Circular Revenue Models voor aannemers en projectontwikkelaars
Stel je voor: je bent op een bouwplaats. Niet zo’n plek met stapels nieuw beton en spierwitte bakstenen, maar een waar oude materialen een nieuw leven krijgen.
Waar muren groeien van hennep en vloeren van hergebruikt staal. Dit is geen droom, het is de toekomst van bouwen.
En die toekomst is lucratief. Je hoeft geen idealist te zijn om geld te verdienen met circulariteit, je moet alleen weten hoe de knoppen werken. De traditionele bouwwereld draait op kopen, bouwen, slopen en weer kopen.
Dat model is dood. Het is een geldverspilling en een milieubelasting.
De nieuwe winnaars zijn aannemers en ontwikkelaars die materialen zien als een investering, niet als een kostenpost. Ze bouwen geen gebouwen, ze assembleren materialenbanken voor de toekomst.
Wat is een circulair verdienmodel eigenlijk?
Een circulair verdienmodel draait om één simpele shift: je verdient geld aan de waarde die in materialen blijft bestaan, in plaats van ze na één levenscyclus weg te gooien.
Denk aan een stalen kolom. In de lineaire wereld koop je ‘m, bouw je ‘m in en na dertig jaar gaat hij naar de shredder. In een circulaire wereld huur je die kolom voor tien jaar, en daarna gaat hij terug naar de leverancier om in een nieuw project te worden gebruikt. Je betaalt niet voor bezit, je betaalt voor prestatie en gebruik.
Het kernprincipe is 'urban mining'. Dit betekent dat je de stad ziet als een mijn vol bruikbare grondstoffen.
Een oud kantoorpand is een mijn van aluminium kozijnen, betonplaten en glas.
In plaats van te slopen, demonteer je selectief. Materialen krijgen een paspoort, een digitaal bewijs van herkomst en kwaliteit. Dit maakt hergebruik veilig en traceerbaar.
Het draait allemaal om het vasthouden van waarde. Hoe langer materialen meegaan, hoe meer winst je maakt op de initiële investering.
Waarom dit nu essentieel is voor jouw bedrijf
De bouwsector is verantwoordelijk voor zo’n 40% van de CO2-uitstoot en een gigantische berg afval.
Overheden en investeerders eisen verandering. Nieuwe regelgeving, zoals de CO2-prestatieladder en strengere sloopvergunningen, dwingen je om na te denken over materialen. Maar het echte motief is geld. Traditionele bouwprojecten zijn riskant: grondstoffenprijzen schieten omhoog en afvalverwerking kost steeds meer.
Circulaire modellen verlagen deze risico’s. Stel je voor dat je een projectontwikkelaar bent die een appartementencomplex bouwt.
Je gebruikt biobased materialen zoals houtwol of vlas. Die zijn lichter, waardoor je fundering goedkoper wordt.
Je gebruikt prefab-elementen die je later makkelijk uit elkaar kunt halen. Als de markt verandert, pas je het gebouw aan zonder complete sloop. Je bouwt een flexibele, toekomstbestendige portefeuille.
Je bent niet meer afhankelijk van de grillen van de grondstoffenmarkt. Je bouwt een bedrijf dat klaar is voor 2030 en daarna.
De kern van circulair bouwen: materialen en methoden
De basis van elk circulair project is het materiaalpaspoort, een essentieel onderdeel binnen de circulaire routekaart voor de bouwsector. Dit is een digitaal dossier waarin precies staat wat er in een gebouw zit. Denk aan de herkomst van het hout, de samenstelling van het beton, de dikte van het staal.
Bedrijven als Madaster bieden deze dienst aan. Een paspoort kost ongeveer €0,50 tot €1,50 per vierkante meter gebouwoppervlak.
Dit is een kleine investering die enorme waarde toevoegt. Zonder paspoort is hergebruik vaak onmogelijk of onzeker.
Biobased materialen zijn hierbij onmisbaar. Denk aan houtwol isolatieplaten (zoals die van Gutex), hennepbeton (van bedrijven als HempFlax) of schimmelmaterialen (MycoWorks). Deze materialen slaan CO2 op in plaats van uit te stoten.
Ze zijn vaak lichter en makkelijker te verwerken. Een voorbeeld: een gevel van houtwol is 30% lichter dan traditioneel metselwerk.
Dit vermindert de druk op de fundering en bespaart direct kosten op het beton. Daarnaast zijn deze materialen biologisch afbreekbaar of composteren ze na gebruik. Urban mining gaat verder dan alleen materialen hergebruiken. Het draait om de waarde die al in de stad zit.
Kijk naar het project 'De Ceuvel' in Amsterdam. Daar zijn oude bouwmaterialen en vervuilde grond op een slimme manier hergebruikt.
Of denk aan het 'Circl' paviljoen van ABN AMRO, waar 90% van de materialen hergebruikt is.
Je demonteert een oude kantoorvilla en sorteert de materialen: aluminium kozijnen gaan naar een nieuwe fabriek, bakstenen worden gebroken voor funderingsmateriaal. De kosten voor demontage liggen vaak 10-20% hoger dan slopen, maar de opbrengst van de materialen compenseert dit ruimschoots.
Modellen en prijzen: hoe verdien je er geld mee?
Er zijn verschillende modellen om circulair inkomen te genereren. Elk model past bij een ander type project en risicoprofiel.
1. Product-as-a-Service (PaaS): Je verkoopt geen product, maar een dienst. Denk aan een vloer die je verhuurt voor €15 per m² per jaar in plaats van te verkopen voor €150 per m².
De leverancier blijft eigenaar en is verantwoordelijk voor onderhoud en demontage. Voor jou als aannemer betekent dit een lagere initiële investering voor de klant en een stabiele inkomstenstroom.
Voorbeeld: de 'Cradle to Cradle' vloer van Forbo. Je betaalt voor het gebruik, niet voor het materiaal. Na 10 jaar wordt de vloer retour genomen en gerecycled.
2. Materialenbanken: Je bouwt een project en registreert alle materialen in een digitale bank.
Vervolgens verkoop je de materialen voorafgaand aan de bouw aan derden, of lease je ze terug na gebruik.
Een projectontwikkelaar kan bijvoorbeeld een contract sluiten met een staalbedrijf: het staal wordt geleverd met de garantie dat het na 20 jaar wordt teruggekocht voor 50% van de marktwaarde. Dit verlaagt de aanschafkosten en helpt bij het circulaire businesscase opstellen voor de leverancier. De prijs van staal varieert, maar hergebruikt staal is vaak 20-30% goedkoper dan nieuw staal, afhankelijk van de kwaliteit. 3. Demontagecontracten: Je sluit een contract voor de sloop, maar dan anders.
In plaats van puin te produceren, demonteer je materialen voor hergebruik. De opbrengst van de materialen wordt gedeeld.
Voor een gemiddelde woningdemontage liggen de kosten rond €10.000-€15.000, maar de opbrengst van houten balken, bakstenen en sanitair kan oplopen tot €5.000-€8.000. Het netto-effect is een lagere sloopkostenpost. Bedrijven als New Horizon zijn hierin gespecialiseerd en bieden dergelijke contracten aan. 4.
Biobased bouwen met subsidie: Overheden stimuleren biobased materialen via subsidies. In Nederland loopt de subsidieregeling voor biobased bouwen tot €50 per m² voor nieuwbouwprojecten.
Als je een project ontwikkelt met hennepbeton of houtwol, kun je deze subsidie aanvragen. Dit verlaagt de bouwkosten direct. Een project van 1.000 m² kan hiermee €50.000 subsidie ontvangen.
Combineer dit met een circulair model, en je hebt een sterke business case.
De prijzen variëren per regio en materiaal. Een houtwolplaat kost ongeveer €25-€35 per m², terwijl traditioneel EPS-isolatie €15-€20 kost. Het verschil wordt gecompenseerd door langere levensduur en lagere energiekosten. Hennepbeton is ongeveer 10-15% duurder dan traditioneel beton, maar door de lichte structuur bespaar je op funderingskosten.
Praktische tips om te starten
Begin klein. Je hoeft niet meteen een heel gebouw circulair te bouwen om de overstap naar circulair denken in de bouw te maken.
Kies een specifiek element, zoals de gevel of de vloer, en pas er een circulair model op toe. Experimenteer met biobased materialen op een testproject.
Zo bouw je kennis op zonder groot risico. Sluit je aan bij netwerken. Organisaties zoals het Platform Bouw en Circulair, of de Dutch Green Building Council, bieden kennis en contacten. Bezoek beurzen zoals de EcoBuild in Londen of de Building Holland in Amsterdam om materialen te bekijken. Praat met leveranciers van producten als Ecoboard (biobased platen) of StoneCycling (tegels van afval).
Investeer in digitalisering. Een materiaalpaspoort is essentieel. Start met een pilot op een kleinschalig project. Zorg
