DGNB certificering: het Duitse duurzaamheidslabel voor gebouwen
Stel je voor: je bouwt een nieuw kantoorpand. Je wilt niet zomaar steen op steen stapelen.
Je wilt iets moois, iets goeds voor de planeet. Iets dat langer meegaat dan alleen jouw eigen gebruiksperiode.
In Duitsland is daar een sterk antwoord op: de DGNB certificering. Dit is niet zomaar een papiertje. Het is een compleet systeem dat kijkt naar álles wat met een gebouw te maken heeft.
Van de fundering tot aan het dak, en van het energieverbruik tot aan de materialen die je gebruikt. Het is de meetlat voor echt duurzaam bouwen. Veel Nederlandse bouwers en ontwikkelaars kijken over de grens. Duitsland loopt voorop met strenge regels en hoge kwaliteitseisen.
DGNB, oftewel Deutsche Gesellschaft für Nachhaltiges Bauen, is hun gouden standaard. Het is minder een keurmerk en meer een blauwdruk voor de toekomst.
Het helpt je om slimme keuzes te maken die nu en later uitbetaal.
Wat is DGNB precies?
Even zonder ingewikkelde termen: DGNB is een certificeringssysteem dat de totale kwaliteit van een gebouw meet.
Het gaat veel verder dan alleen energie besparen. Het bekijkt of een gebouw financieel gezond is, of het prettig werkt voor mensen en of het makkelijk is te onderhouden.
De focus ligt op drie hoofdpunten: milieu, economie en sociaal functioneren. Denk aan de klassieke Drie-eenheid, maar dan voor gebouwen. Je wilt geen huis dat nu goed is, maar over twintig jaar een energieverslindende draak wordt. Daarom kijkt DGNB naar de totale levensduur.
Wat gebeurt er met het gebouw na sloop? Welke materialen gebruik je? Zijn die recyclebaar?
Dit sluit perfect aan op circulair bouwen. Een gebouw krijgt een Platinum, Goud, Zilver of Bronzen certificaat. De score hangt af van hoe goed je scoort op ongeveer 40 verschillende criteria.
Elk criterium weegt anders mee. Sommige punten zijn verplicht (must-haves), andere geven extra punten. Het is een streng systeem, maar dat maakt het zo waardevol.
De kern: Wat meet DGNB eigenlijk?
Stel je voor dat je een gebouw bouwt met materialen van bio-based bronnen, zoals hout of schimmels. Dat scoort punten.
DGNB kijkt specifiek naar de milieukwaliteit. Hieronder valt de ecologische voetafdruk van de materialen. Hoeveel CO2 is er uitgestoten bij de productie?
Is het materiaal lokaal geproduceerd? Denk aan houtbouw met FSC-gecertificeerd hout, of isolatie van hennepvezels.
DGNB eist dat je weet wat je gebruikt. Je moet het materiaalpaspoort invullen.
Dit is een lijst met álles wat in je gebouw zit. Van de schroefjes tot aan de betonkern. Dit is essentieel voor urban mining. Straks, als het gebouw leeg is, weten we precies welke materialen we kunnen oogsten en hergebruiken.
Een ander groot onderdeel is de technische kwaliteit. Hoe goed is het gebouw gebouwd?
Gaat het lekkage voorkomen? Is het brandveilig? En heel belangrijk: hoe makkelijk is het schoon te houden? DGNB wil dat een gebouw minimaal 50 jaar meegaat zonder enorme onderhoudskosten.
Dit betekent dat je geen goedkope materialen gebruikt die na tien jaar vergaan.
De economische kwaliteit is de verrassing voor velen. DGNB berekent de Total Cost of Ownership (TCO). Dat betekent dat ze niet alleen kijken naar de bouwkosten, maar ook naar energiekosten, schoonmaak en reparaties over 30 jaar. Een duurder gebouw met zonnepanelen en goede isolatie kan op de lange termijn dus goedkoper zijn.
Hoe werkt het proces en wat kost het?
Het proces start eigenlijk al bij de eerste schetsen. Je kunt DGNB niet achteraf op een bestaand gebouw plakken.
De beslissingen over materialen en indeling moeten vanaf dag één passen bij het systeem. Je schakelt een DGNB-adviseur in.
Die helpt bij het invullen van de uitgebreide spreadsheet met alle criteria. Je bouwt een 3D-model (BIM) waarin je alle data vastlegt. Dit model is de basis voor de berekening. De adviseur stuurt dit pakket op naar de DGNB-accrediteur.
Zij beoordelen of je voldoet. Dit proces duurt vaak een half jaar tot een jaar, afhankelijk van de grootte van het project.
Wat kost dit? Dit is geen goedkope hobby. Voor een klein project (bijvoorbeeld een woonhuis) liggen de kosten voor certificering vaak tussen de €3.000 en €6.000.
Voor een groter kantoorpand of appartementencomplex met een oppervlakte van 5.000 m2 of meer, ben je al snel €15.000 tot €25.000 kwijt voor het certificeringstraject alleen. De kosten hangen af van de complexiteit en hoeveel werk het kost om alle data te verzamelen.
Daarbovenop komen de bouwkosten. De investering voor een DGNB-Goud gebouw ligt vaak 5% tot 10% hoger dan een standaard bouwwerk.
Maar de exploitatiekosten dalen vaak met 20% tot 30% per jaar. De terugverdientijd ligt meestal tussen de 7 en 12 jaar.
Varianten: Gebouw, Gebied of Sloop
DGNB kent verschillende certificaten, vergelijkbaar met de inzet van de Dutch Green Building Council. De meest bekende is de DGNB Gebouwcertificering.
Deze is er voor kantoren, scholen, winkels en woningen. Je kunt hem aanvragen voor bestaande gebouwen (Bestaande Bouw) of nieuwe projecten (Nieuwbouw), zeker met het oog op toekomstige verplichte certificeringen in de bouw. Er is ook de DGNB Gebiedscertificering.
Hierbij draait het niet om één gebouw, maar om een hele wijk of bedrijventerrein.
Kijk je naar de inrichting van de openbare ruimte, de waterhuishouding en de verbinding met de stad. Dit is interessant voor gemeentes en projectontwikkelaars die een circulaire wijk willen bouwen. Een derde variant is de DGNB Sloopcertificering. Dit is pure 'urban mining'.
Het certificeert hoe goed je een gebouw sloopt en materialen weer in de keten brengt. Je moet aantonen dat minimaal 70% van het sloopafval wordt hergebruikt.
Dit sluit naadloos aan op circulaire ambities. Er is trouwens ook nog een verschil in focus. Zo is er een aparte certificering voor DGNB Bio-based.
Deze legt de nadruk volledig op het gebruik van biobased materialen. Ideaal voor projecten die volledig in hout of andere natuurlijke materialen worden gebouwd.
Dit is een specifieke erkenning voor de voorlopers in de biobased bouw.
Praktische tips voor je start
Wil je starten met DGNB? Ga dan niet direct zelf aan de slag.
Zoek een ervaren partner. In Nederland en Duitsland zijn er diverse adviesbureaus die gespecialiseerd zijn in DGNB.
Zij kennen de valkuilen en weten hoe je de punten binnenhaalt. Zij helpen je bij het opzetten van het benodigde BIM-model. Zorg dat je materiaalkeuze vanaf het begin vaststaat.
Vraag bij leveranciers altijd specifiek om DGNB-compatibele producten. Veel fabrikanten van gevelsystemen of kozijnen hebben al hun producten getest en hebben de benodigde milieudata (EPD's) klaarliggen. Vraag hier expliciet naar. Hou rekening met de kosten.
Zet de extra kosten voor certificering en advies (bijvoorbeeld €20.000 voor een middelgroot project) direct in je begroting.
Zie dit niet als kostenpost, maar als investering in de toekomstwaarde van het pand. Verhuurders en kopers betalen graag extra voor een duurzaam en gezond gebouw.
Denk na over het na-certificeren. Als je gebouw eenmaal staat, ben je er nog niet; kijk bijvoorbeeld naar de GreenCalc certificering als duurzaamheidslabel. DGNB eist dat je het gebouw na 3 jaar en na 5 jaar opnieuw meet op prestaties (energieverbruik, comfort).
Zorg dat je meetapparatuur installeert en de gebruikers goed instrueert. Alleen zo behaal je het certificaat op de lange termijn.
