Circulaire renovatie van een jaren 30 woning: praktijkcase

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Thomas Hoekstra
Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Circulaire Renovatie & Transformatie · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Een jaren 30 woning. Die typische warme sfeer, de glas-in-loodramen, de charmante voorgevel.

Maar ook: tocht, koude muren en een energierekening die je wakker houdt. De keuze is vaak: slopen en nieuw bouwen, of een rigoureuze renovatie die het karakter aantast.

Er is een derde weg. Een weg die perfect past bij de bouwcrisis en de klimaatdoelen: circulair renoveren. We nemen je mee in een praktijkcase. Hoe je een jaren 30 woning van top tot teen renoveert met hergebruikte materialen, biobased isolatie en slimme urban mining. Zonder dat het een hogere wiskunde wordt. Lekker concreet.

Wat is circulair renoveren eigenlijk?

Stel je voor dat je een bouwmarkt binnenloopt, maar in plaats van nieuwe bakstenen en gipsplaten, stap je een soort bouwmaterialen-bibliotheek binnen.

Circulair renoveren draait om dat idee. Het is een manier van bouwen en verbouwen waarbij je geen nieuwe grondstoffen uit de aarde haalt, maar bestaande materialen hergebruikt. Het oude adagium 'cradle to grave' (wieg tot graf) wordt 'cradle to cradle' (wieg tot wieg). Alles wat je demonteert, krijgt een nieuw leven.

In de praktijk betekent dit dat je eerst een 'paspoort' maakt voor je woning. Welke materialen zitten er nu in?

Zijn het bakstenen van een specifieke steenfabriek? Is het eikenhout van de originele draagbalken?

Zit er lood in de kit van de ramen? Dit noemen we materialenpaspoorten. Vervolgens ga je op zoek naar materialen die je kunt toevoegen.

Dat kunnen materialen zijn die je zelf van de sloop haalt (urban mining), of materialen die nieuw zijn maar wel biologisch afbreekbaar en hernieuwbaar. Denk aan houtwol isolatieplaten of leemstuc.

Waarom is dit zo belangrijk? De bouwsector is verantwoordelijk voor een enorme berg afval en een enorme CO2-uitstoot. Door te kiezen voor circulair en biobased, kies je voor een woning die niet alleen comfortabeler wordt, maar ook een positieve impact heeft.

Je bent minder afhankelijk van schaarse grondstoffen en je bouwt een huis dat in de toekomst makkelijk weer gedemonteerd kan worden.

Een huis dat een tijdelijke opslag is van waardevolle materialen, in plaats van een eindstation.

De praktijkcase: de jaren 30 woning in de steigers

Onze case betreft een rijtjeshuis uit 1935 in een doorsnee Nederlandse wijk. De bewoners wilden van het gas af, hadden last van vocht en vonden de woning te donker. Het budget was beperkt, maar de wil om het goed te doen was groot. De aanpak?

We begonnen met de gevel. In plaats van nieuwe bakstenen te kopen, zijn we gaan 'urban minen'.

We hebben contact gezocht met een sloopbedrijf dat een jaren 30 school uit de buurt sloopt. Daar lagen ze: prachtige, licht verweerde bakstenen.

We hebben 4.000 stenen overgenomen voor €0,25 per stuk. Dat is spotgoedkoop vergeleken met nieuwe stenen (rond de €0,80). De stenen zijn schoongemaakt (afgekrabd met een staalborstel, een klusje voor een zaterdagmiddag) en opnieuw gebruikt voor de voorgevel.

Het geeft de woning direct die authentieke jaren 30 uitstraling, maar dan met een verhaal.

De mortel die we gebruiken is een kalkmortel, die kan worden hergebruikt en is minder belastend dan de huidige cementgebonden mortels. De volgende stap was het dak. De oude bitumen laag ging eraf. Benieuwd welke materialen uit de woning nog meer bruikbaar waren?

In de bestaande spouw zat wat oud glaswol dat we hebben afgevoerd naar de speciale recyclingstraat (niet naar de verbrandingsoven!). De nieuwe isolatie is gemaakt van houtwol.

Een biobased materiaal dat ademt en vocht reguleert. We hebben gekozen voor platen van 140mm dik.

Dit zorgt voor een Rc-waarde (thermische weerstand) van ongeveer 4,5. Dat is ruim voldoende voor een comfortabel dak. Bovenop de houtwol komt een nieuw laagje groen dak, met sedum.

Dat zorgt voor waterberging en koeling in de zomer. Binnen is de vloer aangepakt. De oude houten vloer was doorgerot.

We hebben de balken die nog goed waren hergebruikt. De slechte balken zijn vervangen door Douglas hout van een lokale zagerij (FSC gecertificeerd).

De isolatie onder de vloer is schapenwol. Ja, echt schapenwol! Het is een restproduct van de schapenhouderij en een fantastische isolator.

We hebben de wol gestopt in een houten frame met katoen dat de wol op z'n plek houdt. Geen vervelende vezels in de lucht, want het katoen houdt het tegen. De ramen werden vervangen.

De oude, enkele beglazing met houten kozijnen was een energielek. We hebben de originele kozijnen bewaard.

Waarom weggooien als het hout nog gezond is? We hebben de kozijnen laten restaureren door een timmerman. De enkele beglazing is vervangen door triple glas, maar dan wel met een speciale coating om de warmte binnen te houden. Het glas is geplaatst in de bestaande sponningen. Dit kost wat moeite, maar het bespaart nieuwe kozijnen (€1.500 per stuk) en behoudt de uitstraling.

De kostenplaatje: wat kost circulair renoveren?

Een veelgestelde vraag: is duurder? Ja en nee. De materiaalkosten voor biobased materialen zijn soms gelijk of iets hoger dan standaard materialen.

Echter, de totale kostenpost kan lager uitvallen door slim te zijn. We splitsen het op voor onze jaren 30 case.

De totale investering was €85.000 excl. BTW. Net als bij de circulaire renovatie van een vrijstaande woning, zou een 'grijze' variant (met nieuw staal, beton en plastic) duurder zijn uitgevallen. Het verschil zit hem in de arbeid en de materialen. De post 'Materialen' ziet er anders uit.

We betaalden voor de bakstenen €1.000 (ipv €3.200). We betaalden €4.500 voor de houtwol isolatie (ipv €3.500 voor glaswol).

We betaalden €2.000 voor het schapenwol (ipv €1.500 voor EPS piepschuim). De grote besparing zat hem in de kozijnen. Restauratie kostte €8.000 (inclusief nieuw glas), nieuw laten maken en plaatsen zou €15.000 zijn geweest.

De grootste kostenpost blijft de arbeid. Circulair bouwen vraagt vaak meer maatwerk, maar het is precies die zorgvuldigheid waarom circulaire renovatie beter is dan alles platgooien.

Laten we kijken naar een specifiek model. Stel, je wilt je gevel isoleren.

Optie A is de standaard EPS-stuc (snel en goedkoop). Optie B is circulair. Je kiest voor houtvezelplaten (biobased) en afwerking met leemstuc.

De prijs voor Optie A is ongeveer €120 per m2. Optie B komt uit op €140 per m2.

Het verschil is €20 per m2. Bij een gemiddelde gevel van 50m2 is dat €1.000 extra.

Maar, je bespaart op de lange termijn op je energierekening (houtvezel ademt beter, minder schimmelkansen) en je woningwaarde stijgt meer door het unieke karakter. Een ander voorbeeld is de badkamer.

In plaats van een complete tegel- en badkamerrenovatie met nieuwe materialen, kun je kiezen voor een 'mineraalstuc' badkamer. Dit is een waterdichte stuc op basis van mineralen, vaak met een marmerpoeder toplaag. Dit kost rond de €100 per m2 inclusief installatie. Dat is vergelijkbaar met goedkope tegels, maar ziet eruit als een luxe spa en is naadloos en zeer duurzaam. Je vermijdt het energieverslindende productieproces van keramische tegels.

Praktische tips voor jouw circulaire renovatie

Wil je zelf aan de slag? Begin klein. Je hoeft niet meteen het hele huis aan te pakken.

Kijk eerst waar de meeste winst te behalen valt. Meestal is dat het dak en de vloer. Die zorgen voor de grootste warmteverliezen.

Zoek naar materialen bij je in de buurt. Ga op zoek naar sloopbedrijven die 'groene sloop' doen.

Zij demonteren zorgvuldig en hebben vaak een magazijn vol materialen die jij kunt gebruiken. Denk aan oude deuren, ramen, balken en dakpannen.

Gebruik de juiste materialen. Wees kritisch op wat je koopt. Kies voor hout dat FSC of PEFC gecertificeerd is. Kies voor isolatie van houtvezel, schapenwol, of stro. Vermijd materialen waarbij de samenstelling niet duidelijk is (zoals sommige kunststoffen). Kijk naar het 'Cradle to Cr

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Over Thomas Hoekstra

Thomas is bouwkundig ingenieur en adviseur circulaire economie in de bouwsector. Hij helpt aannemers, architecten en opdrachtgevers met de transitie naar circulair en biobased bouwen.