor nieuw aluminium rond de €2,50 per kilo grondstof ligt (exclusief productiekosten).

De meerwaarde zit 'm in de bewerking die al is gedaan en de directe beschikbaarheid. Wat je ook ziet zijn 'Urban Mining Kits'. Dit zijn gereedschapskisten voor bouwteams, speciaal ontworpen om materialen te slopen zonder ze te beschadigen. Denk aan speciale tangen voor het losschroeven van gipsplaten of boren die betonijzer vrijmaken zonder het te verbuigen. Deze kits kosten tussen de €200 en €500, maar verdienen zich terug doordat het materiaal wat je redt vaak 5 tot 10 keer zoveel waard is als het afval wat je bespaart.

Praktische tips voor jouw project

Wil je aan de slag met circulair bouwen? Voor grotere projecten kun je inspiratie opdoen bij de beste circulaire architecten, maar je hoeft niet meteen een heel huis te bouwen. Begin klein. Tijdens DDW zie je vaak pop-up winkeltjes met restpartijen.

Koop daar eens een partij biobased tegels van het merk 'Tile & Nature'.

Ze zijn gemaakt van gerecyclede koffiedik en hars. Kosten: €40 per m2.

  1. Check het materiaalpaspoort: Vraag bij leveranciers altijd naar het 'Madaster' of materiaalpaspoort. Weet je zeker dat wat je koopt, later weer te gebruiken is?
  2. Kies voor demontabel: Gebruik schroeven in plaats van lijm. Kies voor klik-systemen bij vloeren. Dit maakt sloop later super makkelijk.
  3. Denk in 'huren': Kijk of je dure gereedschappen of materialen (zoals steigers of tijdelijke wanden) kunt huren via een circulair verhuurplatform. Dat scheelt geld en opslag.
  4. Bezoek de markt: Ga naar de 'Circulaire Markten' op DDW. Praat met de makers. Zij geven je vaak direct de contacten voor hergebruikte materialen.

Ze zijn uniek en je redt grondstoffen. Het belangrijkste is dat je begint met kijken. Kijk naar wat er al staat.

Kun je dat hergebruiken? Een oude deur kan een nieuw tafelblad worden.

Een stapel oude pallets (gratis op te halen) kan een tuinmuur worden met wat vlechtwerk. Het draait allemaal om de mindset: zie afval als grondstof. En zoals ze op de Dutch Design Week zeggen: "De toekomst is al gebouwd, we moeten hem alleen nog even anders inrichten."

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Over Thomas Hoekstra

Thomas is bouwkundig ingenieur en adviseur circulaire economie in de bouwsector. Hij helpt aannemers, architecten en opdrachtgevers met de transitie naar circulair en biobased bouwen.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Praktijk & Professionals
Ga naar overzicht →