DGNB versus BREEAM versus LEED: internationale vergelijking

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Thomas Hoekstra
Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Normen, Certificeringen & Keurmerken · 2026-02-15 · 6 min leestijd
Transparantie: Dit artikel bevat affiliate links. Als je via onze link een product koopt, ontvangen wij een kleine commissie. Dit kost jou niets extra en helpt ons om deze site te onderhouden.

Een certificering kiezen voelt soms alsof je in een alphabet-sop belandt. DGNB, BREEAM, LEED... het zijn grote namen met veel gewicht.

Ze beloven allemaal dat jouw gebouw duurzaam is, maar welke past nu echt bij jouw project? Vooral als je de focus legt op circulair bouwen, biobased materialen en urban mining, verandert de vraag. Het gaat niet alleen om energiezuinig, maar om materialen die hergebruikt kunnen worden en een ontwerp dat later weer uit elkaar kan. We vergelijken de drie giganten op punten die voor jouw bouwproject echt tellen.

De spelers op het veld

Stel je ze voor als drie verschillende types adviseurs. LEED is de Amerikaan: pragmatisch, wereldwijd bekend en gestructureerd.

BREEAM is de Brit: de klassieke heer met een uitgebreide checklist, vooral dominant in Europa. DGNB is de Duitser: extreem grondig, technisch en gericht op de totale levenscyclus. Ze hebben allemaal hetzelfde doel, maar ze pakken het fundamenteel anders aan.

LEED (Leadership in Energy and Environmental Design)

Vooral als je kijkt naar materialen die je later weer wilt oogsten, verschillen hun aanpakken. LEED is vaak de eerste naam die je hoort.

Het is een puntensysteem waarbij je credits verdient voor allerlei maatregelen. Denk aan zonnepanelen, laag energieverbruik en minder watergebruik.

De focus ligt sterk op energie en gezondheid. Voor circulaire doelen is LEED aan het bijbellen. Ze hebben categorieën voor hergebruikte materialen, maar het is niet de kern. Je krijgt punten voor het gebruiken van gerecyclede materialen, maar de diepgaande analyse van wat er na de sloop gebeurt, is minder sterk uitgewerkt dan bij DGNB.

BREEAM (Building Research Establishment Environmental Assessment Method)

Het is een goede keuze als je internationaal wilt scoren en vooral energie bespaart. BREEAM is de marktleider in het Verenigd Koninkrijk en breed geaccepteerd in Europa.

Het voelt wat toegankelijker dan DGNB. BREEAM werkt met categorieën als energie, gezondheid, materialen en afval. Het is een breed platform.

Voor biobased materialen heeft BREEAM zeker aandacht. Je scoort punten voor materialen met een lage impact of die hernieuwbaar zijn.

DGNB (Deutsche Gesellschaft für Nachhaltiges Bauen)

Echter, de focus op een 'paspoort' voor materialen voor de toekomstige sloop (urban mining) is minder strikt vastgelegd dan in het Duitse systeem. Het is een veilige, breed geaccepteerde keuze. DGNB is de ultieme specialist voor duurzaamheid.

Het is niet alleen een 'groen' keurmerk, maar een integrale kwaliteitsstandaard. Hier draait alles om de levenscyclus (LCA) en de levensduurkosten (LCC).

DGNB eist dat je exact weet wat je bouwt. Het vraagt om een 'Milieuproduktieverklaring' (MPG) en gaat veel verder dan de concurrenten wat betreft circulariteit. DGNB heeft specifieke criteria voor demonteerbaarheid en herbruikbaarheid van componenten. Als je een gebouw wilt bouwen dat een 'materiaalbank' is voor de toekomst, is DGNB de strengste leermeester.

De vergelijking: Prijs, Prestatie en Praktijk

We stoppen met abstracte termen. Laten we kijken naar wat het echt kost en oplevert, specifiek voor jouw focus op circulair en biobased.

LEED is vaak het duurst qua directe certificeringskosten. Voor een gemiddeld kantoor van 5.000 m2 ben je al snel €20.000 tot €35.000 kwijt aan registratie en het door een extern bureau laten begeleiden.

Prijs en Certificeringskosten

BREEAM zit in het midden, waarbij de kosten voor een assessor vaak rond de €15.000 - €25.000 liggen. DGNB kan qua basis tarief lager lijken, maar de echte kosten zitten in de uitvoering. DGNB eist zoveel specifieke data over materialen en levensduur dat je vaak een duurdere adviseur nodig hebt. De totale kosten voor DGNB (inclusief adviseur) liggen vaak op hetzelfde niveau of iets hoger dan BREEAM, maar de investering levert een extreem gedegen plan op.

Hier scheiden de wegen zich echt. Tijdens de tijdlijn van een BREEAM-traject zie je dat circulariteit vaak als 'extraatje' wordt beloond.

Capaciteit en Focus op Circulariteit

Je krijgt punten voor het hergebruiken van puin of het gebruiken van hout uit duurzaam bos. DGNB maakt het tot de kern. Voor DGNB moet je aantonen dat je materiaalstromen gescheiden houdt en dat materialen technisch en economisch herbruikbaar zijn.

DGNB kijkt naar de 'toekomstwaarde' van je materialen. Als je een gebouw ontwerpt voor urban mining (waarbij je de wanden later open trekt om materialen te oogsten), dan is DGNB de enige die dit echt diepgaand waardeert met punten.

Gebruiksgemak voor de Bouwer

Voor de aannemer op de bouwplaats is BREEAM vaak het makkelijkst. De eisen zijn duidelijker, minder complex.

LEED is erg gestructureerd, wat fijn is voor projectmanagers die van lijstjes houden. DGNB is het minst 'makkelijk'. De administratieve druk is hoog.

Kosten op Termijn (TCO)

Je moet veel documentatie aanleveren over de herkomst van biobased materialen (bijvoorbeeld de exacte samenstelling van je houtvezelisolatie) en de demontabele verbindingen. Als je team hier niet op is ingesteld, kan DGNB frustratie opleveren.

Hoewel DGNB duurder is in de voorbereiding, is het vaak de winnaar op de lange termijn.

Omdat DGNB zo streng is op energieprestatie en materiaalkeuze, zijn de exploitatiekosten (onderhoud en energie) vaak lager. BREEAM en LEED leveren ook besparingen op, maar DGNB garandeert door de harde eisen een gebouw dat langer meegaat en minder snel verouderd. Als je kijkt naar de totale kosten over 30 jaar, wint DGNB vaak door de focus op duurzaamheid en kwaliteit.

Keuzehulp: Welke kies jij?

Genoeg data. Laten we het simpel maken. Welk profiel past bij jouw project?

Kies LEED als: Je een project hebt in de VS of met internationale investeerders die die naam eisen. Je wilt vooral scoren op energiebesparing en gezondheid, en je hebt een beperkt budget voor certificeringsadvies. Je bent tevreden met 'goed genoeg' circulariteit (hergebruikte materialen) en wilt geen ellenlange administratie.
Kies BREEAM als: Je in het Verenigd Koninkrijk of West-Europa bouwt. Je zoekt een breed geaccepteerd keurmerk dat redelijk makkelijk te behalen is. Je wilt een beetje van alles: energie, water, materialen. Je bent niet per se een 'early adopter' van de meest extreme circulariteitsnormen.
Kies DGNB als: Jij écht wilt bouwen voor de toekomst. Je bent een visionair die nu al nadenkt over urban mining en het oogsten van materialen over 60 jaar. Je bent bereid te investeren in een zwaar plantraject voor een gebouw van extreem hoge kwaliteit, met lage exploitatiekosten en een minimale voetafdruk. Je wilt het allerbeste op het gebied van circulair bouwen.

De middenweg: Het BREEAM-NL certificeringspad

Is er een middenweg? Jazeker. In Nederland is BREEAM-NL vaak de standaard geworden voor utiliteitsbouw. Waarom?

Omdat het een mooie balans biedt. BREEAM-NL is strenger geworden op het gebied van materialen en gezondheid dan de internationale versies. Je kunt met BREEAM-NL goede punten scoren voor biobased materialen en het gebruik van gerecycled beton.

Voor veel projecten die circulair willen bouwen, is BREEAM-NL voldoende. Benieuwd naar welke certificering past bij jouw project?

Het is vaak realistischer te behalen dan DGNB en goedkoper in de begeleiding. DGNB is echt voor de top van de markt, de parels van circulair bouwen. BREEAM-NL is voor de brede markt die stappen vooruit wil maken zonder meteen de duurste en moeilijkste route te kiezen. Het is een uitstekende 'eerste stap' in de wereld van duurzaam certificeren.

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Over Thomas Hoekstra

Thomas is bouwkundig ingenieur en adviseur circulaire economie in de bouwsector. Hij helpt aannemers, architecten en opdrachtgevers met de transitie naar circulair en biobased bouwen.