CE-markering van biobased en gerecyclede bouwproducten: de regels

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Thomas Hoekstra
Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Normen, Certificeringen & Keurmerken · 2026-02-15 · 7 min leestijd

Stel je voor: je staat op het punt om een prachtige wand te bouwen met houtvezelplaten van de lokale houtzagerij of een gevel te bekleden met panels gemaakt van gerecycled PET-flessen.

Je bent trots op je circulaire aanpak. Dan vraagt je aannemer: "Waar is je CE-markering?" Je voelt een lichte paniek.

Wat moet je daar nu mee? Is dat niet iets voor grote, anonieme fabrieken? Het antwoord is: steeds vaker niet. De wereld van bouwregels verandert, en jouw biobased of gerecyclede materialen moeten daar soms aan voldoen. Dit is je vriendelijke gids door dat woud van regels, zonder ingewikkelde taal.

Wat is die CE-markering nu eigenlijk?

Laten we het simpel houden. De CE-markering is het 'paspoort' voor een bouwproduct.

Het is een sticker die de fabrikant (jij, als je het zelf maakt, of je leverancier) erop plakt om te verklaren: "Dit product voldoet aan de geldende Europese regels voor veiligheid, gezondheid en milieu." Het is geen keurmerk dat de kwaliteit garandeert, maar een bewijs dat je aan de minimumeisen voldoet. Denk aan brandveiligheid, constructieve veiligheid of de hoeveelheid schadelijke stoffen. Voor biobased materialen zoals hout, vlas of kurk is dit vaak al geregeld via de Europese Productnorm voor hout (CPR).

Maar wat dacht je van een nieuw materiaal, zoals een isolatieplaat van oude spijkerbroeken? Dan wordt het vaak onduidelijk.

De regels zijn oorspronkelijk gemaakt voor bakstenen en staal, niet voor materiaal dat je ooit weer wilt hergebruiken.

Toch is de markt aan het veranderen, en fabrikanten van circulaire producten moeten steeds vaker die CE-sticker op hun dozen plakken om in Europa te mogen verkopen.

Waarom is dit relevant voor jouw circulaire project?

Je vraagt je misschien af: "Ik bouw een tiny house voor mezelf, waarom zou ik hiermee zitten?" Het antwoord hangt af van wie je bent. Ben je professional? Dan is het antwoord: bijna altijd.

In Nederland en Europa mogen aannemers en bouwbedrijven geen materialen gebruiken die onder de Bouwproductenverordening vallen zonder CE-markering.

Zij moeten kunnen aantonen dat ze met gecertificeerde producten werken. Als jij als leverancier van bijvoorbeeld biobased gipsplaten van paddenstoelen (mycelium) geen CE-markering hebt, zijn de grote jongens je klant niet. Voor de doe-het-zelver ligt dat anders.

Jij mag alles gebruiken wat je wilt, zolang het veilig is. Maar de wereld van urban mining en hergebruik wordt professioneler. Denk aan de circulaire sloopbedrijven die materialen verzamelen, opschonen en opnieuw aanbieden. Zij worden nu vaak fabrikant in de zin van de wet.

Ze moeten hun gerecyclede bakstenen of houten balken testen en van een CE-label voorzien. Waarom?

Omdat de afnemer wil weten wat hij koopt. Het geeft vertrouwen en zorgt dat de circulaire economie niet stopt bij een enkele hobbyist, maar opschaal naar de grote bouwprojecten.

De CE-markering is niet je visitekaartje voor duurzaamheid, maar het minimumbewijs dat je product veilig en betrouwbaar is voor de bouw.

Hoe werkt het in de praktijk: de kern van de regels

Het proces zit zo in elkaar. De fabrikant is verantwoordelijk.

Dat ben jij dus, als je producten maakt en verkoopt. Stap één is bepalen welke regels op jouw product van toepassing zijn. Is het een dragend product?

Dan kijk je naar de prestatie-eisen voor constructieve veiligheid. Is het isolatiemateriaal?

Dan gaat het om brandveiligheid (brandklasse) en thermische prestaties. Voor biobased materialen zoals houtvezelplaten of rietmatten zijn deze regels vaak al duidelijk en vastgelegd in een zogenaamde 'Europese Norm' (EN-norm). Stap twee is de technische documentatie. Zo is het essentieel om te weten hoe een fabrikant een EPD aanvraagt voor het opbouwen van een volledig technisch dossier.

Dit is een map met alle specificaties: de gebruikte grondstoffen (is het FSC-gecertificeerd hout? Of recycled PET?), de productiemethode — denk aan een ISCC Plus certificering voor gerecyclede kunststoffen — en de testresultaten.

Die testen laat je doen door een onafhankelijk laboratorium. Voor een houten balk moet je misschien testen op sterkte en stijfheid. Voor een plaat van gerecyclede kunststof kijk je naar wateropname en brandgedrag.

De kosten voor zo'n test kunnen variëren van €500 voor een eenvoudige brandtest tot €2000 of meer voor complexe constructieve tests.

Stap drie is de DoP, de Prestatieverklaring. Dit is een document dat je moet opstellen waarin je precies aangeeft wat de prestaties van je product zijn. Je geeft aan: "Deze plaat heeft brandklasse B-s1,d0 (weinig rook, geen druppels) en een warmtegeleidingscoëfficiënt van 0,035 W/mK." Je klant kan deze DoP opvragen.

Als je product een 'gevaarlijke stof' bevat, zoals lijm in multiplex, moet dat er ook in vermeld staan. Vervolgens mag je de CE-sticker (de letters CE) op het product plakken.

Die sticker mag niet groter zijn dan 1 centimeter, tenzij het product te klein is. Een specifieke uitdaging bij biobased materialen is de variatie.

Een partij houtvezel van de ene boomgaard kan iets anders presteren dan die van de andere. De regels eisen dat je een 'Factory Production Control' (FPC) systeem hebt. Dat betekent: je bewaakt je productieproces constant.

Je neemt regelmatig monsters en test die, zodat je zeker weet dat de kwaliteit stabiel blijft.

Dit is een extra stap die je moet inbouwen, vooral als je werkt met natuurlijke materialen die niet allemaal exact identiek zijn.

De kosten en moeite: wat kun je verwachten?

Het is niet niks, die certificering. Voor een klein bedrijf of een startup die circulaire bakstenen van puin maakt, kan het een drempel zijn.

De initiële kosten voor het opzetten van een dossier en het testen van je product kunnen oplopen tot €3.000 tot €6.000. Als je meerdere producten in je assortiment hebt, loopt dit snel op. Daarnaast is er de jaarlijkse controle door een gecertificeerde instantie (een notified body), die zo'n €1.000 tot €2.000 kan kosten.

Er zijn wel alternatieven of specifieke regels voor bepaalde materialen. Kijk je naar hout dat lokaal wordt gezaagd en direct wordt gebruikt, dan is er een vereenvoudigde procedure (de CPR-regel voor hout).

Hierbij is de CE-markering vaak niet verplicht, maar is de markt er wel om gevraagd.

Voor volledig gerecyclede producten die niet in een bestaande norm passen, is het soms mogelijk om te werken met een 'ETA' (Europees Technisch Akkoord). Dit is een alternatief voor de CE-markering als er nog geen Europese norm bestaat. Een ETA aanvragen is nog duurder (denk aan €5.000+), maar het opent de deur voor je innovatieve materiaal. Denk aan de startup die wandtegels maakt van 100% gerecycled glas uit de glasbak.

Er is geen specifieke norm voor "tegels van glasbakglas". Ze zouden een ETA kunnen aanvragen om aan te tonen dat hun product veilig is voor gebruik in badkamers.

De investering is groot, maar het geeft ze een enorm marktvoordeel ten opzichte van bedrijven die dit niet doen. Het is een strategische keuze: investeer je nu in certificering om later grootschalig te kunnen leveren?

Praktische tips voor jouw biobased of gerecyclede product

Wil je aan de slag? Hier is een concreet stappenplan.

Begin klein en slim. Je hoeft niet meteen je eigen lab te bouwen.

Zoek eerst uit welke norm precies op jouw materiaal van toepassing is. Ga naar de website van het NEN (Nederlands Normalisatie Instituut) en zoek op de materiaalnaam. Weet je het niet zeker? Bel ze op.

Ze zijn er om je te helpen en kunnen vaak al met een paar vragen de juiste richting wijzen. Zoek samenwerking. Er zijn in Nederland kennisinstellingen zoals TNO of hogescholen die specifiek onderzoek doen naar biobased materialen. Zij hebben vaak contacten met gecertificeerde laboratoria. Misschien kun je samenwerken om de testkosten te drukken.

Ook zijn er coöperaties van circulaire bouwers. Deel je kennis! Als jij net een CE-markering hebt gehaald voor je vlasisolatie of een Agrément certificaat voor biobased materialen hebt verkregen, deel dan je ervaringen.

Zo bouwen we samen aan een circulaire bouwsector die voldoet aan de regels.

Let op de details. De CE-sticker mag alleen op het product als de testen zijn afgerond en de DoP is opgesteld. Zorg dat je de juiste versie van de norm gebruikt; die veranderen regelmatig. En tot slot: onthoud dat de CE-markering geen keurmerk is. Het zegt niks over de duurzaamheid van de productie of de CO2-voetafdruk. Dat is iets wat je apart

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Over Thomas Hoekstra

Thomas is bouwkundig ingenieur en adviseur circulaire economie in de bouwsector. Hij helpt aannemers, architecten en opdrachtgevers met de transitie naar circulair en biobased bouwen.