Circulair bouwen en de Ladder voor Duurzame Verstedelijking
Je kent dat gevoel wel: je wilt iets goeds doen voor de planeet, maar de termen vliegen je om de oren.
Circulair bouwen, biobased materialen, urban mining… Het klinkt ingewikkeld, alsof je een cursus architectuur nodig hebt. Toch is het simpeler dan het lijkt.
Het is gewoon een andere manier kijken naar je huis of kantoor. Niet als een eindpunt, maar als een tijdelijke opslagplaats voor materialen. In dit stuk kijken we naar een specifieke, krachtige tool die in Nederland wordt gebruikt: de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Dit is je gids om de chaos te doorgronden en meteen aan de slag te kunnen.
Wat is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking eigenlijk?
Stel je een ladder voor. De onderste sport is het minst duurzaam en de bovenste sport is het allerbeste voor het milieu. De Ladder voor Duurzame Verstedelijking is precies dat: een hulpmiddel voor gemeentes en projectontwikkelaars om te bepalen hoe duurzaam een nieuw gebouw of plan is.
Het is een denkmodel dat je dwingt om eerst de meest milieuvriendelijke optie te overwegen voordat je een minder goede keuze maakt.
Het is niet zomaar een leuk ideetje; het is vaak verplicht. Als je in Nederland een vergunning aanvraagt voor een nieuw gebouw of een grote verbouwing, moet je aantonen dat je de ladder hebt gebruikt.
De onderste sport is simpelweg 'niets doen'. Daarboven komt 'verduurzamen van het bestaande'. Pas als dat echt niet kan, mag je denken aan nieuwbouw.
En als je dan nieuwbouw wilt, start je onderaan de ladder voor materialisatie.
De ladder helpt je om de juiste vragen te stellen. Vraag je eerst: kan ik dit pand hergebruiken? Kan ik de bestaande materialen hergebruiken? Kan ik materialen gebruiken die makkelijk herbruikbaar zijn?
Zo ja, dan klim je op. De ladder zorgt ervoor dat we niet zomaar oude gebouwen slopen en nieuwe materialen uit de grond halen. Het is een stok achter de deur om creatief te zijn met wat er al is.
De sporten opklimmen: van sloop tot circulair ontwerp
Laten we de ladder stap voor stap bekijken. De eerste vraag is altijd: is sloop wel echt nodig?
Vaak is een bestaand gebouw prima te renoveren of transformeren. Denk aan een oud kantoorpand dat je ombouwt tot appartementen. Dat is veel duurzamer dan alles platgooien en opnieuw beginnen. Dit is de laagste sport: het bestaande vastgoed verduurzamen.
Dit bespaart enorm veel CO2, want de meeste uitstoot zit in de productie van nieuwe materialen. Moet het gebouw echt weg?
Dan begin je aan de volgende sport: hergebruik van materialen. Dit is waar 'urban mining' om de hoek komt kijken.
Urban mining betekent letterlijk dat je een gebouw ziet als een mijn vol waardevolle grondstoffen. In plaats van materialen uit de aarde te halen, haal je ze uit bestaande gebouwen. Denk aan bakstenen, stalen balken, kozijnen en zelfs complete installaties.
Je demonteert zorgvuldig in plaats van te slopen. Als je materialen van de sloopmarkt haalt, moet je weten wat je koopt.
Er zijn bedrijven die gespecialiseerd zijn in het certificeren van gebruikte materialen. Zoek bijvoorbeeld naar 'gecertificeerd hergebruikt staal' of 'bakstenen uit gesloopte kerken'. De prijs voor hergebruikte bakstenen ligt vaak rond de €10 tot €15 per m², exclusief plaatsing.
Dat is soms duurder dan nieuwe, maar je betaalt voor de unieke uitstraling en de duurzaamheidswinst.
De volgende sport is 'biobased materialen'. Dit zijn materialen die nu nog groeien.
Denk aan hout, stro, vlas, schapenwol of zelfs mycelium (schimmels). Deze materialen slaan CO2 op in plaats van uitstoten.
Een goed voorbeeld is Kuhn Houtbouw, dat complete woningen bouwt met hout dat uit duurzaam beheerde bossen komt. Of denk aan materialen als Hempcrete (hennepbeton), waarmee je muren kunt vullen die ademen en isoleren. Dit is materialisatie op een manier die de natuur weer aanvult. De bovenste sport is het circulair ontwerpen.
Dit is het summum. Hier bedenk je bij de eerste schets al hoe het gebouw ooit weer uit elkaar gehaald kan worden.
Je gebruikt geen lijm of chemicaliën die onherroepelijk vernietigen. Je gebruikt schroeven, bouten en koppelbare systemen.
Denk aan het systeem van het bedrijf New Horizon, dat 'urban mining' materialen levert die al voorzien zijn van data over herkomst en samenstelling. Zo weet je precies wat je in huis haalt en hoe je het later weer kunt hergebruiken.
De kosten: investeren in de toekomst
Het grote struikelblok voor veel mensen is de prijs. Is circulair bouwen duurder?
Ja, soms wel, zeker als subsidieaanvragen voor circulair bouwen worden afgewezen. Zeker als je net begint. Nieuwe materialen zijn vaak schaalbaar en goedkoop. Hergebruikte materialen vereisen meer arbeid: je moet ze vinden, demonteren, controleren en soms bewerken.
De prijs voor biobased isolatie, zoals schapenwol, ligt vaak 10-20% hoger dan glaswol. Toch dalen die prijzen snel naarmate de vraag toeneemt.
Er is een slimme manier om hiermee om te gaan: de Total Cost of Ownership (TCO) berekening.
Je kijkt niet alleen naar de bouwkosten nu, maar naar de kosten over de hele levensduur. Circulaire materialen zijn vaak meer waard aan het einde van de levensduur. Je kunt ze namelijk verkopen!
Stel je voor dat je een vloer van gerecycled aluminium koopt. Die is nu misschien duurder, maar over 50 jaar kun je dat aluminium weer inleveren en krijg je geld terug.
Subsidies zijn je beste vriend. De overheid stimuleert circulair bouwen flink. Kijk naar de Subsidie Circulair Bouwen (SCB) of specifieke circulaire subsidies in Amsterdam en andere regio's.
Soms krijg je tot wel 20% subsidie op de meerkosten van circulair ontwerpen.
Ook voor biobased materialen zijn er regelingen. Check de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Dit maakt de overstap vaak financieel draagbaar, zelfs voor kleinere projecten. Een concreet voorbeeld: een standaard metalen dakpan kost ongeveer €40 per m².
Een dakpan van gerecycled kunststof of aluminium kost soms €55 per m². Echter, als je een circulair contract afsluit, waarbij de leverancier het materiaal na 30 jaar terugneemt, betaal je misschien €2 per m² per jaar. Na 30 jaar is het materiaal weer van de fabrikant, die het hergebruikt. Jij betaalt dus voor het gebruik, niet voor het bezit. Dit is de circulaire verdienmodel-shift.
Jouw stappenplan: van idee naar bouwput
Hoe pak je dit nu concreet aan? Stap 1 is het materiaalpaspoort. Vraag dit bij elke aannemer of leverancier op.
Een materiaalpaspoort is een digitaal dossier van alle materialen in je gebouw. Wat is het?
Waar komt het vandaan? En hoe demonteer je het?
Zonder dit paspoort is je gebouw na 50 jaar gewoon afval. Met het paspoort is het een waardevolle bron voor de toekomst. Stap 2 is het netwerk.
Bouwen is een teamsport. Zoek aannemers die gespecialiseerd zijn in circulair bouwen in de praktijk.
Bedrijven als Dura Vermeer of Heijmans hebben speciale circulaire divisies, maar er zijn ook kleinere, gespecialiseerde bouwers. Vraag specifiek naar hun ervaring met 'urban mining' en biobased materialen. Vraag om referenties en ga kijken bij projecten die ze al hebben gedaan. Stap 3 is de materiaalkeuze.
Durf te kiezen voor materiaal dat nu misschien minder 'strak' oogt, maar wel duurzaam is. Denk aan wanden van strobalen (RHS-wanden) die een fantastische isolatiewaarde hebben.
Of vloeren van gerecycled beton. Bedrijven als StoneCycling maken bakstenen van 60% afvalmateriaal.
Dat ziet er prachtig uit en het scheelt enorm in de CO2-uitstoot. Dit zijn de details die het verschil maken. Sluit af met een 'demontabel ontwerp'.
Zorg dat je bouwtekeningen laten zien dat je schroeven gebruikt in plaats van lijm. Maak een scheidingswand makkelijk te verwijderen. Gebruik materialen die je niet hoeft te beschermen met verf die de recycling in de weg staat.
Dit soort beslissingen kost niets extra in de ontwerpfase, maar levert een wereld van verschil op als het gebouw ooit weer gesloopt of verbouwd moet worden.
Zo bouw je niet alleen voor nu, maar voor generaties.
