De grootste valkuilen tijdens een BREEAM certificeringstraject
Stel je voor: je bent maanden bezig met een prachtig circulair project. Je hebt hout van de lokale zagerij, isolatie van schapenwol en je dak is een groene long voor de buurt.
Dan kom je bij de BREEAM-certificering en merk je dat je documentatie een chaos is. Je mist cruciale bewijzen, de kosten lopen op en je score blijft achter. Dit overkomt veel goede projecten. Het goede nieuws? Met een paar slimme aanpassingen voorkom je deze frustratie en haal je die felbegeerde certificering wél.
1. Te laat beginnen met de BREEAM-manager
Een veelgemaakte fout is het pas laat inschakelen van een BREEAM-manager. Je bent al ver in het ontwerp of zelfs al aan het bouwen, en dan pas zoek je iemand die de regie neemt.
In een project rond urban mining, waar je materialen als tweedehands bakstenen of staal hergebruikt, moet je dit vanaf dag één vastleggen.
Waarom gaat dit mis? De BREEAM-manager moet de integrale kwaliteitsborging doen. Als die er pas later bij komt, zijn veel keuzes al gemaakt zonder de benodigde bewijslast.
Je moet dan terug naar de tekentafel, wat tijd en geld kost. De gevolgen zijn een vertraging van enkele maanden en een hogere certificeringskost, soms wel €5.000 tot €10.000 extra.
De oplossing: Schakel de BREEAM-manager in bij de allereerste schets. Laat hem of haar direct meekijken met het circulaire materiaalpaspoort en de biobased materialen. Zo is de certificering onderdeel van het ontwerp, niet een extra last-minute klus.
2. Het materiaalpaspoort als sluitpost
Veel projecten laten het materiaalpaspoort liggen tot het einde. Je bouwt circulair met houtvezelplaten en hergebruikte kozijnen, maar de documentatie komt pas als het gebouw al staat.
Dit is een valkuil waar veel teams intrappen. Waarom gaat dit mis? Een BREEAM-traject vraagt om een grondige materiaalanalyse. Als je pas achteraf begint met het verzamelen van data, ontbreken er vaak specificaties of herkomstbewijzen.
Stel je voor: je hebt 500 m² tweedehands linoleum gebruikt, maar je hebt geen documentatie van de leverancier. Dan telt dit niet mee voor de score, met een gevolg van een lager BREEAM-punt en een teleurstellend certificaat.
De oplossing: Start direct met het digitaliseren van materiaaldata. Gebruik een tool als Madaster of een simpel Excel-schema.
Vraag leveranciers van biobased materialen, zoals hout of stro-isolatie, om hun Environmental Product Declaration (EPD). Zorg dat elk materiaal een eigen dossier heeft, inclusief herkomst en toekomstig hergebruikspotentieel.
3. Vergeten dat urban mining bewijslast vraagt
Herbruikte materialen zijn prachtig, maar ze vragen om extra documentatie. Je koopt 200 oude dakpannen van een gesloopt pand, maar je vergeet de herkomst te bewijzen. Dit is een valkuil die vaak voorkomt bij urban mining-projecten.
Waarom gaat dit mis? Bij de keuze voor een BREEAM-NL versus LEED certificering eist de auditor duidelijk bewijs dat materialen daadwerkelijk hergebruikt zijn.
Zonder een verklaring van de sloopaannemer of een foto van de oorspronkelijke locatie, tellen de materialen niet mee. De gevolgen? Je mist punten bij de categorie ‘Materialen’ en je totaalscore daalt, terwijl je wel extra tijd en moeite hebt gestopt in het vinden en verwerken van deze materialen.
De oplossing: Maak een standaardprocedure voor urban mining. Vraag altijd een herkomstverklaring en documenteer het sloopproces met foto’s. Bewaar deze bewijzen in een centrale map, zodat de BREEAM-manager ze makkelijk kan terugvinden. Dit is essentieel wanneer je de hoogste score voor een circulair kantoorpand wilt behalen.
4. Te weinig aandacht voor biobased materialen
Biobased materialen, zoals houtwol of vlas, zijn een must voor een hoge BREEAM-score.
Toch kiezen veel projecten voor standaardisolatie van minerale wol, omdat het makkelijker te verkrijgen is. Dit is een gemiste kans. Waarom gaat dit mis?
Biobased materialen scoren vaak beter op duurzaamheid en CO2-uitstoot, maar ze vragen om specifieke kennis. Als je ze verkeerd toepast, bijvoorbeeld zonder vochtregulatie, kunnen ze hun werking verliezen.
De gevolgen zijn een lagere score en soms zelfs technische problemen, zoals schimmelvorming.
De oplossing: Kies voor bewezen biobased producten, zoals houtwolisolatie van een merk als Gutex of stro-isolatie van EcoCocon. Zorg dat je aannemer weet hoe ze te verwerken zijn. Vraag om een EPD en neem deze op in je materiaalpaspoort. Zo haal je niet alleen punten, maar verbeter je ook het binnenklimaat.
5. Gebrek aan samenwerking met de aannemer
Je ontwerpt een circulair gebouw, maar de aannemer heeft geen idee van de BREEAM-eisen.
Dit gebeurt vaak als je pas laat betrokken bent bij de uitvoering. Waarom gaat dit mis? Binnen de verschillende BREEAM-niveaus vraagt men om specifieke bouwmethoden, zoals het scheiden van afval of het gebruik van elektrische machines.
Als de aannemer hier niet op is voorbereid, ontstaan er fouten. Stel je voor: je scheidt bouwafval voor hergebruik, maar de aannemer gooit het bij het restafval.
De gevolgen zijn een lagere score en extra kosten voor het opnieuw sorteren.
De oplossing: Betrek de aannemer vroeg in het proces. Organiseer een kick-off meeting waarin je de BREEAM-doelen uitlegt, zoals het minimaliseren van afval en het gebruik van duurzame machines. Geef een heldere checklist mee, zodat iedereen op één lijn zit.
6. Te laat testen en meten
Je bent vergeten om tijdens de bouw te meten hoeveel afval je produceert of hoeveel energie je verbruikt. Dit is een valkuil die vaak voorkomt bij projecten met biobased materialen, waarvan de prestaties moeten worden gemonitord.
Waarom gaat dit mis? BREEAM eist meetbare data, zoals een afvalregistratie of een energiemeting. Als je dit pas na de oplevering doet, ontbreken er gegevens.
De gevolgen zijn een gemiste kans op punten, vooral bij de categorie ‘Energie’ of ‘Afval’.
De oplossing: Plan meetmomenten in vanaf de start van de bouw. Gebruik eenvoudige tools, zoals een weegschaal voor afval of een energiemeter voor de bouwplaats. Vraag je leverancier van biobased materialen om ondersteuning bij het meten van de prestaties, zoals de isolatiewaarde van houtwol.
Preventieve checklist: zo voorkom je valkuilen
- Start vroeg: Schakel een BREEAM-manager in bij de eerste schets en betrek je aannemer direct.
- Documenteer alles: Maak een materiaalpaspoort voor elk biobased en hergebruikt materiaal, inclusief EPD’s en herkomstverklaringen.
- Vraag bewijs: Voor urban mining: verzamel foto’s en verklaringen van sloopprojecten.
- Kies voor bewezen producten: Gebruik merken als Gutex of EcoCocon voor biobased materialen en vraag om EPD’s.
- Meet tijdens de bouw: Registreer afval, energie en materiaalgebruik met eenvoudige tools.
- Communiceer helder: Organiseer regelmatig overleg met het hele team om BREEAM-doelen scherp te houden.
- Houd rekening met kosten: Budgetteer voor certificering en extra documentatie, bijvoorbeeld €5.000-€10.000 voor de BREEAM-manager.
Met deze aanpak voorkom je frustratie en haal je het meeste uit je circulaire project. Je bent al zo ver gekomen – nu alleen nog die certificering binnenhalen!
