BENG-eisen en de wisselwerking met circulaire materiaalprestatie
Stel je voor: je bent bezig met een nieuw project. Je wilt het beste voor het milieu, maar je moet ook voldoen aan alle regels. De BENG-eisen lijken soms een lastig doolhof.
Toch hoeft dat niet. Ze kunnen juist een springplank zijn naar een circulaire toekomst.
In deze gids leg ik je uit hoe je BENG en circulaire materiaalprestatie slim combineert. Geen ingewikkelde theorie, maar praktische stappen die je morgen al kunt toepassen.
Wat zijn BENG-eisen eigenlijk?
BENG staat voor Bijna Energieneutraal Gebouw. Het is een set van drie prestatie-eisen die sinds 2021 gelden voor nieuwe gebouwen in Nederland.
Deze eisen zorgen ervoor dat gebouwen extreem zuinig zijn met energie. Je moet voldoen aan drie criteria: de energiebehoefte, het primair fossiel energiegebruik en het aandeel hernieuwbare energie. De eerste indicator (BENG 1) meet de energiebehoefte in kWh per m² per jaar. Voor kantoren mag dit maximaal 50 kWh zijn.
De tweede indicator (BENG 2) gaat over het fossiele energiegebruik. Dit mag niet meer zijn dan 25 kWh per m² per jaar.
De derde indicator (BENG 3) vraagt minimaal 0,0 kWh/m² aan fossiele energie, wat neer komt op een minimale opwekking van hernieuwbare energie.
Waarom is dit belangrijk? Omdat het gebouw niet alleen energiezuinig is, maar ook de CO₂-uitstoot beperkt. Je kunt BENG zien als de basis voor een duurzaam gebouw.
Het is de start, maar het is niet het hele verhaal. Circulair bouwen gaat een stap verder. Het kijkt naar de materialen die je gebruikt, de herkomst en wat er na de sloop mee gebeurt.
De wisselwerking met circulaire materiaalprestatie
Stel je voor dat je een huis bouwt met hout. Je kiest voor hout uit duurzaam beheerde bossen, maar je wilt ook dat het materiaal na tien jaar hergebruikt kan worden.
Dit is waar BENG en circulair bouwen elkaar ontmoeten. BENG zorgt voor een laag energieverbruik, maar circulaire materiaalprestatie zorgt dat de materialen niet verloren gaan. Een voorbeeld: je gebruikt biobased isolatiemateriaal, zoals schapenwol of hennepvezel.
Dit materiaal heeft een lage CO₂-voetafdruk en is volledig composteerbaar. Tegelijkertijd voldoet het aan de isolatiewaarden die BENG 1 vraagt.
Je wint aan beide kanten: je energiebehoefte daalt en je materiaalkeuze is circulair. Het gaat om de synergie. Een gebouw kan energieneutraal zijn, maar als het is gebouwd met materialen die niet herbruikbaar zijn, mis je de circulaire kant.
Omgekeerd helpt een circulair gebouw ook bij BENG. Materialen met een lageembodied energy (de energie die nodig is om het materiaal te produceren) dragen bij aan een lagere BENG 2-score.
Denk aan urban mining. Dit is het oogsten van materialen uit bestaande gebouwen.
Concrete voorbeelden uit de praktijk
Stel je sloop een oud kantoor en hergebruikt de stalen kolommen. Die kolommen hebben al een verleden, maar zijn nog steeds sterk. Het produceren van nieuw staal kost 10 tot 15 keer meer energie dan hergebruik. Dit verlaagt direct de BENG 2-score van je nieuwe gebouw.
Laten we kijken naar een specifiek project: een rijtjeshuis van 100 m². Je kiest voor houten gevelbekleding van Lariks, een lokale houtsoort.
De kosten liggen rond de €120 per m². Dit hout is lokaal geoogst en heeft een lage CO₂-uitstoot. Je combineert dit met biobased isolatie van cellulose (gespoten isolatie).
Dit kost ongeveer €35 per m². Voor de vloer kies je voor een houten balkenvloer met een dek van hergebruikt OSB.
Dit materiaal is verkrijgbaar vanaf €25 per m². Het is licht, sterk en volledig recyclebaar. Je bespaart hiermee op het gewicht van het gebouw, wat weer gunstig is voor de fundering en het energieverbruik.
Een ander voorbeeld is het gebruik van gerecyclede betonmortel. Standaard beton kost ongeveer €150 per m³, maar gerecycled beton ligt rond de €130 per m³.
Het heeft een lagere CO₂-uitstoot en voldoet aan de BENG-normen. Je kunt het toepassen in vloeren of funderingen zonder in te leveren op sterkte. Urban mining speelt hier een grote rol.
Je kunt materialen zoals bakstenen, stalen profielen en zelfs glas terugwinnen uit sloopprojecten. De kosten voor deze materialen zijn vaak 30-50% lager dan nieuw. Bovendien verminder je de vraag naar nieuwe grondstoffen, wat direct bijdraagt aan een circulaire economie.
Modellen en prijsindicaties voor circulair bouwen met BENG
Er zijn verschillende modellen om circulair bouwen te integreren met BENG, waarbij de certificering van circulaire gevelsystemen een belangrijke rol speelt.
Een bekend model is de Materialenpaspoort-aanpak. Dit is een digitaal paspoort voor elk materiaal in een gebouw.
Het geeft aan waar het vandaan komt, wat het is en hoe het hergebruikt kan worden. Dit helpt bij het berekenen van de BENG-scores. Een ander model is de Cradle to Cradle (C2C)-certificering. Dit keurmerk zorgt dat materialen veilig en herbruikbaar zijn.
C2C-gecertificeerde producten zijn vaak iets duurder. Een voorbeeld is het C2C-gecertificeerde linoleum van Forbo, dat ongeveer €40 per m² kost.
Dit is 10-15% duurder dan standaard linoleum, maar het is volledig composteerbaar. Prijsindicaties voor een circulair BENG-project: voor een gemiddelde woning van 120 m² liggen de materiaalkosten tussen de €50.000 en €70.000. Dit is ongeveer 10-15% meer dan traditionele bouw, maar de terugverdientijd is sneller door lagere energiekosten.
Een biobased dak van riet of sedum kost ongeveer €100 per m², maar gaat 40-50 jaar mee en is volledig composteerbaar. Voor grotere projecten, zoals kantoren, kun je denken aan een circulaire betonvloer met gerecyclede toeslagstoffen.
De kostprijs ligt rond €140 per m³, maar je bespaart op de CO₂-uitstoot en voldoet aan BENG 2.
Daarnaast kun je subsidie aanvragen via de Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE) voor biobased materialen.
Praktische tips voor een soepele integratie
Begin met een materialenpaspoort en anticipeer op nieuwe eisen voor circulaire materialen. Vraag je leveranciers naar de herkomst en herbruikbaarheid.
Vraag om certificaten zoals FSC voor hout of Cradle to Cradle voor andere materialen. Kies de juiste certificering om je BENG-scores te berekenen en circulariteit aan te tonen. Kies voor lokale materialen. Lariks hout uit Nederland is goedkoper en duurzamer dan geïmporteerd hardhout.
Het bespaart transportkosten en verlaagt de CO₂-uitstoot. Je kunt dit toepassen in gevels, daken en vloeren. Gebruik biobased isolatie.
Materialen zoals schapenwol, hennepvezel of cellulose zijn betaalbaar en effectief. Schapenwol kost ongeveer €30 per m² en heeft een Rd-waarde van 3,5. Dit voldoet ruimschoots aan de BENG-normen.
Plan voor hergebruik. Ontwerp het gebouw zo dat materialen makkelijk gedemonteerd kunnen worden.
Gebruik schroefverbindingen in plaats van lijm. Dit verhoogt de waarde van het materiaal voor urban mining.
Tot slot, werk samen met experts. Een circulair bouwadviseur kan helpen bij de materiaalkeuze en BENG-berekening. De kosten liggen rond €1.500-€3.000 voor een project, maar dit betaalt zich terug door efficiëntie en subsidie.
