Circulair bouwen opnemen in de gemeentelijke omgevingsvisie
Stel je voor: je bent wethouder of beleidsmaker en je wilt iets fundamenteels veranderen aan hoe we in jouw gemeente bouwen. Je wilt af van die eindeloze stroom aan nieuwe bakstenen, klinkers en gipsplaten die allemaal lineair de grond uit komen en na een leven van 50 jaar linea recta naar de sloop.
Je wilt circulair bouwen. Maar hoe zet je dat nu écht om in beleid dat werkt, iets dat je kunt controleren en waarmee je de markt echt stuurt? Het antwoord ligt in je omgevingsvisie.
Dat is het document waarin je de toekomst van je gemeente schetst.
Het is het hoogste beleidsniveau. Als je circulair bouwen daar niet in verwerkt, blijft het een leuk idee op een vergadering, maar verandert er op straat niets. En dat is zonde, want de kansen liggen voor het oprapen. Letterlijk.
Waarom je omgevingsvisie het kloppende hart is
Veel gemeentes hebben al een circulaire ambities in een aparte nota of een uitvoeringsprogramma.
Dat is mooi, maar het heeft een zwakte. Een aparte nota is makkelijk te omzeilen of te vergeten bij een vergunningsaanvraag. De omgevingsvisie is anders. Die is juridisch zwaarder en stuurt alles wat daarna komt: het omgevingsplan en de vergunningverlening.
Als je circulair bouwen als kerndoel in de visie zet, leg je de lat voor iedereen. Ontwikkelaars, aannemers en architecten weten direct: hier moet ik rekening mee houden.
Je maakt het geen vrijblijvende tip, maar een randvoorwaarde. Denk aan de impact.
Je kunt als gemeente bijvoorbeeld vastleggen dat nieuw te bouwen woningen in een gebied minimaal 30% gerecycled materiaal moeten bevatten. Of dat sloopprojecten een 'urban mining'-plan moeten inleveren voordat ze beginnen. Dat betekent dat de aannemer van tevoren moet aangeven welke materialen hij gaat demonteren en hergebruiken, zoals stalen kozijnen, bakstenen van een oude fabriek of de houten balken uit een gesloopte schuur.
Zo'n visie zorgt voor een gelijk speelveld. Iedereen moet eraan voldoen, dus niemand heeft een concurrentienadeel. Het stimuleert innovatie zonder dat je per se een duur subsidiepotje hoeft te vullen.
Het hoeft geen hogere wiskunde te zijn: concrete stappen
De kunst is om het niet te laten zweven. Vage termen als 'stimuleren van circulariteit' werken niet.
Je moet het vertalen naar concrete eisen die je kunt meten. In je omgevingsvisie leg je de kaders vast.
Je kunt bijvoorbeeld een materiaalpaspoort verplichten voor alle nieuwe gebouwen boven de 100 m². Zo'n paspoort is een digitaal 'boek' waarin precies staat welke materialen er in het gebouw zitten, waar ze vandaan komen en hoe je ze weer uit elkaar kunt halen. Dit is essentieel voor hergebruik.
Een andere concrete stap is het opnemen van een 'sloop- en hergebruikverordening' als onderdeel van je visie. Je kunt regelen dat bij sloop minimaal 90% van het puin gerecycled moet worden, en dat waardevolle materialen zoals hout en metalen apart moeten worden gehouden voor hergebruik.
Je kunt ook werken met een circulair bouwen score systeem. Bij een vergunningsaanvraag moet de ontwikkelaar punten scoren op basis van materialen, CO₂-uitstoot en demonteerbaarheid. Een project dat scoort op het hergebruik van biobased materialen zoals hout of vlas, krijgt dan bijvoorbeeld sneller een vergunning. Door te kijken naar hoe gemeenten circulair bouwen stimuleren, krijgt een ontwikkelaar soms zelfs meer bouwvolume.
Stel je voor dat je een woonwijk wilt ontwikkelen. In de omgevingsvisie leg je vast dat de straatklinkers van gerecycled materiaal moeten zijn.
Dat de daken groen moeten zijn (biobased) of bedekt met zonnepanelen. En dat de gevelbekleding bestaat uit hout dat lokaal is gewonnen via urban mining, bijvoorbeeld uit oude loodsen die op dezelfde plek gesloopt worden. Dat is concreet. Dat snappen bewoners en bouwers.
De kosten en baten: een simpele berekening
Veel wethouders denken dat circulair bouwen duurder is. Dat hangt er maar net vanaf hoe je de kernbegrippen van circulair bouwen bekijkt.
Ja, de aanschafprijs van een specifieke biobased isolatieplaat kan hoger zijn dan een standaard glaswolplaat. De isolatieplaat van GatorBoard (gemaakt van gerecycled piepschuim) kan bijvoorbeeld €35 per m² kosten, terwijl reguliere glaswol rond de €20 per m² ligt. Dat is een direct verschil. Maar dat is maar een heel klein deel van het verhaal.
De echte winst zit 'm in de totale keten. Als je materialen hergebruikt, hoef je ze nieuw te kopen.
En als je materialen demontabel maakt, behouden ze hun waarde. Denk aan het verhaal van de 'Urban Mine' in Amsterdam, waar oude stalen kozijnen uit de jaren dertig worden opgekocht, opgeknapt en voor €250 per stuk weer verkocht worden.
Nieuwe kozijnen van vergelijkbare kwaliteit kosten al snel €600 per stuk. Dat is een directe besparing voor de ontwikkelaar. Bovendien betaal je vaak minder afvalkosten.
Slopen kost geld, hergebruiken levert geld op. Rekenvoorbeeld: Een projectontwikkelaar bouwt 20 woningen.
Traditioneel kost het sloopafval afvoeren €15.000. Met een visie die urban mining voorschrijft, worden de dakpannen en bakstenen gesorteerd en hergebruikt. De sloopkosten dalen naar €5.000, en de verkoop van de materialen levert €7.000 op. Netto €12.000 voordeel.
Daarbovenop komt de imagowinst en de lagere CO₂-heffing die steeds vaker wordt toegepast.
Het gaat dus om echt geld. En vergeet de subsidie niet. Veel provincies en het Rijk hebben regelingen lopen, zoals de Subsidieregeling Circulair Bouwen (SCB), die projecten tot 20% van de materiaalkosten kunnen subsidiëren.
Praktische tips om direct aan de slag te gaan
Je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. Er zijn al gemeentes die ver zijn.
Kijk naar het voorbeeld van Almere of Amsterdam. In lijn met het landelijke circulaire bouwbeleid hebben zij in hun omgevingsvisie een 'circulaire ambitie-eis' opgenomen.
Zij eisen dat nieuwe gebouwen in bepaalde gebieden een Materialenpaspoort hebben en dat minimaal 50% van het bouwmateriaal biobased of gerecycled is. Je kunt dit kopiëren. Begin klein. Kies een pilotgebied uit.
Een nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein of een uitbreidingswijk. Organiseer een 'circulaire marktplaats' voor lokale aannemers.
Laat ze zien wat er allemaal beschikbaar is. Breng in kaart welke sloopprojecten eraan komen. Welke materialen komen er vrij? Denk aan honderden vierkante meters beton, duizenden bakstenen, staal en hout.
Dit is de input voor de bouw van morgen. Maak deze data openbaar via een data-portal.
Zo help je de markt om de materialen te vinden en te verwerken. Zet in je visie dat je geen 'single-use' materialen meer wilt. Geen materialen die na 30 jaar weer als afval worden gezien.
Kies voor demontabele constructies. Zorg dat de beglazing makkelijk te verwijderen is, dat de gevelpanelen geschroefd zijn en niet gelijmd.
Dit kost in de bouw vaak niets extra, maar het maakt het verschil voor de toekomst. Tot slot: praat met de markt. Vraag ze niet alleen om te leveren, maar betrek ze bij het opstellen van de visie.
Zij weten wat er kan en wat het kost. Samen maak je een visie die werkt, die betaalbaar is en die je gemeente écht verduurzaamt. Stap voor stap, steen voor steen.
