Circulaire inkoop door Rijkswaterstaat: GWW als voorloper
Stel je voor: je bouwt een weg en in plaats van nieuwe materialen te bestellen, oogst je oude brugliggers uit een gesloopte viaduct. Dat is precies wat Rijkswaterstaat nu doet.
Ze gaan niet alleen praten over circulair bouwen, ze laten zien hoe het werkt.
Met concrete projecten, hergebruikte materialen en een heldere planning. Dit is geen toekomstmuziek, dit is nu aan de gang.
Rijkswaterstaat selecteert Movares, KplusV en Alba Concepts voor de transitie naar een circulaire GWW sector
Rijkswaterstaat heeft een consortium gekozen om de GWW-sector (Grond-, Weg- en Waterbouw) circulair te maken. Het team bestaat uit Movares, KplusV en Alba Concepts. Samen gaan ze de komende twee jaar kennis ontwikkelen en implementeren.
Het contract loopt twee jaar en kan met drie jaar worden verlengd. Het doel?
Rijkswaterstaat zelf circulair en klimaatneutraal laten draaien in 2030. Het raamcontract heeft twee hoofdonderdelen.
Eerst: strategie, programma-advies en kennisdeling. Tweede: data en paspoorten voor materialen. Dit betekent dat materialen straks een digitaal paspoort krijgen.
“We willen niet alleen praten over circulariteit, we willen het gewoon doen. Met deze partijen zetten we de volgende stap.”
Daarin staat waar het vandaan komt, wat het kan en waar het naartoe kan.
Zo wordt hergebruik makkelijker en transparanter. Deze aanpak is een blauwdruk voor andere overheden. Als Rijkswaterstaat het laat werken, volgen gemeenten en provincies vanzelf. Het gaat om opschaling.
Samenwerken met marktpartijen en medeoverheden is hierbij essentieel. Alleen dan kom je van pilots naar structurele verandering.
Nederland Circulair in 2050
De stip op de horizon is helder: in 2050 is Nederland een volledig circulaire economie.
Geen afval meer, alleen maar grondstoffen die blijven circuleren. Rijkswaterstaat loopt hierin voorop.
Hun doel voor 2030 is een belangrijke tussenstap. Het gaat niet om een ver van mijn bed show, het gaat om keuzes die we nu maken. Waarom is dit belangrijk? Omdat we nu materialen verbranden of storten terwijl ze nog waarde hebben.
Denk aan beton, staal en asfalt. Door deze materialen te hergebruiken, besparen we CO2, reduceren we mijnbouw en verlagen we kosten op lange termijn.
Het is een economische en ecologische win-win. De overheid geeft hiermee een signaal aan de markt. Vraag naar circulaire materialen en de markt gaat aanbod ontwikkelen.
Zo ontstaat een nieuwe economie waarin hergebruik de norm is. En dat begint bij grote opdrachtgevers zoals Rijkswaterstaat die het voorbeeld geven.
Hergebruik van materialen
Concrete voorbeelden maken het verschil. Neem de A9-verbreding. Daar zijn 360 betonnen brugliggers geoogst voor hergebruik. In plaats van ze te slopen en als puin te gebruiken, krijgen ze een tweede leven in nieuwe constructies.
Dit is urban mining in de praktijk: de stad als mijn. De CO2-besparing per ligger is enorm: tot 97%. Waarom?
Omdat de productie van nieuw beton veel CO2 uitstoot. Door bestaande liggers opnieuw te gebruiken, sla je die productiestap over.
Je bespaart niet alleen materialen, maar ook energie en uitstoot. Dit werkt alleen als je van tevoren weet wat er beschikbaar is. Daarom is digitaal materiaalpaspoort zo belangrijk.
- Check welke materialen vrijkomen in je eigen projecten.
- Maak een materiaalpaspoort voor grote onderdelen.
- Zoek samenwerking met aannemers die hergebruik faciliteren.
Het laat zien welke liggers vrijkomen, welke maten ze hebben en waar ze herplaatst kunnen worden.
Zo ontstaat een marktplaats voor hergebruikte materialen. Deze aanpak is toepasbaar op meer dan alleen brugliggers. Denk aan damwanden, leidingen en funderingspalen. Elke sectie van de GWW heeft potentieel herbruikbare materialen.
Circulair wegmeubilair - Geleiderail
Een ander concreet voorbeeld is de geleiderail. Deze staande constructie langs snelwegen heeft een levensduur van 30 jaar.
Bij Rijkswaterstaat worden oude rails opgeknapt en opnieuw geplaatst. In plaats van nieuwe rails te produceren, krijgen bestaande rails een opknapbeurt. Dit verlengt de levensduur met tientallen jaren.
De opknapbeurt bestaat uit schoonmaken, repareren en eventueel voorzien van een nieuwe coating.
De kosten liggen lager dan nieuwe rails. Nieuwe rails kosten circa €200-€300 per meter, terwijl opknappen vaak onder de €100 per meter blijft. Bovendien bespaar je grondstoffen en productie-energie. Dit is een typisch voorbeeld van design for disassembly.
- Kies voor modulaire en reparatievriendelijke systemen.
- Vraag leveranciers naar een inname- of opknapregeling.
- Zorg voor digitaal beheer van materiaaldata.
De rails zijn zo ontworpen dat ze makkelijk gedemonteerd en gerepareerd kunnen worden. Dit principe moet je bij nieuwe aankopen meenemen.
Vraag leveranciers naar modulaire systemen en reparatievriendelijke ontwerpen. Door deze aanpak te herhalen voor andere wegmeubilair zoals verkeersborden, lantaarnpalen en barrieres, bouw je een circulaire voorraad op.
Hergebruik van beton
Beton is een van de grootste materiaalstromen in de GWW. Traditioneel wordt beton na sloop als puin gebruikt in funderingen.
Maar er is een hogere vorm van hergebruik: brugliggers en andere constructiedelen opnieuw inzetten. Dit noem je hoogwaardig hergebruik.
Op de A9-verbreding zijn 360 betonnen brugliggers hergebruikt. Elke ligger heeft een gewicht van enkele tonnen en een lengte van 20-30 meter. Door ze opnieuw te monteren, bespaar je niet alleen beton, maar ook staal en wapening. De CO2-besparing loopt op tot 97% per ligger.
- Ontwerp betonconstructies voor demontage.
- Vraag om materiaalpaspoorten bij nieuwe projecten.
- Work samen met aannemers die oogst en hergebruik faciliteren.
Om dit te realiseren, moet je betonconstructies ontwerpen voor demontage. Gebruik bijvoorbeeld boutverbindingen in plaats van monolitiek beton.
Zo kun je elementen straks weer losmaken. Ook materiaalpaspoorten helpen: ze geven aan welke kwaliteit het beton heeft en of het geschikt is voor hergebruik. Deze aanpak sluit aan bij biobased bouwmaterialen en circulair bouwen. Combineer hergebruikt beton met biobased isolatie of houten draagconstructies voor een mix van circulariteit en CO2-reductie.
