Digitaal bouwen en het Bouw Informatie Raad (BIR) beleid

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Thomas Hoekstra
Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Ontwerp, Software & Digitalisering · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Stel je voor: je staat op een bouwplaats en ziet een hoop oude bakstenen. Vroeger was dat puin.

Nu is het een schat. Dat is het idee achter urban mining en circulair bouwen. Je haalt materialen terug uit de stad en gebruikt ze opnieuw.

Handig, goed voor de planeet en vaak goedkoper dan nieuwe materialen kopen.

Maar hoe weet je precies wat er in die stapel stenen zit? En hoe zorg je dat je die informatie later weer terugvindt? Dat is waar digitaal bouwen en het Bouw Informatie Raad (BIR) beleid om de hoek komen kijken. Digitaal bouwen is niet alleen een 3D-tekening maken.

Het is een manier om alle informatie over een gebouw vast te leggen. Denk aan materiaalsoorten, herkomst, gewicht en waar je het kunt demonteren.

Het BIR beleid zorgt ervoor dat deze informatie gestructureerd wordt opgeslagen. Zo bouwen we aan een digitale tweeling van het gebouw. Die tweeling blijft bestaan, zelfs als het fysieke gebouw verdwijnt. Dat is de basis voor een circulaire economie.

Wat is digitaal bouwen en het BIR beleid?

Sim gezegd: digitaal bouwen is het bouwen met data. Je maakt een digitaal model van een gebouw, vaak in BIM (Building Information Modeling). In dit model stop je niet alleen vormen en maten, maar ook informatie over materialen.

Denk aan biobased materialen zoals houtwolisolatie of leemstuc. Of aan hergebruikte bakstenen uit een gesloopt pand.

Het BIR beleid is de Nederlandse afspraak hoe we deze informatie vastleggen en uitwisselen. De kern van het BIR beleid is een gestandaardiseerde structuur.

Je legt informatie vast in een IFC-bestand (Industry Foundation Classes). Dit is een open standaard. Iedereen kan het lezen, zonder dure software te kopen.

Je koppelt hier materiaalpaspoorten aan. Een materiaalpaspoort vertelt je alles over een product: waar komt het vandaan, wat is de samenstelling en hoe demonteer je het?

Denk aan een stapel oude dakpannen van 10 x 20 cm. Die leg je vast met een QR-code. Later scan je die code en weet je direct wat je ermee kunt. Waarom is dit belangrijk?

Omdat we in 2030 50% minder primair grondstoffen willen gebruiken volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Digitaal bouwen helpt je te meten hoeveel hergebruikte materialen je al inzet.

Het BIR beleid zorgt ervoor dat deze data niet verloren gaat na oplevering.

Je kunt straks namelijk een pand slopen en de materialen direct hergebruiken in een nieuw project. Dat bespaart geld en CO2.

Waarom is dit relevant voor circulair bouwen?

Circulair bouwen draait om slimmer omgaan met materialen. Je kiest niet voor nieuw beton, maar voor hergebruikte klinkers of biobased materialen zoals vlas of hennep.

Digitaal bouwen helpt je bij die keuze. Je kunt in een model simuleren: wat als ik 30% hergebruikte bakstenen gebruik? Hoeveel CO2 bespaar ik dan? Het BIR beleid geeft je de tools om deze data te verzamelen en te delen.

Stel je bouwt een huis met 500 vierkante meter gevel. Je wilt biobased isolatie gebruiken, zoals houtwolplaten van 120 mm dik.

Digitaal bouwen laat je zien dat deze platen een Rd-waarde van 3,5 hebben en €45 per vierkante meter kosten.

Je legt dit vast in je BIM-model. Het BIR beleid zorgt dat je deze info later kunt terugvinden. Als je over 10 jaar het huis renoveert, weet je precies welke materialen je kunt hergebruiken.

Urban mining speelt hier een grote rol in. Je ‘mijnt’ materialen uit bestaande gebouwen.

Denk aan stalen balken uit een oud kantoor. Digitaal bouwen helpt je bij het inventariseren. Je scant de balken, meet ze op (bijvoorbeeld 200 x 100 mm) en voegt ze toe aan je digitale voorraad.

Het BIR beleid zorgt dat deze info beschikbaar blijft voor toekomstige projecten.

Zo bouw je een database van herbruikbare materialen in je regio, mits je de valkuilen bij het registreren vermijdt.

Hoe werkt het in de praktijk? Kern en werking

Om te beginnen maak je een BIM-model van je project. Gebruik software zoals Revit of Archicad.

In dit model voeg je materiaaldata toe. Bijvoorbeeld: een wand van 3,5 meter hoog, opgebouwd uit 100 hergebruikte bakstenen van 21 x 10 x 5 cm.

Je koppelt een materiaalpaspoort aan elke steen. Dit paspoort bevat info over de herkomst, het gewicht (ongeveer 2 kg per steen) en de CO2-voetafdruk. Vervolgens exporteer je het model naar IFC-formaat.

Dit is de taal die het BIR beleid gebruikt. Je deelt dit bestand met aannemers, leveranciers en de opdrachtgever.

Iedereen kan de data bekijken en aanvullen. Bijvoorbeeld: de aannemer voegt info toe over de demontage van de stalen balken. De leverancier voegt prijzen toe van biobased materialen, zoals houtwolisolatie van €35 per plaat van 1200 x 600 mm. Na oplevering blijft de data bewaard.

Je kunt een QR-code plakken op de gevel. Deze code linkt naar het digitale paspoort.

Als je over 15 jaar het pand sloopt, scan je de code en weet je direct welke materialen je kunt hergebruiken. Het BIR beleid zorgt dat deze data in een centrale database komt, zoals die van Madaster (een platform voor materiaalpaspoorten). Dit helpt bij het delen van materialen in de bouwketen.

Er zijn verschillende modellen voor de uitvoering. Je kunt kiezen voor een basis-BIM-model of een uitgebreid model met materiaaldata.

Een basis-model kost ongeveer €0,50 per vierkante meter bouwoppervlak. Een uitgebreid model met materiaalpaspoorten kost €1,50 tot €2 per vierkante meter. Voor een huis van 150 m² betaal je dus €225 tot €300 extra.

Dit verdien je terug door materialen te hergebruiken. Hergebruikte bakstenen kosten €0,50 per stuk in plaats van €1 voor nieuwe.

Modellen en prijzen: varianten voor circulair bouwen

Er zijn drie hoofdmodellen voor digitaal bouwen met BIR. Ten eerste het basis-model.

Dit is een simpel 3D-model zonder materiaaldata. Geschikt voor kleine projecten, zoals een tuinhuisje.

Kosten: €0,50 per m². Je voegt handmatig info toe over biobased materialen, zoals een wand van 5 m² met leemstuc van €20 per m². Ten tweede het standaard-model.

Hierin zit materiaaldata voor standaardproducten, waarbij de uitwisseling van objectboomstructuren helpt bij het categoriseren van bakstenen, hout en beton. Je kunt dit uitbreiden met circulaire materialen.

Kosten: €1 per m². Voor een woning van 100 m² betaal je €100. Dit model is ideaal voor urban mining. Je voegt hergebruikte materialen toe, zoals stalen balken van €5 per kilo.

Ten derde het advanced-model. Dit is een volledig digitaal paspoort met alle materiaaldata.

Inclusief QR-codes en koppelingen aan platforms als Madaster. Kosten: €1,50 tot €2 per m². Voor een groter project, zoals een kantoor van 500 m², betaal je €750 tot €1000.

Dit model is perfect voor grootschalig hergebruik. Je kunt bijvoorbeeld 200 vierkante meter gevel van hergebruikte klinkers vastleggen.

Prijzen variëren per regio en leverancier. Een BIM-adviseur rekent vaak €75 tot €100 per uur. Voor een gemiddeld huis ben je 10 tot 15 uur kwijt.

Biobased materialen zoals hennepbeton kosten €50 per m³. Hergebruikte materialen zijn vaak goedkoper: een partij oude tegels kost €10 per m² via een sloopbedrijf. Check lokale platforms voor urban mining en meet je voortgang met heldere metrics voor circulair bouwen, zoals de Materialenpaspoort Database van RVO.

Praktische tips voor aan de slag te gaan

Begin klein. Kies voor je volgende project een simpele wand van hergebruikte bakstenen.

Leg dit vast in een BIM-model. Gebruik gratis software zoals BIMcollab of SketchUp om te oefenen.

Voeg een materiaalpaspoort toe met info over de stenen: gewicht, herkomst en demontage-instructies. Investeer in een scanner. Een 3D-scanner kost ongeveer €500 tot €1000. Hiermee meet je bestaande materialen nauwkeurig op.

Handig voor urban mining. Je scant een stapel oude balken en voegt ze direct toe aan je digitale voorraad.

Dit bespaart tijd en fouten.

Werk samen met leveranciers van biobased materialen. Vraag om digitale paspoorten. Bedrijven zoals Woodcon of HempFlax bieden deze aan. Zij geven je data over CO2-uitstoot en hergebruikspotentieel. Koppel dit aan je

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Over Thomas Hoekstra

Thomas is bouwkundig ingenieur en adviseur circulaire economie in de bouwsector. Hij helpt aannemers, architecten en opdrachtgevers met de transitie naar circulair en biobased bouwen.