CE-markering en hergebruikte bouwproducten: de juridische werkelijkheid

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Thomas Hoekstra
Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Concepten, Wetgeving & Subsidies · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Je staat op een bouwplaats en kijkt naar een stapel oude betonplaten. Ze zijn net gesloopt uit een kantoorpand uit de jaren negentig.

Je wilt ze hergebruiken in je nieuwe woonhuis. Maar dan vraag je je af: mag dit wel?

Zijn ze wel veilig? Hoe zit het met die CE-markering? Dit is een vraag die we bijna dagelijks krijgen in de wereld van circulair bouwen.

Het antwoord is niet altijd zwart-wit, maar het is wel helder als je weet waar je moet kijken. We gaan samen door de juridische werkelijkheid heen, zonder ingewikkelde taal.

Wat is CE-markering eigenlijk?

Stel je een paspoort voor. Een CE-markering is eigenlijk het paspoort van een bouwproduct.

Het geeft aan dat het product voldoet aan de Europese regels voor gezondheid, veiligheid en milieubescherming. Als je een nieuwe voordeur koopt, heeft die een CE-label. Dat label vertelt je dat het brandwerend is of dat het goed isolerend werkt. Het is een verklaring van de fabrikant dat het product aan bepaalde normen voldoet.

Voor materialen als biobased isolatieplaten of houten draagbomen is dit essentieel. Zonder CE-markering mag een product vaak niet eens in de handel worden gebracht.

Het is een startpunt voor kwaliteit. Het zegt niet alles over de duurzaamheid, maar het garandeert een basisniveau van prestatie.

In de wereld van urban mining, waar we materialen terugwinnen, is dit label een belangrijk referentiepunt.

De juridische werkelijkheid van hergebruikte producten

Hier wordt het interessant. Stel je koopt een partij oude stalen kozijnen.

Ze zijn nog prima, maar ze zijn al twintig jaar oud. Hebben ze nog steeds een CE-markering?

In principe wel, want de markering volgt het product, niet de eigenaar. De oorspronkelijke fabrikant heeft destijds de verklaring afgegeven. Dat label zit vaak op een onzichtbare plek, maar het hoort er nog steeds bij.

Maar de echte vraag is: voldoet het product nog steeds aan de huidige normen? De wetgeving verandert. Een raam van twintig jaar geleden mag misschien niet meer voldoen aan de huidige isolatiewaardes (EPC). Toch is hergebruik vaak legaal. De Europese regels voor bouwproducten (CPR) zijn niet van toepassing als je een product direct hergebruikt in hetzelfde gebouw zonder het te bewerken.

Pas als je het bewerkt of elders inzet, worden de regels strenger.

Een concreet voorbeeld: een oude bakstenen muur slopen en dezelfde stenen weer gebruiken in een nieuwe muur. De stenen hebben ooit een CE-markering gehad.

Als je ze schoonmaakt en opnieuw gebruikt, is het vaak een kwestie van goed onderzoek. Je moet kunnen aantonen dat ze nog sterk genoeg zijn. Dit noem je 'prestatie-evaluatie'.

Wanneer is een CE-markering nodig bij hergebruik?

Stel je voor dat je een partij oude betontegels van 60x60 cm koopt via een sloopbedrijf. Ze zijn nog heel.

Je wilt ze gebruiken als terras. Omdat je ze niet bewerkt en ze in dezelfde functie gebruikt, is een nieuwe CE-markering vaak niet nodig.

Je kunt vertrouwen op de oorspronkelijke specificaties, mits je ze goed inspecteert. Het wordt anders als je materiaal verwerkt. Neem oude houten balken.

Je zaagt ze op maat en gebruikt ze als dragende constructie in een nieuw huis. Dan ben je eigenlijk een nieuwe fabrikant. Je moet dan aantonen dat de balken nog voldoen aan de constructieve eisen. Dit kan door een berekening of een test.

In de praktijk betekent dit dat je voor dragende elementen vaak een nieuwe conformiteitsverklaring nodig hebt.

Voor niet-dragende materialen, zoals wandbekleding of isolatie, zijn de regels iets soepeler. Stel je gebruikt oude kurken platen als akoestische isolatie.

Als je ze onbewerkt inbouwt, volstaat vaak een goede visuele inspectie en een verklaring van de vorige gebruiker. Maar let op: voor brandveiligheid gelden strenge eisen. Een oude plaat mag niet zomaar in een vluchtgang zonder test.

Praktijkvoorbeelden: biobased en urban mining

Laten we kijken naar specifieke materialen. Biobased bouwmaterialen, zoals hennepbeton of vlasisolatie, hebben vaak een tijdelijke levensduur.

Een CE-markering voor hennepbeton (bijvoorbeeld van een merk als BioBase) geeft de dichtheid en sterkte aan. Als je restanten van een sloopproject hergebruikt, check je eerst of het materiaal nog droog is en niet verrot.

De CE-markering helpt je om de oorspronkelijke specificaties terug te vinden. Bij urban mining draait het om hoogwaardig hergebruik. Denk aan een partij oude dakpannen van keramiek. Een CE-markering voor dakpannen (norm EN 1304) garandeert vorstbestendigheid.

Als je ze opnieuw legt, controleer je op barsten. De kosten voor hergebruik zijn laag: €10-€15 per m², inclusief transport.

Nieuwe pannen kosten al snel €30-€40 per m². Je bespaart dus fors, maar je moet wel de juridische kant bewaken. Een ander voorbeeld: stalen constructiebalken uit een gesloopt kantoor.

De CE-markering (norm EN 1090) is cruciaal voor lasnaden en sterkte. Als je deze balken opnieuw wilt gebruiken, moet je ze laten keuren door een constructeur.

Prijsindicaties voor hergebruik en keuring

De kosten voor zo'n keuring liggen rond de €500-€800 per project. Zonder keuring mag je ze niet dragend toepassen.

Dit is waar urban mining en wetgeving samenkomen. Om je een idee te geven: een partij hergebruikte bakstenen kost €0,50-€1 per stuk, afhankelijk van de kwaliteit. Nieuwe stenen kosten €1,50-€2.

Voor houten vloerdelen uit demontage betaal je €20-€30 per m², terwijl nieuw hout €40-€60 kost. Maar vergeet de keuringskosten niet.

Een laboratoriumtest voor een staalbalk kost €200-€300. Een visuele inspectie door een expert is vaak goedkoper, rond €100.

Voor biobased materialen zoals isolatie van schapenwol (merk: Havelock Wool) zijn de prijzen iets hoger. Hergebruikte wol isolatie is moeilijker te vinden, maar als je het vindt, kost het €15-€25 per m².

Nieuwe wol kost €30-€40. De CE-markering hier geeft de thermische waarde (R-waarde) aan. Bij hergebruik check je of de waarde nog klopt door een eenvoudige druktest.

Praktische tips voor jouw project

Begin altijd met een goede inventarisatie. Vraag bij het sloopbedrijf naar de oorspronkelijke documentatie.

Heeft het materiaal een CE-verklaring? Zo ja, vraag een kopie. Dit is je startpunt. Als er geen documenten zijn, overweeg dan een visuele inspectie of een simpele test.

Voor hout kun je een vochtmeting doen (kost €50). Voor beton een druktest (kost €100-€150).

Neem contact op met je gemeente, een adviseur van het Netwerk Circulair Bouwen of verdiep je in het landelijke circulaire bouwbeleid.

Zij weten precies welke regels gelden voor jouw locatie. In Nederland is er de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Deze wet vereist dat je als bouwer aantoont dat je voldoet aan de regels.

Voor hergebruikte materialen betekent dit dat je een dossier moet bijhouden. Bewaar alle CE-documenten, testrapporten en foto's.

Sluit af met een slimme keuze. Kies voor materialen met een duidelijke herkomst. Bij urban mining-projecten, zoals de Amsterdamse 'Circle City' initiatieven, worden materialen vaak al voorzien van een digitaal paspoort.

Dit maakt het makkelijker om later aan te tonen dat je voldoet aan de CE-eisen.

Investeer in goede documentatie; het bespaart je hoofdpijn bij controle.

Conclusie: focus op veiligheid en duurzaamheid

De juridische werkelijkheid is soms complex, maar het draait om gezond verstand. Hergebruikte materialen zijn een schat voor circulair bouwen. Met de juiste aandacht voor CE-markering en keuringen bouw je veilig en duurzaam.

Het is niet alleen goed voor je portemonnee, maar ook voor de planeet.

Dus pak die oude balken, die stenen, die isolatie. Controleer, documenteer en bouw. Je bent onderdeel van een grotere beweging.

Portret van Thomas Hoekstra, Bouwkundig Ingenieur & Circulaire Bouw Adviseur
Over Thomas Hoekstra

Thomas is bouwkundig ingenieur en adviseur circulaire economie in de bouwsector. Hij helpt aannemers, architecten en opdrachtgevers met de transitie naar circulair en biobased bouwen.