Circulaire woonboot: biobased materialen op het water
Stel je voor: je woont op het water, met het zachte klotsen van de golven onder je. En tegelijkertijd bouw je aan een betere toekomst.
Dat is precies wat er gebeurt met de nieuwste lading woonboten in Amsterdam. Ze zijn niet alleen mooi, maar ook flink vernieuwend. We hebben het over circulaire woonboten die volledig bestaan uit biobased materialen.
Dit is bouwen met de natuur, in plaats van ertegen. Het is een antwoord op de enorme vraag naar woningen, maar dan op een manier die de planeet niet uitput.
Het gaat om slimme keuzes maken: materialen die hergroeien, die CO2 opslaan en die je aan het einde van de rit gewoon weer kunt hergebruiken. Laten we een kijkje nemen op het dek van de toekomst.
Biobased bouwen: de nadelen en oplossingen
Je zou denken dat bouwen met hennep of schapenwol de heilige graal is, en dat is het vaak ook. Maar het is niet altijd makkelijk. Een van de grootste uitdagingen is de vooroordeel dat biobased materialen duurder zijn.
Evenementenbouwers en grote projectontwikkelaars kijken vaak naar de aanschafprijs. Ze zien een hoger prijskaartje dan een bak steenwol of een stuk PIR-schuim.
Maar dat is een kortzichtige blik. De oplossing zit 'm in de totale kosten.
Door materialen slim te combineren en te kiezen voor prefab elementen, kun je de totale bouwkosten verlagen. Minder transport, snellere montage en geen dure, vervuilende afvoer van reststromen later. Een ander punt is de angst voor vocht.
Je woont op het water, het is er vochtig. Kan hennep of schapenwol dat wel aan?
De angst is onterecht. Sterker nog, biobased materialen ademen. Ze reguleren de luchtvochtigheid veel beter dan gesloten plastic isolatie. De oplossing is het juiste materiaal op de juiste plek gebruiken.
Denk aan het verhaal van woonboot Ynske. Daar vervangt schapenwol de standaard PIR-platen.
Het werkt geluiddempend – fijn op een waterige omgeving – en het voelt meteen warmer aan zonder dat het kil aanvoelt.
En dan is er het thema 'waardevermindering'. Sommige materialen verouderen slecht. Gipsplaten en OSB-platen bijvoorbeeld zijn na verloop van tijd vaak rijp voor de sloopbak. De oplossing?
Kies voor materialen die meegaan. Thermisch verduurzaamd hout dat decennia meegaat, of keramische tegels in de natte ruimtes die nergens last van hebben. Door te investeren in kwaliteit die je aan het einde van de rit weer terugverdient, maak je biobased bouwen financieel aantrekkelijk op de lange termijn.
De meest voorkomende biobased bouwmaterialen en hun toepasbaarheid
Als je aan biobased denkt, denk je al snel aan hout. En terecht, want hout is de klassieker.
Maar in de circulaire bouw halen we alles uit de kast. We hebben het over materialen als vlas, hennep, kurk, bamboe en vilt. Deze materialen hebben allemaal hun eigen superkrachten. Kalkhennep bijvoorbeeld is een topper.
Je mengt het met kalk en je krijgt een blok dat licht is, brandveilig en fantastisch isoleert. Het beste? Tijdens de groei van de hennepplant haalt die CO2 uit de lucht.
Tijdens het uitharden van de kalk gebeurt er nog iets goeds. De CO2 wordt min of meer opgeslagen in het materiaal.
Dus je bouwt niet alleen klimaatneutraal, je bouwt klimaatpositief. Wat dacht je van schapenwol? We zagen het al bij woonboot Ynske.
Het is een prachtig restproduct van de schapenhouderij. Als isolatie in de wanden werkt het als een spons.
Het neemt vocht op als het te vochtig is en geeft het af als het droog is. Dit zorgt voor een extreem gezond binnenklimaat. En het is nog zachter en warmer om te zien ook.
Dan hebben we nog gerecycled beton, wat ze 'freeton' noemen. Dit is puin van gesloopte gebouwen dat wordt verwerkt tot nieuw beton.
Dit zie je terug in de fundering van projecten zoals de geWoonboot 2. Zo mix je het oude met het nieuwe.
Kurk en bamboe zie je vaker in de afwerking. Kurk is licht, drijft en is waterafstotend.
Ideaal voor vloeren in een woonboot. Bamboe groeit razendsnel en is harder dan veel Europees hardhout. Het is perfect voor kozijnen of buitenbekleding, mits het goed wordt bewerkt. En tot slot Ecoboard platen.
Dit zijn platen gemaakt van reststromen uit de landbouw, afgewerkt met een biologische verf. Ze vervangen de standaard gipsplaat en stucwerk combinatie. Het resultaat is een wand die ademt en die je direct kunt afwerken zonder vervelende droogtijden.
Zelf aan de slag met biobased bouwen: strategische hulpmiddelen en essentiële tools
Wil je zelf een project starten? Dan moet je niet alleen denken in bakstenen, maar in systemen.
De belangrijkste tool die je hebt, is de demontabele verbinding. Biobased bouwen draait om hergebruik.
Schroef in plaats van lijmen. Geen chemische kitten die alles onherroepelijk verbinden. Zo bouw je een 'Lego-huis' waar je later nog delen van kunt wisselen of demonteren.
Een andere essentiële tool is de voorbereiding. Kies voor prefab. De geWoonboot 2 wordt bijvoorbeeld zo veel mogelijk voorbereid in de fabriek. De wanden met kalkhennep en gerecycled beton worden kant-en-klaar aangeleverd. Dit betekent dat je op de bouwplaats alleen nog maar hoeft te monteren.
Dit verlaagt de overlast voor de omgeving enorm. En het scheelt in de stikstofuitstoot.
Minder vrachtwachten die heen en weer rijden, minder uitlaatgassen op de bouwplaats. Dat is een must in stikstofgevoelige gebieden rondom Natura 2000-gebieden.
De derde tool is kennis. Ga op zoek naar leveranciers die echt begrijpen wat ze leveren. Vraag naar de herkomst van het hout. Is het FSC-gecertificeerd?
Komt het uit een bos dat je zelf kunt bezoeken? Vraag naar de 'End-of-Life' optie.
Wat gebeurt er met het materiaal als het gebouw over 50 jaar weer wordt gesloopt? Kan het terug de natuur in of wordt het weer grondstof? Een goede biobased leverancier heeft hier een antwoord op.
Meten is weten. Meet-analysemethoden die meer vertellen over de duurzaamheid van een gebouw
Om te bewijzen dat je echt duurzaam bezig bent, moet je meten.
Simpelweg zeggen dat iets 'groen' is, is niet genoeg. De meest gangbare meetmethode is de Levenscyclusanalyse (LCA). Dit is een soort eindbalans van je gebouw.
Je telt alles op: van de uitstoot bij het verbouwen van de hennep tot de CO2-opslag in de wanden. Het doel? De MPG-score (MilieuPrestatie Gebouwen) zo laag mogelijk krijgen.
In Nederland is een MPG van 0,5 of lager vaak de streefwaarde voor nieuwe woningen.
Er zijn tools beschikbaar die je hierbij helpen. Denk aan software zoals Gresbo of One Click LCA. Hiermee kun je virtueel bouwen en direct de milieu-impact zien. Je ziet dan direct: als ik nu kies voor gerecycled beton in plaats van nieuw beton, gaat mijn score met 10% omlaag.
Of: als ik kies voor schapenwol in plaats van PIR, bespaar ik 15 kg CO2-equivalent per vierkante meter. Dit soort data geeft je een sterk verhaal naar de gemeente, de bank en de toekomstige bewoner.
Een andere belangrijke meting is die van het binnenklimaat. Biobased materialen zorgen voor een betere luchtkwaliteit omdat ze geen schadelijke stoffen uitwasemen (VOC's). Dit kun je meten met een CO2-meter of een VOC-meter.
Je zult zien dat de luchtkwaliteit in een kalkhennepwoning vaak beter is dan in een traditionele betonnen dozen.
Dit draagt direct bij aan de gezondheid en het welzijn van de bewoner. Dat is biofilie in de praktijk: je voelt je gewoon beter in een groene omgeving.
Biobased bouwen: dit levert het op
Wat schiet je er eigenlijk mee op, al dat gedoe met hennep en wol?
Allereerst: een gezonder leven. Je ademt schone lucht, de luchtvochtigheid is stabiel en de kamers voelen niet kil aan.
Dat merk je direct aan je energierekening, maar ook aan je humeur. Je woont comfortabeler. Financieel gezien is het een interessante investering. Ja, de materiaalkosten zijn soms iets hoger. Maar kijk naar de totale bouwtijd.
Door prefab biobased bouw te gebruiken, kun je een project weken of maanden sneller opleveren. Tijd is geld.
Bovendien voldoe je direct aan de strengere duurzaamheidseisen van gemeentes en hypotheekverstrekkers (hypotheek met groene rentekorting). En voor de planeet is het een gamechanger. De Nederlandse woningbouwopgave is enorm: 1 miljoen woningen tot 2030.
Als we dat traditioneel bouwen, stort de natuur in door stikstofuitstoot. Biobased prefab bouwen is de oplossing.
Het verlaagt de uitstoot enorm. Het draagt bij aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord (49% CO2-reductie in 2030).
En het zorgt dat we grondstoffen hergebruiken (urban mining) in plaats van steeds weer nieuwe gaten in de grond te boren.
Biobased bouwen: de stappen naar verdere groei
Om deze manier van bouwen echt groot te maken, moeten we een paar stappen zetten.
De eerste stap is schaalvergroting. We hebben nu prachtige projecten zoals de geWoonboot 2 en de Ynske.
Deze laten zien dat het kan. De volgende stap is dat grote fabrikanten materialen als kalkhennep en Ecoboard standaard opnemen in hun assortiment. Ze moeten net zo makkelijk verkrijgbaar zijn als gyprocplaten. De tweede stap is het aanpassen van regelgeving.
Gemeentes en de Rijksoverheid moeten biobased materialen extra stimuleren. Bijvoorbeeld door een lagere belasting te heffen op projecten die een lage MPG-score halen.
Of door bij vergunningen voor te leggen dat biobased materialen sneller worden goedgekeurd omdat ze minder stikstof uitstoten tijdens de productie. De derde stap is kennisdeling. We moeten de verhalen van de pioniers – zoals de bewoners van de woonboten – blijven vertellen.
Laat zien dat het werkt. Laat zien dat het mooi is.
En vooral: deel de kennis over de verbindingstechnieken en de leveranciers. Alleen samen, door kennis te delen, kunnen we de bouwsector fundamenteel veranderen van een lineaire afvalmachine in een circulaire economie.
Inspiratie: voorbeelden van biobased bouwen
Laten we afsluiten met de parels die er al zijn. Ze zijn het levende bewijs dat dit werkt.
De geWoonboot 2 is er zo een. Deze woonboot, gepland voor eind 2024 op de NDSM-werf in Amsterdam, is een waar kenniscentrum. De constructie bestaat uit gerecycled beton (freeton) en een frame van tweedehands hout.
De wanden zijn gevuld met kalkhennep. Dit project laat zien dat je met bestaande materialen en slimme nieuwe materialen een compleet functioneel gebouw neerzet.
Het is een proeftuin voor de toekomst van de waterwoning. De woonboot Ynske is een andere inspiratiebron.
Deze boot is volledig gerenoveerd met biobased materialen. De eigenaren hebben PIR-isolatie vervangen door schapenwol. Een drastische maar slimme keuze. De buitenzijde is bekleed met thermisch verduurzaamd hout uit Scandinavië, dat zonder chemische behandelingen decennia meegaat.
De muren zijn afgewerkt met Ecoboard platen en biologische verf. En op het dak liggen 28 zonnepanelen, waardoor de boot energieneutraal is.
Zelfs de dakbedekking is wit geschilderd met biologische verf om de zonnestraling te reflecteren. Dit zijn geen droombeelden meer. Dit zijn boten waar mensen nu op wonen. Ze laten zien dat je met slimme keuzes – kalkhennep, schapenwol, gerecycled beton en hergebruikt hout – een prachtig, duurzaam en gezond thuis kunt bouwen, gewoon op het water.
