Circular Economy Week en de bouwgerelateerde evenementen
Stel je voor: een week lang onderdompelen in de toekomst van bouwen. Geen saaie colleges, maar vijf dagen lang de handen uitsteken, zien hoe een sloopgebouw een mijn wordt en hoe je van hennep en schimmel een muur kunt bouwen die ademt.
Circular Economy Week is hét evenement voor iedereen die bouwt, ontwerpt of gewoon nieuwsgierig is naar hoe het anders kan. Het is de plek waar biobased materialen en urban mining niet alleen woorden zijn, maar tastbare oplossingen. De bouwsector is een van de grootste afvalproducenten van Nederland.
Tegelijkertijd zitten er grondstoffen in onze gebouwen die nu nog worden gezien als puin.
Circular Economy Week draait om die mindset te veranderen. Het is een week waarin we laten zien dat een gebouw een tijdelijke opslagplaats is voor materialen, niet een eindbestemming.
Wat is Circular Economy Week precies?
Even simpel uitleggen: Circular Economy Week (CEW) is een landelijk evenement, georganiseerd door de Netherlands Enterprise Agency (RVO) en partners.
De focus ligt op de circulaire economie in de breedste zin, maar de bouw neemt elk jaar een prominente plek in. Tijdens deze week openen circulaire hotspots hun deuren, organiseren experts sessies en kun je projecten bekijken die normaal gesproken achter gesloten deuren zitten. Het doel is niet om alleen maar te praten.
Het draait om delen en doen. Je ziet hoe collega's in de praktijk omgaan met materiaalpaspoorten en hoe je een circulaire aanbesteding opzet.
Het is een mix van netwerken, kennis opdoen en inspiratie opdoen voor je eigen project.
De week is opgedeeld in verschillende themadagen, waardoor je makkelijk kunt kiezen wat bij jouw werk past. Denk aan locaties als het CIRCL in Amsterdam of de Hub van Madaster. Je ontmoet er architecten die werken met Mycelium (schimmel) en aannemers die oude bakstenen weer nieuw leven inblazen. Het is de plek waar de theorie van circulair bouwen de praktijk ontmoet.
De kern: Van lineair naar een gesloten lus
Waarom is dit zo essentieel? Omdat we niet oneindig kunnen blijven graven naar nieuwe grondstoffen.
De traditionele bouw is lineair: we halen grondstoffen, maken er iets van, en na 50 jaar gooien we het in de versnipperaar. Circular Economy Week laat het alternatief zien: een gesloten lus. Stel je voor dat je een gebouw ontwerpt alsof je een Lego-set in elkaar zet. Elke steen, elut en elk paneel is vastgezet met schroeven in plaats van lijm.
Zo kun je het na verloop van tijd weer uit elkaar halen. Materialen behouden hun waarde.
Dat noemen we design for disassembly. Tijdens de week leer je hoe je dit toepast op complexe gebouwen.
Een ander cruciaal concept dat je overal terugziet is het Materialenpaspoort. Dit document, vaak digitaal via systemen van Madaster, beschrijft precies wat er in een gebouw zit. Welke soorten staal, welke houtsoorten, welke PVC-vrije kozijnen?
Zonder dit paspoort is een gebouw na 60 jaar gewoon afval. Met het paspoort is het een waardevolle grondstofbron voor de toekomst.
Urban Mining: de mijn van de toekomst
Een van de meest spannende onderdelen van de CEW is Urban Mining. Dit betekent letterlijk: de stad als mijn zien. In plaats van erts te delven, halen we materialen uit bestaande gebouwen die gesloopt worden.
Tijdens excursies zie je hoe sloopbedrijven nu werken. Ze slopen niet, ze "ontmantelen".
Je ziet dan dat een kantoorpand uit de jaren '90 een goudmijn is aan aluminium kozijnen, bakstenen en systeemplafonds. Die materialen krijgen een certificaat en gaan direct naar een nieuw project.
Dit bespaart enorm veel CO2. Prijzen voor gerecyclede materialen?
Denk aan bakstenen die uit een sloopproject komen voor €0,50 per stuk, terwijl nieuwe stenen €1,20 kunnen kosten. Het is vaak goedkoper, mits je de logistiek goed regelt.
Specifieke evenementen en modellen die je ziet
Circular Economy Week is geen eenzijdig verhaal. Er zijn verschillende "modellen" van circulair bouwen te zien, vaak geïnspireerd door de succesverhalen van circulaire bouwpioniers.
Je hebt de biobased aanpak en de technische kringloop (hergebruik van materialen). Beide zijn essentieel. De biobased kant zie je bijvoorbeeld bij bedrijven als Platform31 of op de Biobased Building Hub. Hier draait het om materialen die CO2 opslaan, zoals hout, vlas en schimmel. Tijdens workshops bouwen bezoekers vaak kleine wanden van houtwolisolatie of leemstuc.
Je leert dat biobased materialen niet alleen duurzaam zijn, maar ook gezond (minder giftige stoffen). De prijs van biobased isolatie (zoals hennepvezelplaten) ligt vaak 10-15% hoger dan glaswol, maar de isolatiewaarde is vergelijkbaar en het voelt veel beter aan.
De technische kringloop zie je bij de "Circulaire Bouwdag". Hier draait het om materiaalpaspoorten, hergebruikte producten en mondiale samenwerkingen binnen de sector.
Denk aan Gietvloeren van gerecycled rubber of gevelbekleding van oude PET-flessen. Een specifiek model dat vaak wordt besproken is het "Product-As-a-Service" (PaaS) model. Je koopt niet meer een vloer, maar je least 'm voor €15 per m2 per jaar.
Prijsindicaties en investeringen
De leverancier is verantwoordelijk voor het onderhoud en het einde van de levensduur. Zo blijft de grondstof in de markt.
Veel professionals vragen zich af: wat kost het om circulair te bouwen? Tijdens de sessies hoor je de eerlijke cijfers. Een circulair gebouw ontwerpen kost in de ontwerpfase ongeveer 2-5% meer tijd (en dus geld) omdat je complexe materiaalkeuzes moet maken en de ketenpartners moet betrekken.
Echter, de totale exploitatiekosten kunnen lager uitvallen. Denk aan demontabele vloeren van staal.
De aanschaf is €200 per m2, terwijl een traditionele betonvloer €180 kost. Maar na 40 jaar is het staal €150 waard (als schroot), terwijl betonpuin vaak alleen als fundering onder wegen mag worden gebruikt voor €10 per ton.
En dan Urban Mining: de inkoop van sloopmaterialen. Goede kwaliteit houten balken (vurenhout) van sloop zijn nu te koop voor circa €3 tot €5 per stuk (afhankelijk van afmeting en kwaliteit).
Nieuw hout is vaak €8-10. De investering in goede sloop- en sorteerinstallaties betaalt zich dus terug. Tijdens de CEW zie je precies welke bedrijven deze materialen leveren.
Praktische tips voor jouw bezoek
Als je gaat kijken bij Circular Economy Week, pak het slim aan.
Het is een drukke week met veel locaties. Kies van tevoren wat je wilt zien. Ben je een architect? Zoek dan naar sessies over biobased ontwerpen.
Ben je een projectleider? Ga naar de sessies over contracteren voor circulair bouwen of ontdek hoe je effectief kunt netwerken op congressen.
Neem je tablet of telefoon mee. Veel van de projecten werken met QR-codes op de materialen. Scan die.
Je ziet direct de herkomst, de CO2-voetafdruk en de leverancier. Dat is het Materialenpaspoort in actie. Vraag ook altijd naar de "demontagebaarheid".
Vraag aan de bouwer: "Hoe haal je dit er straks weer uit zonder het te beschadigen?" Sluit aan bij het netwerk. De mensen die je ontmoet zijn de pioniers.
Spreek ze aan over hun ervaringen met producten als Ecobeton of Temper (biobased isolatie). Vraag naar de valkuilen. De sfeer is open en behulpzaam.
Iedereen wil deze transitie versnellen, dus delen ze hun kennis graag. Tot slot: kijk niet alleen naar het eindproduct, maar naar de logistiek.
Hoe komt dat hout uit Letland hier? Hoe wordt het afval van de bouwplaats gescheiden?
De Circular Economy Week is een speeltuin voor de praktijk. Ga erheen, voel aan de materialen en praat met de mensen die het echt doen.
Dat is de beste investering die je kunt doen voor een duurzame toekomst.
